Amy Winehouse :: 30 oktober 2007, AB

Komt ze of komt ze niet? Voor dit soort kicks kunt u alleen bij Amy Winehouse of Babyshambles terecht. (Met de programmering van beiden is het een goed seizoen voor de AB.) Wij trotseerden de woekerprijzen (120 euro, iemand?) van de zwarte markt, vonden een eerlijke verkoper en maakten ons op om bedrogen te worden. Voor u.

Ja, ze kwam. Met drie bussen tegelijk zelfs. En een artistieke retard van een half uur. Om ons gedurende de volgende negentig minuten volstrekt onberoerd te laten.
Afgaande op haar albums had Amy Winehouse daar nochtans geen enkele reden toe. In 2004 was ze met haar authentieke jazz- en soulinvloeden en sarcastische ondertoon de trap in de ballen van de Joss Stones en Katie Melua’s die toen de wereld regeerden. Begin dit jaar kwam Back To Black, na enthousiast geschal van de loftrompet door de connaisseurs van over Het Kanaal, eindelijk ook bij ons terecht. Een brok miserie, verhuld in Motown-orkestraties met vrolijke blazers, tamboerijnen en sha la la’s. De ballenknijpende brutaliteit uit haar eerste plaat werd ingeruild voor bloedeerlijk liefdesverdriet.

De promotiecampagne voor deze runner-up van onze eindejaarslijstjes verliep evenwel vreemd. Winehouse dronk zich openbaar te pletter, verminkte zichzelf tijdens interviews, beschouwt rehab — alsook de gevangenis — als een duiventil, trouwde en sloeg even later haar echtgenoot verrot en… annuleerde om de haverklap concerten.
Een Amy Winehouse-concert is dan ook een fenomeen geworden. Komt ze? Zal ze dronken zijn? Of misschien gedrogeerd? Muziek wordt bijzaak, ook voor de artieste zelf, zo blijkt.

Vanaf de eerste seconde wordt dit pijnlijk duidelijk. Geen grootse entree zoals het een soulzangeres betaamt: Winehouse — hoge wit-zwarte hoed, rode mini-jurk — staat onzichtbaar te wezen. Voor we het weten zijn er al drie nummers geneuzeld. Geneuzeld, want meer dan scherpe, onverstaanbare klanken valt er niet op te merken. Het geluid, afkomstig van een eigen geluidsinstallatie — die bussen moeten gevuld worden — is om te huilen. De dag voordien speelde Winehouse nog in de Amsterdamse Heineken Music Hall, die een stadiongeluid waardig is. De AB heeft echter een veel kleinere capaciteit en behoeft dus een subtielere aanpak, maar dat is buiten Winehouses crew gerekend. De blazers en de drum worden naar de voorgrond gemixt en dringen de gitaren en stemmen naar achteren.

Op het podium doen ze hun uiterste best om het vermakelijk te maken. Oude lampenkappen suggereren gezelligheid, muzikanten dragen pruiken, grote zonnebrillen en Hawaï-slingers. De twee backing vocals verliezen zichzelf in enthousiaste, groteske danspassen waar we nerveus van worden. Maar nooit wordt het echt warm op dat podium.
Amy Winehouse is een karikatuur van zichzelf. Apathisch en ongeïnspireerd rammelt ze het grootste deel van haar laatste album af. Voortdurend schikt ze haar borsten op hun plaats, frunnikt ze in haar Bobbie Gentry-kapsel en wordt ze bij iedere slok van haar drankje toegejuicht door het publiek. Dit heeft niets meer te maken met soul, dit heeft zelfs niets meer te maken met muziek.

Opvallend veel ska en reggae passeren de revue, met covers van The Specials ("Monkey Man" en "You’re Wondering Now") en Johnny Nash ("Cupid", in de soulversie van Sam Cooke). Hier geen The Dap-Kings II. The Dap-Kings, de backing band van Sharon Jones (vorige week een miljoen keer straffer op ditzelfde podium) verzorgde met stuwende funk de studioversies van Back To Black. De band die nu achter Winehouse staat vertoont geen greintje passie en staat zichtbaar de minuten af te tellen.

"Rehab" wordt afgehaspeld, waarna er snel wordt teruggekomen voor "Love Is A Losing Game" en de Zutons-cover "Valerie", een productie van Mark Ronson.
Zo, Amy Winehouse was in de AB, en we hebben er allemaal minstens 33 euro aan uitgegeven. Diegenen die daar hartzeer van hadden, waren dan ook de enigen die zich enthousiast voordeden. De rest citeerde la Winehouse zelf: "What kind of fuckery is this?"

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =