The Spiderwick Chronicles




De voorbije twee jaar lijkt het een sport te zijn geworden om
aan het begin van vrijwel elke schoolvakantie te proberen een
nieuwe fantasy-reeks voor kinderen op te starten. ‘The Chronicles of
Narnia’
, ‘Eragon’, ‘The Golden Compass’,
you name it. Allemaal verhalen die lichtjes (of niet zo
lichtjes) op elkaar lijken en nu al openlijk solliciteren naar de
functie van “opvolger van Harry Potter”. Niet dat die functie snel
dreigt vrij te komen, nu bekend is geraakt dat de greedy
bastards
het laatste boek in twee delen zullen verfilmen, doch
dit geheel terzijde. ‘The Spiderwick Chronicles’ (zelfs de titel
lijkt een afkooksel van z’n voorgangers) is het meest recente
resultaat van die nieuwe trend, en zeker niet het slechtste.
Regisseur Mark Waters (die van het leuke ‘Mean Girls’) heeft er een
redelijk onderhoudende sprookjesfilm van gemaakt, gericht op de
gemiddelde niet-bijster-veeleisende achtjarige. Het gaat snel
vooruit en hier en daar zit er een aardige scène in, maar… wel,
erg logisch zit het allemaal niet in elkaar en het blijft tenslotte
een geheel derivatief product, een kopie van een kopie van een
kopie.

Na haar echtscheiding gaat Helen Grace (Mary-Louise Parker)
samen met haar drie kinderen in het oude, vervallen landhuis van
haar oudtante wonen. Die oudtante zit al jaar en dag in een
gekkenhuis omdat ze overal feetjes en trollen meent te zien, maar
al na enkele uren in het huis, ontdekken de kinderen dat er
inderdaad magische dingen aan de gang zijn. De puberende Mallory
(Sarah Bolger) en de tweeling Jared en Simon (allebei gespeeld door
de nieuwe kindster du jour, Freddie Highmore) ontdekken
dat het bos rond het huis inderdaad vol zit met toverwezens. Wat
best wel lollig had kunnen zijn, ware het niet dat de boze
Mulgarath (Nick Nolte) op de loer ligt, een kwaadaardig, van vorm
veranderend schepsel dat al tachtig jaar lang aast op de macht over
het toverbos. Om die macht definitief te grijpen, heeft hij een
boek nodig dat zich in het huis bevindt. Het is nu aan de kinderen
om te zorgen dat hij het niet in handen krijgt.

En zo zijn we dan vertrokken voor een simplistisch
goed-tegen-kwaad verhaaltje, dat waarschijnlijk tot mislukken
gedoemd zou zijn geweest als de makers het niet met een knipoog
hadden geserveerd. Eén van de grootste problemen met zowel ‘The Chronicles of
Narnia’
als ‘The
Golden Compass’
was het totale gebrek aan humor in de films.
Het ging over pratende dieren, faunen, heksen en weet ik veel wat
nog allemaal, maar het nam zichzelf dodelijk serieus en verliep dan
ook met het bombast dat daarmee gepaard gaat. ‘The Spiderwick
Chronicles’ is allesbehalve een voltreffer, maar de luchtigheid
waarmee Mark Waters zijn verhaal benadert, is in ieder geval
verfrissend (en zorgt er ook voor dat je de gebreken in z’n prent
makkelijker door de vingers ziet). De slechteriken in deze film kun
je bijvoorbeeld simpelweg van kant maken door er tomatensaus op te
gieten. En wanneer een nietsvermoedende autobestuurder een (voor
hem onzichtbare) trol omver rijdt, gechoqueerd uitstapt en vraagt:
Did I hit anything?, luidt het antwoord opgelucht:
“Godzijdank wel, ja.” En zulke momentjes zijn er nog, meer dan
genoeg om het publiek te laten weten dat niemand dit allemaal
serieuzer neemt dan noodzakelijk.

Bovendien zijn er een aantal actiescènes die echt wel werken:
Mallory en Jared die in een ondergrondse tunnel op de vlucht zijn
voor een onsympathiek slijmerig creatuur, levert een knappe
suspensescène op. En ook de aanloop naar de finale, waarin het
gezin zichzelf in het huis verschanst voor hun last stand,
weet best wat spanning uit te lokken.

Zoals wel vaker in dit genre is het echter het scenario dat niet
mee wil. Dat het verhaal van ‘The Spiderwick Chronicles’ is
samengesteld uit afdankertjes van gelijkaardige
franchises, spreekt voor zich. Erger is dat dat verhaal,
ook op zichzelf genomen, vaak niet weet te overtuigen. Zo wordt
Mulgarath voorgesteld als de ultieme boosdoener, die, als hij het
boek in zijn bezit krijgt, “het machtigste wezen op aarde kan
worden – misschien wel ter wereld”. Dat klinkt erg onheilspellend,
maar we moeten de makers op hun woord geloven dat dat inderdaad zo
is. Want Nick Nolte komt nauwelijks tien minuten van de speelduur
even kijken, om zijn onderdanen uit te schelden en hard met zijn
voeten te stampen – niet vriendelijk, maar als je mij ‘s morgens
treft voordat ik een douche heb genomen en een koffie heb
gedronken, ben ik nog veel erger. Bijster veel dreiging gaat er
niet van hem uit, en daarbij: als hij dan toch zo machtig en
gevaarlijk is, waarom heeft hij dan een boek nodig om zijn doelen
te bereiken? Sterker nog: waar bevindt zich precies die toverwereld
waar hij de macht over wil grijpen? We zien in de film hooguit drie
magische personages die niet tot de entourage van Mulgarath
behoren: Thimbletack (stem van Martin Short), een schepseltje dat
in het huis het boek bewaakt, en Hogsqueal (stem van Seth Rogen),
een vraatzuchtig semi-hangbuikzwijn dat een handje komt toesteken,
aangevuld door enkele feetjes die absoluut niks doen behalve
rondfladderen en mooi wezen. De wereld die Mulgarath wil veroveren,
bestaat schijnbaar alleen maar uit een verlaten stukje bos waar hij
het tóch al voor het zeggen heeft. De inzet van de strijd die zich
ontwikkelt, komt dan ook bepaald niet prangend over.

Dat zijn natuurlijk bedenkingen die het prepuberale doelpubliek
zich niet zal stellen – net zoals dat doelpubliek zich ook niet zal
ergeren aan de banale conflicten binnen het gezin (Jared verwijt
zijn moeder de echtscheiding en rebelleert, o jee toch!), die een
minimum aan diepgang moeten voorzien, maar vooral obligaat en
oninteressant overkomen. Nee, waar de doelgroep naar kijkt, is naar
de CGI (die knap is) en naar de actiescènes (die misschien niet
geweldig zijn, maar op z’n minst oké). Als bonus krijgen we
overigens een verrassend goede acteerprestatie van Freddie
Highmore, die hier een erg natuurlijke dubbelrol speelt. Hij weet
twee heel verschillende karakters te suggereren, die er toch
hetzelfde uitzien en slechts op een marginaal verschillende manier
spreken. ‘t Is mooi hoe hij dat onderscheid tussen de personages
weet te bewaren en overtuigend te maken.

Als er maar eens wat meer degelijk jeugdamusement uitkwam, dan
zou ik ‘The Spiderwick Chronicles’ niet moeten aanraden. Zoals het
is, worden we zo regelmatig overstelpt met zielloze kiddie
crap
dat de film toch boven de meute uitsteekt, gewoon al
omdat hij niet slecht is. Je zult je niet vervelen, en je kinderen
zullen er waarschijnlijk wég van zijn omdat ze niet beter weten.
Beslis vooral zelf of dat voldoende reden is om naar de bioscoop te
trekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 9 =