Apparat + Kohn

Uit de aantrekkelijke najaarsprogrammatie van het Kortrijkse De
Kreun selecteerde enola een eerste interessante avond met een
Duitser en een Belg als protagonisten. De Duitser heet Sascha Ring
en wist ons met zijn Apparat aangenaam te verrassen in de vorm van
het meer dan goede Walls. De Belg heet
Jurgen Deblonde en is naast zijn werk bij De Portables en
duizend-en-één andere projecten sinds 1997 solo actief als Köhn.
Een boeiend elektronicatreffen!

Het voordeel van Köhn is meteen ook zijn nadeel:
Jurgen Deblonde is zo veelzijdig en brengt zo veel genres op het
podium dat je enerzijds van een gevarieerde set kan genieten maar
anderzijds niet het gevoel krijgt dat je naar een coherent geheel
staat te luisteren. De rode draad van Köhn was ook in
Kortrijk elektronica, waarbij Deblonde deze nu eens in
ondersteunende rol en dan weer in dominante uitspeelde. In het
eerste geval kwam daar meestal zijn maffe elektrische gitaar bij
kijken en zorgde hij zelf voor zang, al dan niet onverstaanbaar en
elektronisch bewerkt. Opvallend was de drone afsluiter, waarin Köhn
zich op Sunn
O)))
-wijze zwaar en slepend in ons geheugen brandde. Andermaal
creëerde hij een totaal ander geluid dan al het voorgaande, want
met een behoorlijk conventioneel rocknummer ertussen kregen we
eerst een dansbare Fennesz-song, gevolgd
door een boeiend stukje zuivere electronica in ware Aphex Twin stijl.
Jammer genoeg bleek niet alles even aantrekkelijk en had Deblonde
vooral bij aanvang van zijn set het lastig alles voldoende
interessant te houden. Bovendien kregen we de indruk dat hij eerder
de technische mogelijkheden van de elektronica en stemeffecten
wilde testen dan een aanvaardbaar nummer te brengen.

Sascha Ring heeft een niet te onderschatten evolutie doorgemaakt
als artiest. Van collega-geluidsterrorist bij T. Raumschmiere over
techno-artiest tot schepper van fragiele geluidsdekentjes waarin
digitale en organische patronen met elkaar verweven worden.
Vergelijk het met Kerry King van Slayer die zijn
elektrische gitaar inruilt voor een akoestisch exemplaar om
breekbare folkliedjes te spelen. De kiemen van de fluwelen aanpak
van Ring waren al aanwezig in zijn samenwerking met Ellen Allien op
Orchestra of
Bubbles
en op Walls bloeiden zijn
subtiele soundscapes open als rozen na een overdosis
bloemenvoeding. Apparat dompelt de luisteraar niet
meer onder in donkere beatfestijnen, maar speelt kleine, fijne
nachtmuziekjes om de melancholisch gestemde ziel te laven. Als
Aphex Twin de Mozart van de elektronische muziek is, profileerde
Apparat zich op Walls als een
ambitieuze Salieri die zich niet een hoekje laat drummen door
andere grootmeesters.

We waren dan ook benieuwd hoe Apparat zijn organisch digitalisme
zou vertalen naar het podium. Ring opteerde niet voor een saaie
laptop-performance, maar stond met een band op het podium. Een mes
dat aan twee kanten sneed, zo bleek al snel. Het bandaspect zorgde
voor een aantrekkelijkere performance, maar de aanwezigheid van Raz
Ohara op synths en Jörg Waehner op drums dwong Apparat om vooral de
popsongs uit ‘Walls’ te brengen en de instrumentale soundscapes
achterwege te laten. En laat die laatste tracks nu toevallig met
voorsprong de beste zijn van ‘s mans laatste worp. Het begon al bij
een uitgeklede versie van ‘Holdon’ waarin Ohara grappig uit de hoek
probeerde te komen, maar de man bleek niet over de stem en de humor
van Jamie
Lidell
te beschikken. Het niveau schoot echter de hoogte in
wanneer Ring en Waehner het podium betraden met innemende versies
van ‘Headup’ en ‘Hailin From The Edge’.

Wie wachtte op de instrumentale klanktapijten van ‘Walls’, bleef
echter op zijn honger zitten. Apparat bleef opteren voor subtiele
indietronica en zoete pop, waardoor de achillespees van dergelijke
muziek genadeloos werd blootgelegd. Net als bij The Notwist en
Trentemöller
kon de show van Apparat immers geen meerwaarde bieden, waardoor de
kunsten van Ring nog steeds het best geconsumeerd worden in de
zetel met een glas wijn en een boek erbij. Daar kon een etherische
versie van ‘Over And Over’ weinig aan veranderen.

Wie dacht dat Apparat de muren van De Kreun ging bedekken met
wandtapijten van organische en digitale klanken en zijn postmodern
detaillisme door de zaal zou laten waaien, was er dus aan voor de
moeite. Sascha Ring ging resoluut voor de song en schoof daarmee de
ware prijsbeesten van ‘Walls’ onder tafel. De nummers klonken goed
en het trio maakte er het beste van, maar de keiharde conclusie
blijft dat je in je hoofd mooiere films kan afspelen op de tonen
van Apparat dan wat we hier voorgeschoteld kregen.

Walls is
uit bij Shitkatapult.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + acht =