Ulver :: Shadows of the Sun

Jester/The End, 2007

De nieuwe
Radiohead
is net uit, en dat is groot nieuws. Het gaat immers
om een band die zichzelf en zijn fans voortdurend op de proef heeft
gesteld met vernieuwing zonder de goede song uit het oog te
verliezen. Wat minder bekend is, is dat ook de nieuwe Ulver – Noors
voor “wolven” – net uit is. Dat is een spijtige zaak, want ook hier
gaat het om een band die experiment en kwaliteit altijd hoog in het
vaandel heeft gevoerd. De Radiohead van de black metal, zo u wil.
Die vernieuwing is grotendeels de verdienste van de muzikale
duizendpoot die Kristoffer Rygg heet, of Garm voor de
metalvrienden. Via diverse projecten – buiten Ulver gaat het vooral
om Borknagar en Arcturus – heeft deze zanger immers mee de
geschiedenis geschreven van de duistere muziek van de afgelopen 15
jaar. Om de nieuwe plaat beter te situeren is er dan ook nood aan
een kort overzicht van Ulvers grillige maar geweldige
parcours.
De band start zijn carrière met ‘Bergtatt’, een cd die folk en
black metal op een vernieuwende manier samensmeedt. Op het
daaropvolgende ‘Kveldssanger’ kiepert men alle metalinvloeden
echter overboord en houdt men enkel de folkelementen over. Alsof
dat nog niet voldoende fans vervreemd heeft, schrapt de band
vervolgens alle folkinvloeden en schrijft het het
Darkthrone-achtige ‘Nattens Madrigal’.

Waren Ulvers exploten in die “Blackmetal Trilogie” nog relatief
verteerbaar voor de gevestigde metalwereld, dat verandert met het
thema-album over William Blake´s ‘Marriage of Heaven and Hel’l.
Century Media vindt die – nochtans briljante – dubbel-cd te ver
gaan en Rygg richt dan ook zonder verpinken zijn eigen label op,
Jester Records genaamd. Het oorspronkelijke plan is om een nieuwe
trilogie te beginnen, ditmaal over drie schrijvers, maar het enige
restant daarvan buiten het Blake-album – het geweldige ‘Gnosis’,
over Arthur Rimbaud, belandt op de mini-cd ‘Metamorphosis’. Die
titel is duidelijk niet toevallig gekozen. Zo verwerpt de band op
de hoes expliciet het blackmetal-label en verruilt het zijn vorige
geluid voor een imaginaire soundtrack bij de moderne grootstad. Die
elektronische escapades worden verder uitgewerkt op ‘Perdition
City’ – een van de voornaamste invloeden van de latere The
Gathering – en twee mini´s die later gebundeld worden als
‘Teachings in Silence’. Was het Blake-album een staalkaart van
Ulvers brede muzikale en vocale kunnen, dan richt de band zich
vanaf nu steeds meer op instrumentale en minimalistische geluiden.
De Noorse filmindustrie heeft de hint begrepen en Ulver wordt dan
ook aangezocht voor verschillende soundtracks, waarvan die voor
‘Svidd Neger’ ongetwijfeld de meest geslaagde is. De elektronische
fase van Ulvers carrière wordt afgesloten met het wisselvallige
remix-album ‘First Decade in the Machines’.

Dat brengt ons bij de voorlopig laatste fase van Ulvers
metamorfose. Na folk en blackmetal, elektronische en
minimalistische muziek keert de band met ‘A Quick Fix of
Melancholy’ en het geweldige ‘Blood Inside’ terug naar een meer
gelaagde en klassiek-geïnspireerde vorm van experimentele metal.
Die lijn wordt doorgetrokken op het nieuwe ‘Shadows of the Sun’, al
zijn er opnieuw opvallende verschillen met de vorige Ulver-sound.
Voor al wie vertrouwd is met het felwitte artwork en de muzikale
megalomanie van de vorige cd, is het alleszins wennen aan het
pikzwarte boekje en de opvallend subtiele klanken van de nieuwe
plaat. “The sun is far away”, zo opent Garm de eerste
track, en het wordt dan ook al snel duidelijk dat deze cd in
verschillende opzichten Ulvers Black Album is. Zoals verschillende
songtitels al suggereren, is dit album een pijnlijke, maar ook
troostende studie over dood en depressie. Bevatte ‘Perdition City’
music to an interior film, dan vind je op ‘Shadows of the
Sun’ vooral music to an interior funeral. En dat levert
negen bloedmooie tracks op. Negen kippenvelmomenten.

De opener ‘Eos’, bijvoorbeeld, tovert een zalvend orgeltapijt
tevoorschijn waarin Garms bariton afgewisseld wordt met een
vervormde stem – denk aan ‘Blinded by Blood’ of, waarom niet, Moby
– die op een hartverscheurende manier een begrafenis lijkt in te
zegenen. Daarna volgt ´All the Love´, een meer upbeat track die
opent met echoënde stemmensoundscapes, overgaat naar een jazzy
saxofoon en afsluit met twee briljante pianolijnen. Eén die
rechtstreeks uit Arcturus’ ‘La Masquerade Infernale’ lijkt
weggelopen en één die de song afsluit alsof het niet om een
metal-cd, maar om een briljant klassiek concerto gaat. ‘Like Music’
is dan weer een track die halverwege abrupt van sfeer wisselt; na
het pianowerk van het begin, breekt ineens een verontrustende
soundtrack los die aan ‘Perdition City’ herinnert. Daar sluit
‘Vigil’ naadloos bij aan; de track start met een dialoog tussen
piano en glitch, waarna Garm zijn angstaanjagende wake inleidt.
Vervolgens voert de geweldige titeltrack een pianomelodie ten
tonele waar zelfs Satie jaloers op zou zijn. En dan voegt Ulver een
duivels efficiënt laagje triphop toe. Voor alles abrupt verandert
en er enkel een bevreemdende soundscape overblijft.

Daarop volgt ‘Let the Children Go’, een van de minder toegankelijke
tracks die na verloop van tijd echter steeds meer van zijn
schoonheid ontvouwt. Luister maar eens naar de passage waarin Garm
zingt over kinderen “asking us why must they die”.
Vervolgens toont Ulver op een meesterlijke wijze dat het zowel
spiritueel gezien nog altijd een metalband is als muzikaal gezien
veel meer dan dat. Garm en de zijnen leveren met ‘Solitude’ immers
de meest verrassende en geslaagde cover van het jaar af. De song
van Black Sabbath wordt herleid tot een jazzy basslijn, een David
Sylvian/Nine Horses-achtige saxofoon en een ritmische zang die de
perfectie ver overstijgt. Een klassieker in wording. Daarna voert
Ulver opnieuw een oorstrelende pianomeditatie ten tonele,
‘Funebre’, waarop Garm één van de vele zanghoogtepunten bereikt met
zijn breekbare “into the sunset”. De muzikale schatkist
wordt abrupt gesloten met ‘What Happened?’, een track die
onheilspellend begint, overschakelt naar een briljante dialoog
tussen klokken en piano – het soort nooit-voordien-gehoorde
geluiden dat je enkel op een Ulver-plaat vindt , en met een
combinatie van soundtrack en stilte eindigt.

Iemand heeft Ulver ooit omschreven als “art metal”, en dat is een
goede omschrijving, al klinkt ze wat lullig. Want ‘Shadows of the
Sun’ klinkt als kunst. Koude kunst, want het roept een muzikaal en
tekstueel trieste sfeer op, al wordt die ruimschoots gecompenseerd
door de warmte van Ulvers klanken. ‘Shadows of the Sun’ bevat
bovendien zoveel mooie songs – het gaat nooit om de vernieuwing om
de vernieuwing – dat het voor Garm en de zijnen wel een koud
kunstje lijkt. Hoe dan ook, deze plaat is verplichte kost voor alle
fans van soundtracks, experimentele metal, originele bands, en
goede muziek. Je kan de cd uiteraard ook apart bestellen, maar
www.jester-records.com biedt de fans – op een vergelijkbare manier
met Radiohead – ook een pakket met allerlei extraatjes aan.
Aangezien Garm en de zijnen geen miljonairs zijn zoals Thom en
kompanen, weet de ware muziekliefhebber dan ook wat hij of zij moet
doen. Tast in de portefeuille en join the Wolves Preservation
Society.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + zestien =