Styrofoam :: ”Een kruising tussen Sebadoh en Jessica Simpson”

Vier jaar was het geleden dat we nog een Styrofoamplaat kregen van Arne Van Petegem. Het directeurschap van muziekcentrum Trix bleek uiteindelijk meer tijd in beslag te nemen dan gedacht, en het kwam er niet meer van muziek te maken. Keuzes moesten worden gemaakt, en zie: vandaag is er het nieuwe A Thousand Words en dat werd een onversneden popplaat.

Van Petegem: “Dat was de bedoeling! Al even zelfs, maar eindelijk is het gelukt. Niet dat het moeite gekost heeft: ik had al veel aanzetten en schetsen verzameld in de vier jaar die voorbij zijn gegaan sinds mijn vorige plaat Nothing’s Lost. Ik dacht eigenlijk dat ik al materiaal had voor een volledige plaat, maar uiteindelijk heb ik dan toch weer wat nieuwe nummers geschreven en vanaf dan kwam het erg vlot en natuurlijk.”
“Waarom het zo lang geduurd heeft? Omdat ik een job had en het bijgevolg druk had. Ik moest plots zelf vaststellen dat het al verdomd lang geleden was dat ik nog een plaat uit had en dat het er op die manier misschien nooit meer van zou komen. En dus heb ik de omstandigheden veranderd zodat het plots veel sneller ging. In tegenstelling tot wat ik dacht, bleek het niet mogelijk om Trix en muziek maken te combineren en dus heb ik de knoop doorgehakt. Ik deed het nochtans wel graag en ben dan ook nog wat betrokken bij Trix, maar ik kon het muziekmaken niet loslaten. Dat was geen optie voor mij.”

enola: Waarom moest het een popplaat worden?
Van Petegem: “Omdat ik zelf een heel grote popliefhebber ben. De meeste van mijn favoriete nummers zijn dingen die je kunt meezingen of -fluiten. Na de vorige platen hebben we ook veel live gespeeld en ik merkte dat ik de uptempo dingen veel leuker vond om te brengen. Het idee was dus om een plaat te maken met veel snelle nummers zodat we die ook live konden brengen. Afgewisseld met de rest, natuurlijk. En dat ging vanzelf. Ik luister ook veel naar meer dance-achtige elektronica tegenwoordig: veeleer Lindstrom of Villalobos dan de ‘moeilijkere’ dingen.”
enola: Je was het slaapkamercultuurtje beu?
Van Petegem: “Beu niet. En het is ook geen kwestie van me afzetten tegen, het woord is veeleer ‘ontgroeid’.”

enola: Je bent van label veranderd en hebt Morr Music achter je gelaten. Was dat moeilijk?
Van Petegem: “Voor mij was dat niet moeilijk. Het was een proces dat lang geduurd heeft en begonnen is in het najaar van 2005. Toen zijn we met Nothing’s Lost gaan toeren in de Verenigde Staten en links en rechts kreeg ik daar wat aanbiedingen van Amerikaanse labels. Tegelijkertijd merkte ik ook dat je de steun van zo’n label ook nodig hebt als je daar iets wil verwezenlijken. Het is veel moeilijker om van hieruit zulke dingen te gaan regelen. Ik heb de link dan ook snel gemaakt. Op Morr had ik ondertussen ook vier platen en die met Fat Jon uitgebracht en ik had het gevoel dat ik er uitverteld was.”

enola: Is het verhaal van dat label ook niet wat gedaan?
Van Petegem: “Dat weet ik niet. Met groepen als Seabear hebben ze toch weer iets dat aanslaat. Het gevoel van een happy family, zoals het in de begindagen was, is wel weg nu. Ik had vooral het gevoel dat ik met een vijfde plaat bij hen geen stap vooruit meer kon zetten. Het label had ook zelf zijn topniveau bereikt, ik denk niet dat het nog zal groeien. Ik wil heel hard iets van de grond krijgen in de Verenigde Staten en had niet het gevoel dat dat bij hen zou kunnen.”

enola: Uiteindelijk koos je voor Nettwerk. Waarom?
Van Petegem: “Met hen heb ik heel lang gepraat. Anderhalf jaar geleden voor het eerst, en ze bleven wekelijks mailen dat ze een plaat van me wilden uitbrengen. Ze gaan ook op een heel leuke manier met het digitale aspect om. Ze zitten op alle mogelijke downloadwebsites om hun platen te verkopen, maar ze organiseren ook allerlei leuke acties op andere sites. Zo kun je op threadless.com eigen T-shirtdesigns uploaden, waarvan de beste worden gemaakt en verkocht. We hebben mensen daar tourshirts laten ontwerpen en een track laten downloaden. Ze zijn echt mee.”
“Ook qua publishing hebben ze erg goeie contacten met de televisie- en filmindustrie. De man die mij heeft binnengehaald was vroeger music supervisor bij Six Feet Under. En op hun roster zitten ook erg leuke andere bands als Josh Rouse, Great Lake Swimmers … Tiësto ook (lacht).”

enola: Je zei dat je de opnames meteen ook helemaal anders kon aanpakken. Wat heb je daar anders gedaan?
Van Petegem: “De andere platen heb ik bijna volledig thuis opgenomen en afgewerkt. Dat ging heel gefragmenteerd: voor, tussen en achter andere activiteiten. Nu heb ik voor het eerst met een externe mixer in een studio opgenomen. De beginfase is nog thuis gebeurd, maar daarna ben ik twee keer tien dagen in Los Angeles geweest om de plaat af te werken. Ik heb nog nooit zo lang onafgebroken aan een plaat gewerkt. Elke morgen naar de studio om met die mensen aan de plaat te werken.”
“Ik wist dat ik mijn plaat wilde afwerken in een professionele studio en hem niet meer zelf wilde mixen. Op die manier kon ik meer aandacht hebben voor arrangementen, stemmen … Ik begon het een beetje absurd te vinden dat ik album na album alle muziek en teksten schreef, alles zelf speelde en zong, opnam, en dan nog eens ging afmixen. Daar hebben de meesten een hele groep muzikanten voor nodig en dan nog iemand extern. Ik wilde wel eens zien wat dat gaf als er een invloed van buitenaf bij kwam. Dan kon ik me concentreren op goeie nummers maken en inzingen. Ik ben immers geen professionele mixer, al doe ik het graag.”

enola: Producer was onder andere Wally Gagel, die dan wel ooit Sebadoh heeft gedaan, maar net zo goed Jessica Simpson. Waarom hij?
Van Petegem: “Toen ik met Nettwerk een aantal namen voor een producer overliep, kwamen we op een bepaald moment allebei op dezelfde uit. Dat zag ik als een teken. De voornaamste reden waarom ik voor hem koos is dat hij heel veel platen heeft gedaan die ik in mijn kast heb staan en dat zijn parcours zo grappig is: hij heeft heel veel van die klassieke indierock gedaan als Belly, Karate, Buffalo Tom … en daarna is hij ook gladde popproducties gaan doen. Hij heeft samen met Xandy Barry, die nu ook heeft meegewerkt, onder andere nummers geschreven voor The Backstreet Boys. Die combinatie vond ik schitterend. Ik kon dan zeggen dat mijn plaat dus een kruising is van Sebadoh en Jessica Simpson. (schatert) En hoe absurd dat ook klinkt, daar zit een grond van waarheid in want ik heb een echte indie-achtergrond, maar dit is wel een catchy popplaat. Ze vonden het zelf ook heel verfrissend om eens met mij te werken, na een aantal van die major popproducties. Na mijn plaat mochten ze de liveplaat van Rihanna mixen.” (lachje)

enola: Wat brachten ze aan?
Van Petegem: “Hun grootste inbreng zat in de arrangementen. Daar hebben we veel zwaarder op doorgewerkt. Thuis heb ik zo veel mogelijk materiaal opgenomen, in Los Angeles hebben we vervolgens gekozen wat we wel en niet zouden gebruiken. Dat is het voordeel als je geen groep hebt: je ontgoochelt geen tweede gitarist als je zijn partij genadeloos schrapt. Ook over zelf zingen heb ik veel bijgeleerd. Ik merk het als we nu optreden dat ik een betere zanger ben geworden, al klinkt dat misschien raar. Het was een voordeel dat ik mijn stem niet meer zelf moest opnemen: ik moest me niet zelf meer bekommeren of het goed werd opgenomen: ik zong gewoon uren aan een stuk. En Wally is natuurlijk ook een erg ervaren mixer. Zelfs de Rolling Stones heeft hij onder handen mogen nemen.”

enola: Ondanks die verbeterde zang, nodigde je toch weer een aantal gastzangers uit.
Van Petegem: “Ik vind het altijd leuk om een paar vrouwenstemmen op de plaat te hebben; ik hou wel van de klassieke boy-girlduetten. Het voelt toch anders aan dan Nothing’s Lost, waar de kern het werken met gasten was. Nu ligt de nadruk daar voor mij niet op. Die samenwerkingen gingen vanzelf en als zulke dingen zich aandienen, ga ik die niet uit de weg.”

enola: Over Styrofoam en het buitenland vond ik volgende gevleugelde quote: “D.A.A.U. en Styrofoam? Zeer groot in hun niches, maar te zeer niche om echt groot te zijn.” Deze plaat moet het ongelijk daarvan bewijzen?
Van Petegem: “Dat artikel. (lacht) Absoluut. Ik volg die perceptie wel hoor, maar ik heb zeker de ambitie niet om in een niche te zitten.”
enola: Ik denk dat je er met deze wel kunt uitbreken.
Van Petegem: “Natuurlijk. De dingen die we nu al kunnen doen, bewijzen dat. Ik vond het heel verfrissend om een tour lang het voorprogramma van Jimmy Eat World te mogen zijn en een publiek te bereiken dat volledig buiten die niche zit. Elke avond speelden we voor minstens 1800 man en dat ging telkens heel goed. We hebben ook wat shows in Engeland gespeeld en meteen wat promo gedaan. Ik heb net gehoord dat er een recensie in de NME komt. Geen idee of die positief zal zijn, maar het is toch fijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + zeven =