Cat Power :: Jukebox

Als Cat Power zich aan een cover waagt, mag je iets verwachten. Ook Jukebox, haar tweede coverplaat, toont de zangeres als een grote vertolker met een unieke stem.

Het meest opmerkelijke aan The Covers Record, Cat Powers vorige plaat vol interpretaties van andermans werk, was vooral dat die niet aanvoelde als zijn titel. Zonder voorkennis van de originelen zou je gezworen hebben dat het om twaalf nummers van haar hand ging. Of ze nu werk van The Rolling Stones of The Velvet Underground zong; als Chan Marshall zingt dan is de song van haar, zo bleek. Op Jukebox waagt ze zich opnieuw aan een stel groten, opnieuw klinkt het onverminderd als Cat Power.

Deze keer zocht Marshall de inspiratie overwegend in de rootsmuziek met een evenwichtige verdeling tussen soul-, blues- en countrynummers. Telkens opnieuw graaft ze naar de essentie van de song, ontdoet ze die van alle franje en kerft ze tot op het bot. In tegenstelling tot het erg spaarzame The Covers Record krijgt ze daarvoor deze keer steun van Dirty Delta Blues, een allstarband met leden uit Dirty Three, Jon Spencer Blues Explosion en Lizard Music, die de songs telkens van de gepaste inkleuring voorziet. Grote namen als Spooner Oldham, Larry McDonald, Teenie Hodges en Matt Sweeney steken daarbij af en toe ook een handje toe.

"New York" is de opener die de toon voor de plaat zet zoals "(I Can’t Get No) Satisfaction" dat op The Covers Record deed: een sufgedraaide klassieker die slechts te herkennen is aan de tekst en volledig herwerkt wordt door Marshall. Het swingnummer van Sinatra krijgt hier een laidback bluesy en soulvolle versie waarin Marshalls hese stem uitstekend tot recht komt.

"Ramblin’ Man" van Hank Williams wordt in Cat Powers Jukebox "Ramblin’ (Wo)man" en krijgt een bluesjasje aangemeten dat het nummer niet misstaat. "Silver Stallion" van het supersterrenvehikel The Highwaymen (Johnny Cash, Kris Kristofferson, Willie Nelson, Waylon Jennings) wordt ontdaan van zijn gruwelijke kitscherige eightiesverpakking en opnieuw herleid tot de countrysong die er al van in het begin onder zat: klein en ingetogen, met een lapsteel op de achtergrond. Tweemaal knap.

Niet alles ligt Marshall echter zo goed als ze zelf zou willen. Anderhalf jaar geleden toerde ze met het materiaal van The Greatest in een soort van soulrevue waarin ze krachteloos ten onder ging, op Jukebox waagt ze zich aan een aantal echte soulklassiekers die haar net zo goed minder afgaan. "Aretha, Sing One For Me" van George Jackson klinkt slapjes in haar versie en ook James Browns "Lost Someone" mist de orkaankracht die dit soort muziek vereist. Dan is ze beter in haar element in "Woman Left Lonely", een desolate blues die ze van Janis Joplin leent.

Hét prijsbeest hier is wat Marshall maakt van Billie Holidays "Don’t Explain": een warme, pakkende song die bitterzoet troost zoals de tekst dat vereist. Huiveringwekkend mooi van begin tot einde. Chan Marshall heeft de mooiste stem van het moment en bewijst op Jukebox voor de tweede keer dat ze ook sterke interpretaties kan neerzetten. Wie snel is kan ook nog een uitgave van het album meepikken met een bonus-cd waarop Cat Power nummers van Nick Cave, Roberta Flack, Patsy Cline, Hot Boys en Moby Grape aanpakt. Doén, zouden we zeggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =