Die Fälscher




De holocaust begint stilletjesaan gezichten te krijgen. Na de
jarenlange schaduw van de onmenselijke wandaden, laat de
traumatische oorlogsperiode steeds meer zonlicht toe op de donkere
bladzijde uit de geschiedenis die ze bestrijkt. De hoop van
‘Schindler’s
List’
, de muziek van ‘The Pianist’ en vorig
jaar nog de existentiële mijmeringen van ‘Fateless’. Telkens
opnieuw verhalen waar de mensen op het voorplan treden, in plaats
van de anonieme verschrikkingen (nog iemand nood aan een docu
waarin bulldozers lijken ruimen?). ‘Die Fälscher’ volgt die trend
met verve. De Oostenrijkse prent vertelt het waargebeurde relaas
van Salomon Sorowitsch, een talentvolle vervalser die werd ingezet
om de war machine van de nazi’s draaiende te houden. Voor
de verandering krijgen we eens niet de confrontatie met de gruwel
in de concentratiekampen, maar het bijna avontuurlijke verhaal dat
zich afspeelde in de barak naast de horror.

Berlijn, 1936. Meestervervalser Salomon Sorowitsch (Karl
Markovics) is dé man. De nationalisten maken hun opmars, maar een
egoïstische Sorowitsch trekt er zich weinig van aan. Zijn
luxeleventje komt echter abrupt tot een einde wanneer hij net iets
te lang blijft hangen aan het lijf van een bevallige deerne. Hij
wordt opgepakt door een zekere inspecteur Herzog (Devid Striesow)
en naar de concentratiekampen gestuurd. Nadat hij zijn artistieke
kwaliteiten heeft uitgespeeld, wordt hij overgeplaatst naar
Sachsenhausen. Gescheiden van de échte dodenkampen moet Sorowitsch
zijn talenten ten dienste stellen van een grootschalige vervalsing.
Met de Bernhard-operatie hopen de nazi’s de oorlog op economisch
vlak naar hun hand te zetten. Sorowitsch krijgt, samen met een
aantal lotgenoten, een relatief bevoorrechte behandeling (ze hebben
een pingpongtafel, weet je wel) zolang ze succes boeken met de
valsmunterij. Zij leven, maar hun daden zorgen ervoor dat de nazi’s
de bovenhand kunnen halen. En toen kwamen de muizen aan het geweten
knagen…

Hoe cynisch het ook mag klinken, de holocaust is een geweldige
bron voor drama. Je zou bijna denken ‘zijn ze daar terug met een o
zo aangrijpend holocaustdrama die de kijker als een zielig hoopje
as moet achterlaten?’, mocht ‘Die Fälscher’ niet op zulk een
discrete wijze omgaan met zijn onderwerp. Het verhaal wordt
namelijk verplaatst naar een plek in de kampen waar het al bij al
nog meeviel, gezien de omstandigheden die zich een hondertal meter
verderop afspeelden. Dat is een nieuwe invalshoek, en bijgestaan
door de keuze van regisseur om alles sober en onsentimenteel te
houden (geen huilende violen op de soundtrack en afgebleekte
korrelige beelden), levert dat een strak en intens vertolkt drama
op. Eén dat teert op een interessante plot in plaats van op de
misselijkmakende miserie. Stefan Ruzowitzky was blijkbaar niet
geïnteresseerd in een film die nog maar eens the horror op
het netvlies laat branden, maar wou vooral een vlot verteld verhaal
aan de man brengen. Een holocaustdrama waar je achteraf dus niet
onmiddelijk de impuls van krijgt om in een put te kruipen van
schaamte voor de mensheid.

Wat betreft benadering zit ‘Die Fälscher’ dus wel dik oké.
Gebaseerd op het boek ‘Des Teufels Werkstatt’ van Adolf Burger (de
lichtdrukspecialist in het verhaal) krijgen we een opmerkelijk
verhaal uit de nazigeschiedenis (de grootst opgezette vervalsing
ooit!) dat om begrijpelijke redenen overschaduwd werd door de
andere gebeurtenissen uit die periode. Neemt niet weg dat dit een
verhaal is dat de moeite is om te vertellen. Niet dat het ‘Ocean’s
Eleven’ in een concentratiekamp is geworden, maar ‘Die Fälscher’
werkt wel degelijk als entertainment. Wat meteen ook het meest
controversiële aspect van de film is: hij entertaint.

Regisseur Ruzowitzky weet er trouwens de vaart in te houden.
Nadat in een ijltempo de situatie vòòr de gevangenschap van
Sorowitsch wordt geschetst met een sfeervolle sepiafilter,
verplaatst het verhaal zich snel (iets te snel zelfs) naar de
eindbestemming: de twee barakken en de bewoners daarvan. Door de
plot de film te laten overheersen, wordt er spanning en intrige
toegevoegd. En door een interessante dynamiek tussen de
verschillende personages te creëren, onstaat er diepgang, mét de
daaruit volgende gewetenskwesties. Er schuilt een zekere
schwung achter ‘Die Fälscher’. Er is altijd wel iets
gaande (de camera wordt rusteloos en gejaagd van de éne schouder op
de andere gelegd) en ook al is de uitkomst gekend
(flashbackstructuur), je blijft geboeid en geïntrigeerd kijken.
Vooral wanneer de plot als springplank fungeert voor de morele
dilemma’s die steeds meer door de hoofden van de vervalsers
beginnen te spoken.

Met Sorowitsch heeft ‘Die Fälscher’ een bijzonder interessant
hoofdpersonage, omdat hij wordt gedreven door eigenbelang en
pragmatische overwegingen. Sorowitsch werkt bereidwillig mee omdat
hij weet dat iemand anders het toch doet en omdat hij liever morgen
in de gaskamer eindigt dan vandaag met een kogel door het hoofd.
Een berekende wezel, die geen kille klootzak wil zijn, maar het
gewoon moet zijn om te overleven. De vraag is alleen hoelang je dat
kan volhouden. En rond die kwesties draait het in ‘Die Fälscher’.
Sterven voor je principes en idealen, of plooien om het een dag
langer uit te houden? Een schuldgevoel omdat je het beter hebt dan
de anderen of je gelukkig prijzen omdat je niet elke dag tot pulp
wordt afgeranseld? Die thematiek blijft nooit naakt en
obvious liggen, maar vindt een gepaste uitwerking in de
personages. Sorowitsch is de egoïst die zijn geweten moet
ontdekken, Burger is de gepassioneerde communist die het als een
plicht ziet om de operatie te saboteren. Enkel de geforceerde
relatie tussen Sorowitsch en nazi-overste Herzog werkt niet zo goed
en is één van de weinige ongeloofwaardige draden in het
verhaal.

En toch ontbreekt er iets. Iets waardoor je zowel met een
trillende lip als een ei in de broek zou moeten zitten kijken. De
oorzaak ligt bij de keerzijde van de sobere en onsentimentele
aanpak. Sorowitsch mag dan nog zo schitterend vertolkt worden door
Karl Markovics (met zo’n kop kan je alleen maar weggelopen zijn uit
een gansterfilm met Cagney en Bogart), het blijft een koud en
afstandelijk personage waar je moeilijk mee kan sympathiseren. ‘Die
Fälscher’ wordt nooit melig (en chapeau daarvoor), maar raakt ook
zelden het hart. Dat is jammer, maar misschien wel een
onvermijdelijk offer.

‘Die Fälscher’ heeft een geweldige hoofdacteur en een fris in
elkaar gestoken verhaal, maar biedt te weinig emotionele
betrokkenheid om echt te beklijven. Altijd boeiend, maar het
goedkeurend gegrom wordt vanop een afstandje gegeven en niet vanuit
de buik of het hart. Daarvoor moet je bij Schindler en zijn lijst
zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + vijftien =