Lil Wayne :: Tha Carter III

Een miljoen verkochte platen in een goede week tijd. Over de grote plas is het fenomeen Lil Wayne, né Dwayne Carter, nu ook echt big business geworden. En dat allemaal dankzij Tha Carter III, een album waarmee de excentriekste figuur in hip-hop sinds Ol' Dirty Bastard niet alleen een groot deel van de hip-hop community, maar ook de hitlijsten lijkt veroverd te hebben.

Is Wayne de Prince van de hedendaagse hip-hop? Misschien wel. De met raspende stem gezegende Wayne, die zichzelf steevast Weezy noemt, lijdt aan dezelfde grootheidswaanzin als die andere kleine man. Als we hem moeten geloven, is hij “the best rapper alive”, die zo goed is dat hij wel een alien moet zijn (“Phone Home”) en andere rappers op de operatietafel moet opereren vanwege hun slechte raps (“Dr. Carter”). Maar Wayne heeft ook meer dan genoeg dissers die er constant op hameren dat zijn flow meer hapert dan vloeit, zijn stemgeluid irritanter is dan spammail voor penisverlengingen en zijn rhymes nooit strak genoeg zijn om de groten in het pantheon der mc's ook maar enigszins te bedreigen. En, eerlijk gezegd, ook wij zouden die titel niet direct aan Weezy toeschrijven. Maar de man is gelukkig wel origineel en absurd genoeg om ons te blijven fascineren, zowel in zijn bizarre experimenten als in zijn overgeproducete hip-hop voor de clubs; een klasse apart dus. Bovendien heeft de man, in tegenstelling tot veel van zijn collega's, een ongelofelijk werkethos: de laatste jaren bracht hij via mixtapes, bootlegs en mini-albums meer muziek aan de man dan dat hele rivalenveld tesamen. Het zou de zes en-verkoop in ieder geval mee kunnen verklaren, want zo wist Wayne een immense hype te creëren. Het is eens wat anders dan een collega aan te vallen om je platen in bulk te kunnen afzetten.

En nu is er dus Tha Carter III, het laatste deel van zijn Carter-trilogie, een album waar halfweg 2007 al reikhalzend naar werd uitgekeken. Jammer genoeg kan het album de torenhoge verwachtingen niet volledig inlossen. Daarvoor is de plaat meer hit and miss dan zou mogen zijn, en valt het album te vaak tussen twee stoelen. In zijn pogingen om meer harten en portefeuilles te veroveren, kom je nogal eens snel uit op iets als “Mrs. Officer”, een wel zeer gelikt r&b-nummer dat gewoon enerverend en platvloers genoemd mag worden. Wayne rapt over een idiote productie over hoe hij twintig jaar na N.W.A. de arm der wet op een heel andere manier zal fucken, terwijl Bobby Valentino een beetje sirene staat te zingen op de achtergrond. Ook “Playin' With Fire” en “Got Money”, met hit-hopmachine T-Pain in de refreinen, deden ons tot bloedens toe onze vuisten tegen de muren slaan. De commerciële formule kan echter ook slagen: het op een stemsample gebouwde “A Milli” en de single “Lollipop” zijn beide gefundenes fressen voor het hitlijstenvolkje, zonder dat kwaliteit en aanstekelijkheid compleet verdrongen worden door de productie.Dat zoiets in contrast staat met het ronduit bizarre, hoort gewoon bij de ervaring die Wayne is.”Where the fuck is my guitar?”, gromt hij in “Shoot Me Down”, terwijl hij over dat gespannen nummer een tweedehandse solo giet. Het eerder vermelde “Dr. Carter” krijgt van Swizz Beatz dan weer een relaxte, aan A Tribe Called Quest verwante jazzsoundtrack mee, terwijl Weezy met scalpel in de hand enkele mc's raples geeft.

Het zijn dan ook vooral de gasten die de plaat weleens naar hogere sferen helpen duwen. Zie daarvoor het geweldige, aan mede-producer Kanye West verwante, “Mr. Carter” (dat gevocoderd tegenstemmetje!), dat met het invallen van Jay-Z en het gospelkoortje op het einde zich plots ontpopt tot een meesterlijk nummer. In het rustige, een en al soul uitademende “Tie My Hands” wordt hij door Robin Thickes mierzoete stem geassisteerd in zijn loodzware opdracht om zijn thuisstad New Orleans recht te houden: “my whole city under water/ some people still floatin'/ and they wonder why black people still votin'/ coz your president is still chokin'”. En voorwaar, het werkt. Solo staat Weezy natuurlijk ook zijn mannetje. Kijk maar naar het magnifieke “Let The Beat Build”, en het op “Misunderstood” van Nina Simone gebouwde huzarenstukje “Don't Get It”, waarin hij op de groove lacherig en tegelijk serieus een lange monoloog afsteekt over de toestand van de zwarte bevolking in zijn land, waarbij vertegenwoordigers van die bevolkingsgroep ook niet gespaard worden.

De balans? Tha Carter III is uiteindelijk een rammelende plaat geworden, die door het gebrek aan consistentie constant blijft zweven tussen “geweldig” en “ronduit irritant”. Maar als Wayne wat moeite doet, toont hij zich als één van de sterkste figuren in de hedendaagse hip-hop. Al is deze plaat niet het beloofde meesterwerk, ze is meer dan één luisterbeurt waard. En zeg nu zelf: hebt u dit jaar al mooier, grappiger en treffender artwork gezien?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − veertien =