Port O’Brien + The Rodeo



Seemannslieder is een theaterstuk van de Zwitser Christoph
Marthaler dat gaat over vissersverhalen en schippersclichés.
Marthaler legde zijn focus op de Nederlanden, in tegenstelling tot
Port O’Brien, dat semi-hippe en nieuwe, Californische groepje, dat
hun visserssongs uit de wateren van Alaska schept. Alaska is nu
niet bepaald de staat waar je vandaag wil wonen en het beeld dat
Port O’Brien erover schetst, is ook niet rooskleurig. Maar voor we
het koude water indoken, gingen we eerst naar Parijs want dat is de
locatie van het voorprogramma, The Rodeo.

Ik weet niet wat jullie zich bij ‘The Rodeo
voorstellen maar een klein, frêle dametje van Aziatische afkomst in
schooluniform is het wellicht niet. The Rodeo is een anagram van
Dorothee, de voornaam van de Française. Dorothee begeleidde haar
country- en folkgetinte songs zelf op akoestische gitaar. Haar stem
had iets van het timbre van Kristin Hersh, de scherpte van Joanna
Newsom en hier en daar de zwoelheid van Chan Marshall. Vanaf cover
‘Do You Really Want to Hurt Me?’ (Culture Club) kreeg The Rodeo
versterking van François, die nog een veelheid aan instrumenten zou
bespelen. Het gros van haar eigen songs bleek best wel de moeite,
met een sterke nadruk op melodie en klassieke structuren.

Het lijkt een vrolijke bende, de vijf van Port
O’Brien
. Vooral de twee gitaristen waren opvallend
beweeglijk, iets wat we van de bassist met zijn in Wenen gebroken
voet minder kunnen beweren. Frontman Van Pierszalowski had vanuit
bepaalde hoeken wat weg van Kurt Cobain en etaleerde een grote
vitaliteit. Cambria Goodwin, die het grootste deel van de set een
banjo in de handen hield, paste als enige vrouwelijk lid niet
bijzonder bij de stoere binken en leek liever onopvallend in een
hoekje mooi te wezen en weg te kwijnen.

Dat was uiteraard nergens voor nodig want als we de frontman
mochten geloven, was het AB-publiek een van hun betere ooit. Dat
publiek zag namelijk een band met een leuke, nieuwe plaat
onder de arm, die zich volledig wilde geven. Port O’Brien trapte af
met een warm ‘Don’t Take My Advice’, maar besloot dat het lang niet
altijd zo rustig zou blijven. Vooral het samenspel tussen de twee
gitaristen leverde soms vuurwerk op, zoals in ‘A Bird Flies By’. De
band koos niet voor vuurwerk maar voor totale duisternis bij het
nummer ‘From Port’. Dit leek ons vooral om de aandacht af te
leiden, want de song had niet zo veel om het lijf. ‘Close the Lid’
en ‘Stuck on a Boat’ waren wel voorbeelden van hoe het moet. ‘In
Vino Veritas’ wordt op plaat enkel door Cambria gezongen, maar in
de AB beperkte ze haar rol tot backings, waardoor de song wat van
zijn magie in moest leveren.

Tijdens dat nummer verkoos een bassnaar te springen. Terwijl het
AB-personeel beneden om hulp zocht, kregen we een poging tot mop te
horen van de Duitse tourmanager, die vooral grappig werd omdat
Pierszalowski tijdens de mop de slappe lach kreeg. ‘Fisherman’s
Son’ hield stand als sterkhouder zonder basgitaar. Nog meer
commotie was er bij het sterke schreeuwnummer ‘I Woke Up Today’.
Een doos met blikken objecten en pollepels ging de zaal rond en
vijf dapperen uit het publiek gingen de uitnodiging aan mee te
zingen en kloppen op het podium. Ook het publiek liet zich niet van
zijn stilste kant horen en een geslaagde wisselwerking tussen band
en publiek was een feit. Dat was het minste wat dat publiek kon
doen, als dank voor een al even geslaagde set van het intussen al
iets hippere Port O’Brien.

All We Could Do Was Sing‘ van Port O’Brien is nu uit
bij V2.

(Afbeeldingen Port O’Brien – Afbeeldingen The Rodeo)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 6 =