The Lookout




Het is een klassieke ziekte van Amerikaanse films dat er veel te
veel vertrouwen wordt gesteld in de kracht van een intrige, en veel
te weinig in de kracht van goede personages. Er zijn
uitzonderingen, natuurlijk – kijk maar naar het oeuvre van Robert
Altman zaliger – maar de films waarin interessante personages de
gelegenheid krijgen om zichzelf te ontwikkelen, zonder dat ze per
sé in de mechaniek van een vooraf bepaalde verhaallijn worden
geforceerd, zijn relatief zeldzaam in the old US of A.
‘The Lookout’, het regiedebuut van scenarist Scott Frank
(verantwoordelijk voor de scripts van onder meer de uitstekende
Elmore Leonard-verfilmingen ‘Get Shorty’ en ‘Out of Sight’), is een
perfect voorbeeld van dit euvel. Hoofdpersonage Chris Pratt (Joseph
Gordon Levitt) is een fascinerende figuur, die worstelt met
problemen waar je zó een hele film aan zou kunnen ophangen. Hij is
enigmatisch, charismatisch en ook nog alle andere vormen van
-matisch die je je maar kunt wensen. Als Scott Frank een goede
structuur had kunnen vinden om ons anderhalf uur lang met dat
personage te laten leven, had hij misschien een klein meesterwerk
in handen gehad. Maar nee, dit is een Amerikaanse film en dus moet
er een plot bij gesleurd worden – een intrige die geforceerd en
overbodig aanvoelt, maar die de makers wél toelaat om alle losse
eindjes aan elkaar vast te knopen.

Na een zwaar auto-ongeluk lijdt Chris aan een lichte
hersenbeschadiging die zijn leven helemaal ondersteboven heeft
gekeerd. Ooit was hij de held van het ijshockeyveld, tegenwoordig
is hij een sukkelaar die moeite heeft om de volgorde van voorvallen
te onthouden (“ik sta op, ik douche me – met zeep, ik drink koffie”
enz…), die af en toe begint te vloeken zonder reden en ook
motorische achterstand heeft opgelopen. Hij loopt continu rond als
iemand die net is wakker geworden en nog niet goed weet waar z’n
hoofd staat. En ondertussen heeft hij ook nog af te rekenen met een
kanjer van een schuldgevoel over de passagiers in z’n wagen die het
ongeval niet hebben overleefd.

Op een dag wordt Chris benaderd door de wezelachtige Gary
(Matthew Goode), die hem een gevaarlijk maar verleidelijk voorstel
doet: Gary wil de bank beroven waar Chris werkt als conciërge. Het
enige dat hij hoeft te doen, is op de uitkijk te staan.

Het is daar dat het misloopt, zowel voor de personages als voor
de filmmakers. De verleiding om mee te werken aan de bankoverval
wordt goed onderbouwd, met geloofwaardige motivaties voor Chris om
zich er in mee te laten slepen. Sinds zijn ongeval behandelt zowat
de hele wereld hem immers als een kreupele – de manager van de bank
waar hij werkt, vindt hem nauwelijks bekwaam genoeg om de vloer te
mogen vegen, zijn vader wil niet liever dan dat hij terug thuis
komt wonen omdat hij het op zijn ééntje toch niet redt, vrienden
heeft hij niet, buiten zijn blinde flatgenoot (Jeff Daniels) en
vrouwen gunnen hem geen blik waardig. Alles en iedereen in de
wereld lijkt zich net één stap sneller voort te bewegen dan hij, en
Chris kan met de beste wil van de wereld het tempo niet bijhouden.
Wat Gary hem biedt, is in de eerste plaats aanvaarding. Hij maakt
deel uit van een team, hij maakt plezier met hen, voelt eindelijk
nog eens wat cameraderie, wordt serieus genomen en er wordt zelfs
nog een vriendinnetje, Luvlee (Isla Fisher) bovenop gesmeten. Als
kijker zie je het natuurlijk op voorhand al faliekant misgaan, maar
je kunt perfect begrijpen waarom Chris zich laat verleiden.

Die set-up tijdens het eerste uur is erg sterk, met
goed geobserveerde scènes van het leven als licht mentaal
gehandicapte (want daar komt het uiteindelijk op neer): mensen gaan
er op voorhand al van uit dat je iets niet zult begrijpen of niet
zult kunnen, eenvoudige dagelijkse dingen worden plots
verschrikkelijk frustrerende ondernemingen (let op de zoektocht
naar de blikopener) en zelfs de mensen uit je omgeving beschouwen
je als iemand die beschermd moet worden tegen zichzelf (het
spelletje schaak tussen Chris en zijn vader). Scott Frank gaat
nooit de sentimentele toer op, maar vindt goed getroffen situaties
waarmee hij het karakter van Chris erg helder en to the
point
uit de doeken kan doen.

Het helpt overigens dat Chris gespeeld wordt door Joseph
Gorden-Levitt, zonder twijfel één van de beste jonge acteurs die er
in de VS rondloopt, en ook één die tot op heden steeds interessante
projecten heeft uitgekozen (kijk vooral naar ‘Mysterious Skin’ en
‘Brick’). Hier brengt hij opnieuw een subtiele vertolking, die veel
verschillende lagen suggereert in het karakter van Chris. Let op
een scène tussen hem een Isla Fisher, kort voor ze voor het eerst
gaan vrijen. Hij herinnert zich de tijd voor het ongeluk – wie hij
was, hoe geliefd hij was – en vanuit die gedachte, vanuit zijn
terugverlangen naar die tijd, durft hij uiteindelijk het meisje dat
met geile ogen naast hem zit, aan te raken. Niets van dat alles
wordt openlijk gezegd, maar Scott Frank suggereert het in zijn
montage, en Levitt speelt die nuances tot in de puntjes. De andere
acteurs staan onvermijdelijk in zijn schaduw, maar ze zijn daarom
niet minder sterk: Jeff Daniels is, ondanks een beperkte screen
time,
ogenblikkelijk sympathiek als enige vriend van Chris en
Matthew Goode is een overtuigende slijmbal.

Waar het dan toch definitief misloopt, is in het half uur nà de
set-up. De eigenlijke bankoverval wordt routineus
afgehandeld, zonder dat er ooit van echt veel suspense sprake is.
De plotverwikkelingen die er daarna nog volgen, zijn dan weer
simpelweg ongeloofwaardig. Ik zat me de hele tijd af te vragen waar
heel die bankoverval eigenlijk voor nodig was. Het voorstel om er
aan deel te nemen zorgt in eerste instantie voor een interessante
morele keuze voor Chris – hij wil aanvaard worden door anderen,
maar wil hij dat ook erg genoeg om ervoor in de criminaliteit te
gaan? Maar uiteindelijk geeft het enkel aanleiding tot een
clichématig laatste derde van de film. Er worden wapens getrokken,
er wordt met geld gesjouwd en alles wat voordien zo interessant was
aan de personages en hun situaties verdampt ogenblikkelijk. Wat er
dan nog overblijft, is een soort Elmore Leonard-wannabe,
maar dan zonder de spitsvondigheid. Misschien heeft Frank dan toch
te veel van Leonards boeken naar film vertaald, zodat hij het nu
niet meer kan laten om bij alles wat hij doet er een heist
bij te sleuren. Het personage van Isla Fisher verdwijnt overigens
op mysterieuze wijze uit de film, zodat we nooit te weten komen wat
nu haar precieze rol was in de bende rond Gary en of ze écht
verliefd was op Chris. Een vergetelheid van de regisseur of zijn er
scènes gesneuveld die dat verklaarden?

‘The Lookout’ is in feite een door de personages gedreven drama,
waar ze met alle geweld een heist movie van hebben willen
maken. Soms geloof ik dat je de personages en hun beginsituatie
gewoon mee moet laten bepalen waar een verhaal naartoe gaat, zonder
het allemaal te veel in een bepaalde richting te willen forceren.
Want dan krijg je films als deze: geweldig goed begonnen, om dan
toch op een sisser te eindigen. Damn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 13 =