Willard Grant Conspiracy :: Pilgrim Road

Er zijn genoeg bands te bedenken bij wie weemoed als een vertrouwde deken om de schouders hangt, bij wie melancholie een goede vriend des huizes is. Weinigen onder hen durven echter zo ver te gaan als Willard Grant Conspiracy, en de woorden zonder verdoving in hun hart kerven.

Americana en folk-noir zijn maar twee van de labels die het los/vast-collectief rond Robert Fisher gekregen heeft. Zijn muziek is dan ook niet te definiëren want in eenzelfde ademtocht durft de groep zowel te rocken als gebroken voor zich uit te mompelen. De enige constante is het type tristesse dat alleen de sterken onder ons kennen, zij die met hun demonen geworsteld hebben en vaker verloren dan hen lief was.

Pilgrim Road, het zoveelste hoofdstuk uit het levensverhaal van naamloze helden en schoften, is een — zelfs naar Willard Grant Conspiracy-normen — ingetogen en behoedzame plaat geworden ondanks (of dankzijè) een indrukwekkende schare van (gast)muzikanten en de samenwerking met arrangeur/componist Malcolm Lindsay. De spaarzame invullingen en weloverwogen zuchten van de verschillende instrumenten kleuren de plaat met zachte tinten.

Het vraagt dan ook tijd om Pilgrim Road te omarmen, de rijke arrangementen vallen nauwelijks op en durven hun rechtmatige plaats schijnbaar niet op te eisen. Geen enkel nummer, of het zou "Miracle On 8th Street" (American Music Club) moeten zijn, klinkt luider dan noodzakelijk. Ditmaal zijn er geen rekeningen te vereffenen, er is alleen een terugblik op wat verloren is. Het levert kleine schetsen op die niet alleen de adem doen stokken maar een enkele keer zelfs het hart een tel laten overstaan.

Met een minimaal aan woorden wordt in "The Great Deceiver" de allerbelangrijkste vraag gesteld: "Where is my God and Savior, where is my Great Deceiverè" De vraag stellen is ze beantwoorden, maar dit is geen klacht noch een vertwijfeld schreeuwen naar de hemel. In de beste christelijke countryballadtraditie krijgt het nummer de allure van een hymne die troosten wil ondanks een verzwegen, bitter antwoord. "Vespers" stelt de vraag opnieuw, alleen is de laatste hoop vervlogen. Zoveel maakt de menselijke stem naakt en kwetsbaar ten over staan van de strijkers duidelijk.

"Let It Roll" (van de vorige plaat) was/is een monster van een song die brieste en stampvoette en die ene oerschreeuw "let it roll" met zoveel vitaliteit loeide dat de rest van de gelijknamige cd er bijna bij verbleekte. "The Pugilist" (Latijn voor bokser) is daar het antwoord op. De klap die volgt op de razernij, het vermoeide nahijgen wanneer de bebloede vuisten eindelijk hun pijn mogen uitschreeuwen maar er geen antwoord meer komt. De lust om verder te vechten is samen met de wil om te leven uit het lichaam gevloeid, er is alleen nog een murwheid.

Met de zelfmoordsong "Painter Blue" bereikt de plaat zijn hoogtepunt. De sprookjesachtige muzikale invulling verguldt en verbloemt de trieste realiteit en geeft aan de zinloosheid van het leven een speelsheid en lichtvoetigheid die een begrijpend instemmen en zelfs een zalvende troost bieden. Zou de dood dan toch niet het einde zijnè "Malpensa" lijkt eenzelfde idee toegenegen te zijn. Het is de enige song waarin het verlangen en geloof in betere tijden werkelijk doorschemeren mag. Zijn optimistische toonaard steekt schril af tegen de andere nummers, maar storen doet het nooit.

"Water And Roses" vormt dan weer een eenheid met "Jerusalem Bells", tweemaal is het immers een piano die de toonaard bepaalt, tweemaal vormen de strijkers en blazers een ingetogen erehaag voor Fishers warm stemgeluid, en tweemaal slaat de ontroering als een getrainde sluipmoordenaar toe. In "Phoebe" klinkt diezelfde combinatie minder drukkend maar het moet de duimen leggen voor "Lost Hours" dat in eenzelfde elan verder gaat en zijn verlies zonder bitterheid draagt.

Het leven als een pelgrimstocht zien zonder een duidelijk eindbestemming klinkt als een zwaktebod en goedkope metafoor, maar toch is het moeilijk om die overdenking niet te maken bij het beluisteren van Pilgrim Road. Misschien wel omdat Willard Grant Conspiracy op deze plaat durft terug te kijken op het verlies, de schaamte en de schande zonder in zelfbeklag of cynische spot te vervallen. De kerven in het hart zijn net weer iets dieper geworden.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =