Transit :: ”We zijn al iets interessanter dan vroeger”

Met zijn debuut-e.p. wist Transit zijn grote voorbeelden niet te overstijgen, hoogstens te kopiëren. Nauwelijks een jaar later laat de groep echter een ander geluid horen, al geven de Gentenaars zelf grif toe dat ze nog lang niet staan waar ze willen.

De doorsneemuziekband stuurt zijn zanger of zangeres naar interviews, als frontman op en naast het podium hebben ze sowieso het meeste te vertellen. Bij instrumentale groepen ligt dat al iets moeilijker. Toch is bij Transit van bij de start duidelijk dat gitarist Nick Berkvens de spreekbuis is. Geen wonder dat hij namens de band aanschuift voor wat naar eigen zeggen zijn en Transits eerste interview is.

enola: Voor de opnames zijn jullie samen met Ansatz Der Maschine op tour getrokken. Hoe zijn jullie bij hem aanbeland?
Berkvens: “Matthijs (Matthijs Bertel, de man achter Ansazt, jbo) kenden we via onze drummer Koen, ze hebben nog samen gespeeld in Shore Leave. We leerden elkaar beter kennen, speelden al eens samen en toen het idee van de tour geopperd werd, hebben we er werk van gemaakt.”

enola: Hebben jullie de tour zelf georganiseerd?
Berkvens: “We hadden zowel van Hitch als Tomàn een aantal contactadressen gekregen, een deel van de optredens hebben we via hen geregeld. Andere optredens hebben we zelf geboekt via myspace en door ontmoetingen onderweg. Mensen die mensen kenden…”
“Het was zonder meer een fantastische ervaring! Voor het geld moet je het uiteraard niet doen. Je haalt wel wat uit de optredens en de cd’s die je tijdens die optredens verkoopt, maar daarmee kom je zeker niet uit de kosten.”

enola: Er zijn verschillende gastmuzikanten te horen op jullie album. Naast Matthijs is er onder andere Chantal Acda (Sleeping Dog, Chacda), die meezingt op “Thor”. Hoe ben je bij haar terecht gekomen?
Berkvens: “Chantal hebben we leren kennen tijdens een optreden in jeugdhuis De Klinker in Aarschot. Ze trad na ons op en zei al tijdens haar set dat ze graag met ons wou samenwerken. Ze heeft dan een paar keer met ons een livenummer gebracht, onder andere in de Cactus Club, toen we het voorprogramma van 65 Days Of Static verzorgden. Die song staat niet op de cd, maar waarschijnlijk brengen we hem nog apart uit in een kleine oplage.”

enola: Het ene plezier is blijkbaar het andere waard, want ik zag jou als muzikant bij Sleeping Dog in het voorprogramma van Iron & Wine.
Berkvens: “Chantal vroeg of ik zin had om met haar en Rutger Zuydervelt (Machinefabriek, jbo) mee te spelen in Eindhoven tijdens een improvisatiesessie. Ik had er eigenlijk geen zin in maar ze had me beloofd dat het een kleine club zou zijn. Maar het bleek helemaal niet zo kleinschalig te zijn. Ik bleek zelfs als vervanger van Craig Ward te zijn ingeschakeld… Eigenlijk had ze me er ingeluisd, maar het was wel een fijne ervaring. Voor haar optreden in de AB heeft ze me opnieuw gevraagd, samen met Dieter (Cuypers, jbo) om de set wat voller te laten klinken.”

enola: Ook Tomàn-leden Wouter en Lode Vlaeminck spelen mee.
Berkvens: “Ik wou me meer verdiepen in synthesizers en ben bij Lode gaan aankloppen. Het leek ons al snel eenvoudiger als hij en Wouter zelf mee zouden spelen op de plaat, wat in de song “Lucas” resulteerde. Ik had al een pianomelodie uitgedacht en daar heeft de rest op ingepikt. We hebben er dan nog wat geluiden en extra percussie aan toegevoegd.”

enola: Is dat jullie vaste manier van werken? Ik zou net verwachten dat jullie heel minutieus songs uitschrijven voor ze op te nemen.
Berkvens: “Een viertal nummers waren al af voor we de studio introkken, andere hebben we verder uitgewerkt tijdens de opnames. Bij “Thor” en “January” bijvoorbeeld hebben we ruimte gelaten voor improvisatie, terwijl “Lucas” op de pianolijn na puur in de studio ontstaan is.”

enola: Jullie hebben ook gebroken met het Explosions In The Sky-geluid dat op jullie e.p. nog heel dominant was. Was dat een bewuste keuze?
Berkvens: “We hebben ditmaal muziek gemaakt zonder die groepen in ons achterhoofd te houden, al waren we er ons wel van bewust. “January” had oorspronkelijk wel een EITS-uitbarsting maar we hebben een ander slot voor het nummer gezocht, net om die vergelijking te vermijden. Natuurlijk spelen we nog altijd postrock, maar de klank en zeker de ping pong delay-gitaar is veel minder aanwezig.”
“Ik denk dat we meer richting Godspeed evolueren. We durven meer los te laten. Het zou fantastisch zijn om gewoon de studio in te trekken en alles improviserend op te nemen. Maar je moet dat later live kunnen reproduceren. Bovendien zit je met het financiële aspect, zoiets lukt alleen maar als je jezelf een paar maanden opsluiten kan en in die trip blijft.”

enola: Set Fire To Flames doet het zo. De groep sloot zichzelf tijdens opnames een paar dagen op om improviserend muziek te maken. Natuurlijk spelen ze niet live, dat scheelt. Ik zou trouwens niet die vergelijking maken met Godspeed, ik ben eerder geneigd te zeggen dat jullie de aanzet tot een eigen geluid gevonden hebben. Het verschil met de e.p. is opvallend.
Berkvens: “De e.p. hebben we op drie dagen opgenomen, zonder dat we Dirk (Miers, de producer, jbo) of zijn studio kenden. Nu waren we niet alleen vertrouwd met hem en zijn werkwijze, maar hadden we ook tien dagen studiotijd ter beschikking die we over meer dan een maand konden spreiden.”
“Tijdens de e.p. was postrock voor ons ook nog heel nieuw. We waren onder de indruk van groepen als Mogwai en EITS, wat je ook hoort in onze oude songs. We hebben elkaar als groep in tussentijd beter leren kennen en die invloeden ook leren loslaten. Op onze plaat hoor ik duidelijk de evolutie die we doormaakten en nog steeds maken. We denken al aan de richting die we willen uitgaan voor onze volgende plaat.”

enola: Spelen jullie live dan nog oude nummers?
Berkvens: “Alleen “Matacabras”, omdat de song voor ons een overgang betekent en we het gewoon graag live spelen.”

enola: Een kritiek die ik opving, was dat jullie live heel statisch zijn. Is dat een ander aspect waar jullie aan hebben gewerkt?
Berkvens: “Zonder frontman is het sowieso niet eenvoudig om een publiek te begeesteren. Je hebt niemand die de aandacht trekt en het publiek meesleurt. Op het podium durven we al wat meer te tonen dat we ons amuseren. We zijn al iets interessanter dan vroeger, maar we zijn er nog lang niet.”
“Natuurlijk is het jammer dat het publiek je daarop afrekent. Mogwai is statisch maar niemand verwacht van hen iets anders. Als kleine groep moet je het publiek meekrijgen in je flow. En visuals zijn al te vaak gedaan, dat is geen optie.”

enola: Voor het artwork hebben jullie een schilderij gebruikt. Net als dEUS, alleen is het geen Michaël Borremans.
Nick Berkvens: “De cover is geschilderd door Pieter Degand, de broer van Koen (drummer, jbo). Hij heeft ook de achterkant gemaakt. In de inlay zie je een schilderij/tekening van ons vieren waarbij onze gezichten in elkaar overgaan. Dat schilderij is gemaakt Pieter De Clercq, een vriend.”

enola: Tot slot nog even over jullie muziek. Internationaal valt al snel de vergelijking met EITS. Hier in Vlaanderen is Tomàn een haast voor de hand liggende vergelijking, ook al klinken jullie heel anders. Waren Lode en Wouter niet bang dat jullie beide bands in een adem genoemd zouden worden? Jullie delen eenzelfde label.
Berkvens: “Wouter en Lode waren er niet als leden van Tomàn. Het zijn twee uitstekende muzikanten die een formidabel oor voor muziek en klank hebben. Ik geloof dat Wouter dit net doet omdat hij geïnteresseerd is in opnames en ervaringen wil opdoen. Zonder hem en Dirk zou ons album niet zo goed geworden zijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 15 =