Beirut :: The Flying Club Cup

Voor Diggers van: Yann Tiersen, The Felice Brothers, Tom
Waits.

In de rest van onze kapitalistische wereld is Zach Condons one
man band
nog onontgonnen gebied, maar in ons Belgenlandje –
dat we sinds kort ook weer zo mogen noemen – gooit deze man onder
de naam Beirut hoge ogen met zijn typisch allegaartje van Franse
chanson en balkanmuziek. Single ‘Nantes’ was de soundtrack voor de
Music for Life spot van Studio Brussel en album ‘The Flying Club
Cup’ werd zowel in Focus Knack als De Standaard bestempeld als dé
doorbraak van 2007. Zoals het vaak voorkomt, is het niet al lof wat
de klok slaat voor Beirut, of hij ook van enola een medaille
d’honneur
mag toevoegen aan zijn rijkgevulde palmares, is nog
maar de vraag!

In het wereldje van muziekkenners en bloggers was Zach Condon al
geruime tijd the next big thing. Zijn debuutalbum Gulag Orkestar werd
opgehemeld in het kwadraat en is even eigenzinnig en ontwapenend
als ‘The Flying Club Cup’. De invalshoek is echter veranderd: waar
‘Gulag Orkestar’ ontstond uit zijn verblijf in Amsterdam en niet
echt één plaat vormt, is opvolger ‘The Flying Cup Club’ een
afgerond geheel met vele invloeden uit zijn leven als Parisien.
Desalniettemin zijn ook de analogieën frappant: de eigenheid van
Beirut wordt grotendeels gevormd door typische rudimentaire songs
en Condons uiterst fragiele stem, die wat doet denken aan Rufus Wainwright en
de vroege Thom
Yorke
. Ook het voortdurende gebruik van koperblazers, waarmee
Condon veelvuldig omspringt, vormt mede het magische en dromerige
karakter van zijn muziek.
Typevoorbeelden van die georganiseerde chaos zijn niet schaars op
‘The Flying Club Cup’: ‘A Sunday Smile’ – vlijende trompetmelodieën
en melancholische samenzang, ‘La Banlieu’ – geïmproviseerde
speeltuin tussen accordeon en piano, ‘The Penalty’ –
ongecompliceerde popsong met enkel Condons breekbare stem en
ukelele – en ‘Cliquot’ – mooiste nummer van de plaat, dat wat doet
denken aan Yann Tiersen met zijn bitterzoete symfonieën tussen
accordeon en strijkers.

Het ‘moeilijke-tweede-plaat-syndroom’ heeft Beirut dus makkelijk
doorstaan. Met zijn volstrekt unieke sound, de verrassende
composities, zijn gekwelde stemgeluid en introverte karakter, heeft
deze 21-jarige Amerikaan alles om een hele grote te worden.
Muzikale begaafdheid gecombineerd met zijn eigenzinnige feeling om
te blijven hangen en te ontwapenen zijn manifest.

Op het tweede deel van de plaat bewijst Zach Condon dat hij ook
bedreven is in andere muziekstijlen: ‘Forks and Knives (La Fête)’
neigt erg naar Tom Waits met een
sfeer van ingetogen vreugde en gelatenheid. In de song ‘In the
Mausoleum’ speelt de piano dan weer protagonist, waardoor het
nummer zelfs een beetje swingt. Condon slaagt er wederom wonderwel
in het een heel eigen touch te geven door in het instrumentaal
gedeelte klezmer- en zelfs Arabische invloeden te laten opdraven.
‘Un dernier verre (pour la route)’ is dan weer een klassieke
pianoballad die wat doet denken aan Sufjan Stevens, waarin hij met
klagerige stem zingt dat “The world moves on and
on”.

Waar ‘Cherbourg’ dan weer bulkt van de koperblazers en ontketende
percussie, is ‘St. Apollonia’ de ingetogenheid zelve. Een intrieste
vibratotrompet die zich aanschuurt tegen Condons doorleefde stem,
meer moet dat niet zijn.
Laatste track van de plaat is tegelijkertijd ook de titeltrack:
‘The Flying Club Cup’ is Beiruts ode aan la douce France:
roffelende drums, schellende trompetten en Condon die zich volledig
laat gaan: “I can’t make it all alone, I ‘ve built my dreams
around you.”

‘The Flying Club Cup’ is een plaat om de vingers bij af te likken.
In deze tijden van reünies en artiesten die het ene doorslagje na
het andere produceren, zijn artiesten als Beirut onmisbaar om ons
hart te verwarmen. Aanrader!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + dertien =