Monsoon :: The King Of Eyes, Tits and Teeth

België is een land dat bijeengehouden wordt door, maar tegenwoordig vooral ten onder dreigt te gaan aan symbolen. Symboliek verblindt de rede en verdringt wat écht telt naar de achtergrond. Laat iedereen maar eens een voorbeeld nemen aan Monsoon, dat leden telt uit de drie gewesten en dat vanuit de achtergrond nu al voor de vierde keer de beste Belgische plaat van het jaar heeft gemaakt. Onze ziel en ons hart zijn hun gewijd.

Het is zeer verleidelijk om weer een halve goddeau-pagina te wijden aan de vergeefse vraag waarom het geniale Monsoon nog steeds als een goed bewaard geheim door het Belgische muzieklandschap dwaalt wegens veel te weinig bekend en dus onbegrijpelijk onbemind. Foert. Laten we nu vooral beklemtonen waarom en hoe Monsoon nog maar eens 95 procent van zijn Belgische collega’s kop-in-kas terug naar af stuurt.

The King Of Eyes… zet de veelzijdigheid van de band in de verf. Monsoon klauwde, beet, gromde en dreigde vooral op de vorige platen. Nu verleidt de groep meer, de klankkleur is er een van zwoele maar steeds weer onbehaaglijke erotiek. De rol van Delphine Gardin, de uitmuntende zangeres, is daarin bepalend, zonder het belang van de rest van het kwintet in de schaduw te zetten. Monsoon heeft voor het eerst met een producer gewerkt en voor het eerst een echte popplaat gemaakt die naar de radio lonkt, zonder daarvoor op de rug te moeten gaan liggen. Pop heeft in de wereld van Monsoon de allures van een intrigerende hallucinatie.

Het is gewoon meesterlijk hoe Monsoon zijn eigen geluid als kompas gebruikt bij het verkennen van nieuwe wegen. De moordende baslijn van opener "Big Dog", waarna Gardin in je nek hijgt, voelt aan als thuiskomen. Dít is Monsoon: je meelokken, uitdagen, laten uitschijnen dat niets zal worden wat het aanvankelijk lijkt. En ook al ben je gewaarschuwd, het fantastische "Time" slingert je toch heen en weer: een schijnbaar hulpeloze Gardin bezingt haar liefde op een bedje van troostende keyboards, tot de gitaren van Joël Grignard kerosinevlekken op de lakens achterlaten, waarna een prachtige viool het boeltje mag opkuisen.

Ook al heeft Monsoon reeds bewezen niet onderricht te moeten worden in het schrijven van aanstekelijke, venijnige rocksongs (luister maar eens naar pakweg "Charlie King" op voorganger The Weird Zoo), ze klonken zelden of nooit zo rechttoe rechtaan als op het vuile en heerlijk gedrumde "Decadent Dandy", een van de beste driekleurige lappen rock van dit jaar. Zonder zo’n prikkende bolster roept "Hit And Run" dan weer herinneringen op aan Magnapop in de jaren negentig. In fors contrast daarmee staat het alles en iedereen verstommende, intimistische "Love me": zo onschuldig klonk Gardin nog nooit.

Dat weemoedige schoonheid voor het eerst in zulke mate mee de sfeer van een plaat van deze Belgische ongeslepen diamant bepaalt, wordt helemaal duidelijk in het daaropvolgende, uitmuntende "Gold", een nummer dat de gordijnen waarachter elke stad zich ’s avonds verschuilt, knipogend opentrekt en een schoonheid onthult die even ontroerend mooi is als het bruggetje in de song zelf. "Stories Of Love" heeft dan weer hartbenevelend mooie vioolarrangementen en klinkt als een song die Sioen al jaren probeert te schrijven maar nooit zal benaderen. En wanneer afsluiter "Quiet Exile" zich ten slotte nog mag kronen tot de "Paranoid Android" der nachtclubs, hoop je dat het nooit meer dag wordt.

Rond Monsoon hangt tegenwoordig een onweerstaanbaar parfum van een in dit land veel te weinig gehoorde sierlijkheid, elegantie, en een bijna wiskundige perfectie die koud en warm tegelijk aanvoelt. Of de band nu ramen doet barsten door tomeloze razernij zoals op de vorige platen of er met ademwolkjes de mooiste dingen op tekent zoals op deze plaat: Monsoon is méér dan een groep, het is een sfeer waarin België en wijzelf veel meer ondergedompeld zouden moeten worden. Belgische groep van dit decennium.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − tien =