INDIE_ROOTS_NOW :: Willard Grant Conspiracy, Centro-Matic :: 16 mei 2006, AB Box

Met de reeks "Now"-concerten wil de AB een staalkaart bieden van wat er op dit eigenste moment leeft binnen een bepaald genre. De acts die gisteren aantraden, slagen erin om zowel aansluiting te vinden bij de traditie, alsook moderne rock. Jammer dat het grote publiek er nog steeds geen oren naar heeft.

Bij de formule worden er steeds een paar grote(re) publiekstrekkers geprogrammeerd, zodat enkele beginnende of minder gekende acts de kans krijgen om voor een iets omvangrijker publiek te spelen. Zo was er onder meer Sleepingdog, een project van de Nederlandse Chantal Acda, die nog niet zolang geleden een straffe indruk wist te maken op onze man met haar band Chacda. Ook John Roderick van The Long Winters, en het in Engeland behoorlijk populaire Clearlake mochten het beste van zichzelf geven. Het aanbod van vijf bands op één avond is een genereus initiatief, maar helaas kreeg je door de korte duur van de concerten wel de indruk getrakteerd te worden op een avondje voorprogramma’s kijken.

Zo is het erg jammer om amper veertig minuten Willard Grant Conspiracy voorgeschoteld te krijgen. Robert Fisher, de volumineuze voorman van het steeds van bezetting wisselende collectief, werd tijdens zijn intieme set begeleid door Erik Van Loo en Jason Victor, respectievelijk bassist en gitarist bij Steve Wynns Miracle 3, en ook te horen op het laatste WGC-album, Let It Roll. Fisher, die duidelijk vereerd was eens te kunnen spelen in "the coolest living room on the planet", vergastte het publiek op een laidback set van zeven nummers en daarbijhorende verhalen.

De eerste albums liet hij links liggen, maar wat de aanwezigen wel te horen kregen waren enkele happen uit Everything’s Fine (o.m. "Drunkard’s Prayer"), Regard The End ("The Trials of Harrison Hayes" en "The Ghost Of The Girl In The Well") en het recente Let It Roll. Door zijn donkere bariton, die hem ergens tussen Mark Lanegan en Nick Cave plaatst, en de spaarzame begeleiding stond alles in het teken van geërodeerde noir melancholie. Er viel niet veel te lachen, maar dat werd gecompenseerd door de smeulende intensiteit en pure songs die passeerden. Een iets luchtiger "Flying Low", waarvoor Steve Wynn het trio vergezelde, was een mooi einde van een degelijke set die naar meer smaakte.

Will Johnson en de zijnen mogen dan wel afkomstig zijn uit Denton, Texas, België lijkt intussen wel een tweede thuis. Centro-Matic, de hardst rockende uitlaatklep van de man, is zowat de perfecte belichaming van de indie vs. roots-aanpak. Zowel puttend uit de klassieke Amerikaanse traditie als rammelend gitaarwerk, is het viertal erin geslaagd een evenwicht te vinden tussen het metier van de singer-songwriter en het onstuimige van een echte rockband. Hoewel er geen sprake is van een ’aparte’ bezetting (bas, drum, gitaar en de keyboards/viool van multi-instrumentalist Scott Danborn), is de band toch één van de meest herkenbare die je kan vinden. Dit is vooral te danken aan het schurende gitaarspel, maar vooral de unieke, verweerde stem van de enigmatische Johnson.

Hun laatste (intussen achtste) album Fort Recovery is al een tijdje uit, maar de nadruk lag evenzeer op het intussen reeds drie jaar oude Love You Just The Same. Melancholisch-rockende hoogtepunten uit dat album – "Flashes And Cables", "Argonne Limit Co." – leken moeilijk te evenaren, maar nieuwelingen "Triggers And Trash Heaps" en "Patience For The Ride" haalden moeiteloos hetzelfde niveau. Leuke extra’s waren de klassieke gruispop van "Blisters May Come", oudje "Good As Gold" (van hun debuut Redo The Stacks), en bisnummer "Love Has Found Me", dat Johnson zowaar aan het dansen bracht. Centro-Matic speelde rauw en een tikkeltje slordig, maar ook begeesterd. Het is dan ook een raadsel waarom zoveel mensen deze kelk nog steeds aan zich voorbij laten gaan.

DE FOTO'S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − vier =