The Blakes :: The Blakes

Van een artiest zeggen dat hij overbodig is, is niet makkelijk. Geen enkele band brengt voor zijn eigen plezier een schijf vol middelmatigheden uit. Er is altijd het geloof in het eigen kunnen, maar als blijkt dat dat geloof ongegrond is, vallen er harde woorden.

Seattle. Een stadsnaam als een stigma. Je moet maar zin en lef hebben om als inwoner van de meest noordwestelijke stad van de continentale VS een rocktrio op te richten, en je bovendien bewust af te zetten tegen de volgens jou heersende hippe folkmuziek. Dat laatste is niet verzonnen. Het bewijs ligt hier, zwart op wit. Frontman Garnet Keim zegt in het bewuste document ook nog dat hij houdt van muziek die to the point is, uit de garage komt. En verder nog wat gewauwel over een bepaald gevoel dat in muziek aanwezig moet zijn, omdat het anders maar niks is.

Ach ja, het zal wel. Veel dure woorden — waaronder het vermaledijde, aan Seattle gelinkte, g-woord — maar weinig daden, zo lijkt de conclusie te zijn na een dozijn draaibeurten van het debuut van het bandje van Keim. Want zit de wereld nog te wachten op een trio dat sinds 1999 demo’s en her en der uitgebrachte singles maakt? En nu is er dus ook een langspeler die op gejuich onthaald zou zijn, mocht het over vroege demo’s van The Strokes uit 1999 gaan. Maar negen jaar later is dit niet alleen een anachronisme, het is gewoon gênant.

Je zal ook altijd zien dat dat soort groepen nét genoeg talent in huis heeft om je initieel in de waan te laten dat je op iets interessants gestoten bent. En dan zo leep zijn om al dat talent in opener "Two Times" te proppen. Een heel klein beetje noise, groovy ritmesectie, scherp gitaarrifje en dan die stem die herinneringen ophaalt aan wijlen het geniale My Red Cell. Jup, het begin is veelbelovend. Maar zoals anderen al hun songschrijftalent in hun one hit wonder steken, zo heeft dit trio alles ingezet op de openingstrack.

Want daarna begint het grote jatwerk: "Don’t Bother Me" klinkt — net als driekwart van deze plaat — zoals we ons voornoemde Strokes-demo voorstellen, "Lintwalk" speelt leentjebuur bij de door de band zelf uitgespuwde folkies en "Run" vermengt het orgeltje van Grandaddy’s "A.M. 180" met een melodielijn van The Fever. Het goede nieuws daarvan is dat het nummer snel herkenbaar is en een refrein heeft dat makkelijker meezingbaar is dan dat van "Vrolijke Vrienden". Al heeft niemand daar wat aan, gezien het feit dat The Blakes op geen enkel zomerfestival staat.

Neen, deze plaat is een sof. Een mens zou zowaar treurig worden bij het idee van al die weggegooide jaren in repetitieruimtes en opnamestudio’s allerhande. Om dan nog te zwijgen over de ecologische voetafdruk die het produceren van een cd nalaat. Maar omdat er al genoeg ellende in de wereld is: wie om een of andere reden nog nooit van The Strokes gehoord heeft, kan de nodige pret beleven met nummers als "Commit" en "Picture". Beide songs verhouden zich weliswaar respectievelijk tot "Last Nite" en "New York City Cops" zoals clementines tot appelsienen. Maar wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, zoals een anonieme filosoof het ooit stelde. Al kan dan dat misschien een oppepper zijn om de eigen verspilde tijd te vergulden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 11 =