The Dorm (Dek Hor)




Veel ben ik er nog niet tegengekomen onder het bed of in de
stofzuiger, maar dat ze bestaan, daar is geen twijfel over. Geesten
lijken zich alleen verdacht veel op het Aziatische werelddeel te
verstoppen. De Oosterse bevolking is er alvast lichtjes door
geobsedeerd, als we hun films mogen geloven toch. Zeker door de
rusteloze exemplaren. Ze zijn dol op spookverhalen, ‘The Red
Shoes’, ‘The
Ring’
, ‘A Tale Of Two Sisters’… hun griezelfilms hebben
allemaal dezelfde clou, het draait namelijk allemaal om een levende
dode, een dolgedraaide geest die blijft rondzweven op aarde en maar
geen vrede weet te vinden. De Thaise film ‘The Dorm’ (Dek Hor) tapt
uit hetzelfde akelig druppelend vaatje, maar toont dat het áltijd
nog anders kan: deze goed gemaakte jeugdfilm gebruikt
thrillerelementen puur om het verhaal wat te spijzen bij de
vertelling, maar die vertelstijl is maar een onderdeel van de ware
aard van het beestje: een spookverhaal wel te verstaan, maar
evengoed een film over vriendschap en kleine jongens die groot
worden.

De 12-jarige Ton heeft helemaal niets van een koekoek of
kameleon. Wanneer hij in het midden van het jaar op internaat wordt
gestuurd, heeft hij het erg moeilijk om zich aan te passen aan zijn
nieuwe omgeving. Als nieuweling is hij een gemakkelijk doelwit voor
spot en de spookverhalen die zijn medeleerlingen hem in duistere
onderonsjes in het oor fluisteren, doen er weinig goeds aan, dat
blijkt wanneer hij plots terug begint te bedplassen. De dingen
veranderen echter snel, wanneer hij kennis maakt met Vichien, de
enige jongen met wie hij vriendschap durft te sluiten en hij zelf
de hoofdrol gaat spelen in één van de spookverhalen (iets met een
mysterieuze zelfmoord) die op de school de ronde doen. Wat
verschuilt de gekke directrice mevrouw Pranee toch in haar
bureaulade? Waarom blaffen de honden ‘s nachts in koor en durft er
niemand naar het toilet uit angst dat er iemand over zijn schouder
meekijkt? De geheimen stapelen zich op en worden één voor één, als
een muzikaal pak opengescheurd.

‘Dek Hor’ begint trefzeker als een griezelfilm en haalt daarbij de
gekende konijnen uit de hoed: stiltes voor de storm, aanzwellende
muziekpassages, zaklampen die op gezichten schijnen, donkere
hoekjes, onverklaarbaar piepende deuren, die ene melancholische
plaat die blijft hangen, krakende voetstappen en wolfachtig
huilende honden. Die aanpak past perfect bij de sfeer van de
spookverhalen die in de slaapzaal én in de nare dromen van Ton
sluimert. Ton voelt zich eenzaam, achtergelaten en bang in een
donkerte die hij nog niet kent en waar hij nog niet aan gewend is.
De school en de slaapzaal vormen de ideale locatie om dit gevoel
over te brengen. Opschrikelementen die uiteindelijk ondergeschikt
zijn aan het echte verhaal, want écht griezelig wordt het nooit (ik
ben daar zelf namelijk een vrij goede maatstaf voor), dit is een
film waar ook de kleinsten zonder handjes voor de ogen naar zullen
durven kijken, te meer omdat het verhaal ongemerkt en naadloos
verglijdt in een portret van een ongewone vriendschap.

Aan de hand van met gevoel voor timing vrijgegeven flashbacks over
het verleden van de twee vrienden, wordt het volledige plaatje
langzaam helder. En dat plaatje zit goed in elkaar, het mag gezegd.
De puzzelstukjes vallen mooi in elkaar, zonder van de pot gerukte
plotwendingen te moeten aanspreken. Het verhaal is in sé vrij
sober, iets dat niet echt van de aanpak kan gezegd worden. Naast
spanning houdt filmmaker Sugmakanan namelijk ook van te dik
uitgesmeerde sentimentele muziek (dan weer typisch voor Aziatische
drama’s) om zijn coming-of-ageverhaal uit de verf te doen komen en
durft hij er al eens wat beeldspraak tegenaan te gooien, iets dat
dan weer nooit met genoeg schouderklopjes kan aangemoedigd worden.
Het levert mooie resultaten op. Zo komt de overtuiging van de
Thaise bevolking dat je voor een geest onzichtbaar wordt wanneer je
je neus dichtknijpt, in deze film als een godsgeschenk uit de hemel
vallen en wordt dit geloof prachtig in het verhaal en de clou van
de film verweven.

Alleen blijkt subtiliteit uiteindelijk toch niet Sugmakanans
strafste kant. Hoe speels en creatief de film soms is op
vertelvlak, hoe weinig er soms aan de verbeelding wordt
overgelaten. Het regent meermaals cinematografisch en symbolisch
mooie beelden, die zonder woorden voor zich spreken en een tastbare
schoonheid bezitten (vb. de sprong in het zwembad of de foto met
het meisje), maar Sugmakanan kan het niet laten om ze nog even uit
te melken en de betekenis ervan ook nog eens in woorden te
herhalen. Overbodige inspanningen die vooral het laatste kwartier
van de film tot een langdradig einde maken. De finale kon gebalder
(afronden die handel!), maar Sugmakanan verkiest om zijn
geesteskind te plagen met een onnodig overzicht van de ‘mooiste
momenten’ uit de vriendschap van de twee jongetjes. Auch!

Toch is dit geen slecht filmpje. Vooral de jonge acteurs maken
indruk en laten nergens steken vallen. Vooral Charlie Trairat en
zijn maatje spelen hun rol met een zekere maturiteit en halen
nergens hun neus op voor de meer spirituele belevingen van hun
personages. Een ‘El espinazo del diablo’ à la Guillermo del Toro is
‘Dek Hor’ uiteindelijk niet geworden, maar Sugmakanans mooie
genremix en spookjesschets kan met toegeknepen neus en ingehouden
adem nog net genoeg aan de clichés ontsnappen om een mooi geacteerd
filmpje te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 5 =