Hotel Persona :: In The Clouds

Stefan Olsdal van Placebo heeft een speeltje. Het heet Hotel Persona en als het even kan, spelen we liever niet mee. Belegen synth-pop staat namelijk zéér laag op ons luisterlijstje.

Er zijn mensen die niets van Placebo moeten weten. De band bezorgt hen rillingen — en niet omdat ze onder de indruk zijn. Waarom ook niet: het is misschien pervers, maar sommige bands hebben evengoed nood aan tegenstanders als aan fans. Die tegenstelling brengt niet alleen leven in de brouwerij en kan aldus gebruikt worden om conversaties gaande te houden en desgewenst van animo te voorzien, evengoed versterken de argumenten van de ene partij de overtuiging van de andere. Zo kan iemand bedenkelijk met de ogen rollen bij het geschreeuw van Kurt Cobain, terwijl dat net hetgeen is dat Nirvana zo aantrekkelijk maakt voor een beetje fan. Hetzelfde bij Placebo: het androgyne karakter van de band stoot al eens iemand voor het hoofd, maar een beetje metroseksueel valt mogelijk als een blok voor Brian Molko en co.

Maar wat dan te denken van Hotel Persona? Die band is het speeltje waarmee Placebo-bassist Stefan Olsdal getracht heeft voor zichzelf de tijd te doden tot Placebo opnieuw in gang schiet. De band is immers opgericht als een manier om de feestjes die Olsdal en David Amen frequenteren op te fleuren. Afgaande op In The Clouds willen wij voor geen geld ooit op zo’n feestje aanwezig zijn. Olsdal maakt met deze band immers muziek in de fijne Zweedse traditie van — dekking! — Ace Of Base en Army Of Lovers. Zij het met het wezenlijk verschil dat om die laatste band nog te lachen viel.

Om een kat een kat te noemen: In The Clouds bevat afgelikte Eurotrash-synthpop en is daardoor een hele klus om te beluisteren, al kan het — volgens bovenstaande argumenten — daardoor natuurlijk net aan de borst gedrukt worden door anderen. Zo zal de huppeldepuppop van een nummer als "Fight For Love", met het ochtendgloren in zicht, op ontaarde feestjes hoogstwaarschijnlijk wel aanslaan. Op voorwaarde dat de bezoekers geen remmingen hebben qua drankverbruik. Maar om als nummer overeind te blijven, is meer nodig dan een vlotte melodie alleen.

Zeker in tijden van puike electro is het bijna gênant om met een plaat als deze op de proppen te komen. Ware het niet zo makkelijk, dan was platte kak een treffende omschrijving: de nummers missen karakter, volume, body. Ze moeten het hebben van doffe, platgeproducete drumpatsen waar stuiterende, weerbarstige beats horen te weerklinken. Het beluisteren van In The Clouds voelt daardoor niet bepaald bevrijdend aan, zoals je zou mogen verwachten van een ongedwongen synthesizerplaat.

Zelfs de gastverschijning van Brian Molko in "Modern Kids" zet geen zoden aan de dijk, integendeel. Als we Molko mantragewijs "Run away" willen horen zingen, pleuren we simpelweg Placebo’s "Slave To The Wage" wel op, dat kunstje moet hier dus niet dunnetjes overgedaan worden. Het dromerige "To The Light" zou dankzij zijn sfeervol karakter wél indruk kunnen maken, mocht het een instrumentaal nummer geweest zijn, maar ook dat werd ons niet gegund.

Hoewel Placebo ook alweer een tijdje rond zijn eigen navel aan het draaien is, lijkt zo’n nieuw rondje toch nog vele malen aanlokkelijker dan In The Clouds een volgende draaibeurt te moeten geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − vier =