múm :: ”Volgens onze vrienden spelen we Down’s Syndrome Disco”

Het is even schrikken voor wie de nieuwe múmplaat oplegt. Weg is de griezelige atmosfeer die vooral Summer Make Good zo kenmerkte, op Go Go Smear The Poison Ivy dartelt de groep speelziek door een veld vol belletjes, bliepjes en speelgoedpiano’s. Sinds het vertrek van zangeres Kristín Anna Valtýsdóttir is de groep dan ook drastisch van samenstelling gewijzigd. “Bijna al onze vrienden hebben ondertussen al deel uitgemaakt van múm”, grinnikt een goedgeluimde Gunnar Örn Tynes.

enola: Summer Make Good was volgens Örvar (Þóreyjarson Smárason, het andere kernlid van múm) voor het eerst geen vlucht uit de werkelijkheid. Gaat dat ook op voor deze plaat?
Örn Tynes:Go Go Smear The Poison Ivy is een beetje escapistisch, maar niet helemaal. Ik heb vrienden gevraagd hoe ze onze muziek zouden omschrijven en één iemand bedacht “Down’s Syndrom Disco”: het is een beetje onnozel, je moet jezelf laten gaan om het te begrijpen. De plaat is niet cool, en heeft geen dominante sfeer over zich, maar toch is ze heel uitnodigend. Als je alle voorbehoud loslaat en er gewoon kunt induiken, dan kun je er van genieten.”

enola: Dit is jullie eerste plaat die ook overdag goed klinkt.
Örn Tynes: (lacht) “Ik kan daar mee akkoord gaan. We hebben niet bewust naar iets anders gezocht, maar we willen wel dat onze platen van elkaar verschillen. Zelfs al kan dat maar in beperkte mate, omdat wíj ze natuurlijk nog altijd maken. Toen we Summer Make Good opnamen, wisten we al dat de volgende plaat veel vrijer zou zijn. Die vrijheid is voor mij dan ook het voornaamste kenmerk van Go Go Smear The Poison Ivy: geen restricties, alles kon zolang het expressief was. We zochten geen specifiek geluid, we were just smearing the poison ivy.”
enola: Wat betekent die vreemde titel?
Örn Tynes: “Doe gewoon wat in je opkomt, aarzel niet, zelfs als het poison ivy(gifsumak; een giftige plant) is. Maar iedereen mag zelf een betekenis verzinnen. Ik heb al een paar grappige gehoord. Eén Spanjaard dacht dat het verband hield met de Ivy League van topuniversiteiten, en dus een soort steek was naar de yuppies: vergiftig de upperclass of zo.” (lacht)

enola: Hoe kwam het eigenlijk dat de nieuwe plaat bijna vier jaar op zich liet wachten? De ideeën kwamen even niet?
Örn Tynes: “Een inspiratieprobleem was het zeker niet. We hebben na het vorige album eerst lang getoerd, en daarna moesten we gaan werken omdat we hier niets mee verdienen. Er moest dus geld in het laatje komen met mijn studiowerk als geluidstechnicus. Het is zeker niet gemakkelijk om muzikant te zijn. Ik heb geen verlangen rijk te worden, maar ik zou toch graag iets meer zekerheid hebben. Ik zou blij zijn als leraars wat meer zouden gaan verdienen en ik evenveel zou krijgen. Als ik kon leven als een leraar, zou ik tevreden zijn.”

enola: Je hebt ondertussen Berlijn opnieuw achter je gelaten en bent terug naar IJsland getrokken. Waarom?
Örn Tynes: “Voor mij is dat de beste plek om te blijven tussen het reizen in. Het is goed om er af en toe opnieuw even te zijn, want het blijft mijn thuis. En ik wilde er vooral naar terug voor de creatieve mensen die er leven. Mijn vrienden daar zijn vaak met knettergekke dingen bezig en hen in de buurt hebben, geeft me energie. IJsland is ook een interessante plek voor mij om als studiotechnicus te werken, want er gebeurt erg veel. Er worden constant groepjes gevormd die erg boeiend zijn. Beni Hemm Hemm en Seabear zijn er maar twee waarvan ik veel verwacht. Nu ben ik ook bezig met een erg leuk groepje, Hjaltalín. Ik weet het: niet echt een goeie naam voor buitenlanders, maar een goeie band.”

enola: Dit album is een stuk meer songgericht dan jullie vorige werk. Een bewuste keuze?
Örn Tynes: “We werken niet echt bewust: we proberen gewoon de muziek te volgen. Misschien evolueren we wel meer in een folkrichting. We beheersen onze instrumenten nu ook beter en dat duwt je waarschijnlijk meer zo’n richting uit. Het is moeilijk uit te leggen, maar het klopt wel dat we dichter de songvorm benaderen. Vroeger zijn we daar weinig mee bezig geweest, waardoor het nu nog interessant is voor ons.”
“We gaan snel een nieuwe plaat opnemen in januari, meteen na de toer. Die zal nog veel meer songgericht en akoestisch zijn. Dat lijkt de richting te zijn die we uitgaan. Deze plaat maken heeft wat te lang geduurd, nu willen we iets maken op een veel kortere tijd.”

enola: Ik zag jullie afgelopen lente in Hasselt. Het was de vierde keer dat ik jullie zag, maar het was voor het eerst dat er op het podium een band leek te staan die plezier had. Alle vorige keren leek het meer een kunstproject met vooral véél serieux. Heeft die omslag te maken met het vertrek van Kristín Anna Valtýsdóttir?
Örn Tynes: “Ik denk niet dat het komt omdat zij vertrokken is, maar meer door de aard van dit album: het is gewoon plezant om deze nummers live te brengen en we voelen ons vrijer. De groep is nu ook groter dan ooit en met zoveel volk op het podium hangt er meer een groepsgevoel. Het voelt inderdaad als een bevrijding, maar het heeft niets te maken met het vertrek van Kristín Anna.”
“Dat vertrek voelden we trouwens wel al even aankomen. Ze wilde eerst wel met ons aan Go Go Smear The Poison Ivy beginnen, maar haar hoofd zat elders dus toen trok ze er toch uit. Haar beslissing was natuurlijk een beetje dramatisch — zo is dat altijd bij zulke gebeurtenissen — maar het is allemaal in vriendschap gebeurd. Als je vrienden je vertellen dat ze iets niet willen doen, dan respecteer je dat. Het was zeker niet echt gemakkelijk sinds haar relatie met Örvar afgelopen was, maar uiteindelijk werkten we zo al een paar jaar en dat ging wel.”

enola: Heb je het album gehoord dat ze maakte met Avey Tare van Animal Collective?
Örn Tynes: “Ja, maar ik heb de songs eerst omgekeerd (Tare & Valtysdottir — nu onder haar artiestennaam Kría Brekkan — brachten de songs van hun samenwerking achterstevoren uit “onder invloed van Inland Empire van David Lynch”, mvs). Ik weet hoe geluid werkt en ik weet dat je hersenen klanken die achterstevoren zijn gedraaid niet begrijpen. Ik vond het maar een beetje een dwaas idee. If I could I would spank her. Sommige songs waren trouwens best mooi, maar niet in hun omgedraaide vorm.”

enola: “It’s hard to tell who we are anymore” zeggen jullie op jullie MySpace. Een identiteitscrisis?
Örn Tynes: (lachje) “Dat is gewoon een verwijzing naar de verwarring van mensen: is múm nu gewoon ik en Örvar, of al die mensen in de band? Het is wel degelijk al die mensen, maar het is niet echt eenvoudig: de band verandert voortdurend, heeft dat altijd gedaan, en zal dat nog doen. Onze zangeres is nu bijvoorbeeld zwanger, dus voor de toer moeten we opnieuw iemand vinden. Gelukkig vinden we altijd gemakkelijk nieuwe mensen. We houden geen audities: het zijn altijd gewoon vrienden die er vanzelf bijkomen. Bijna al onze vrienden hebben al in múm gezeten. (lacht) Maar het zal nooit zonder mij en Örvar zijn.”

enola: Hoe is de dynamiek nu in de band dan? Jij en Örvar zijn de baas en de rest luistert?
Örn Tynes: “Wat betreft Go Go Smear The Poison Ivy zijn wij zeven de band. Maar ja, Örvar en ik zijn een beetje de bazen: wij brengen de songs aan en dan verkennen we ze met de groep. We geven mensen dan volledige vrijheid – of net niet, maar we willen wel dat ze het gevoel hebben dat we dit allemaal samen doen. Zie het als de rol van een regisseur: die beslist wel over alles en houdt het einddoel voor ogen, maar hij is niets zonder de acteurs en de anderen. Wij nemen gewoon de moeilijkste beslissingen.”

enola: Afsluiter “Winter (What We Never Were After All)” klinkt als een echt soundtracknummer. Zijn er plannen om ooit een echte soundtrack te maken? Op jullie MySpace staat dat jullie nog het trotst zijn op de extra-curriculaire activiteiten, zoals een hoorspel dat jullie maakten.
Örn Tynes: “We hebben altijd interesse gehad in allerlei projecten. We willen dingen doen die we nog niet deden, samenwerken met mensen,…het creatieve canvas verkennen. Het is uitdagender, leuk en inspirerend om iets nieuws te doen. We willen heel graag een volledige soundtrack van een film doen, al zouden we het ook leuk vinden als de muziek die we al opnamen, gebruikt werd voor een film. Örvar en ik zijn allebei heel erg geïnteresseerd in beide disciplines.”

enola: Tot slot: was jij het soort kind dat kikkers deed roken tot ze ontploften zoals single “They Made Frogs Smoke ‘Til They Exploded” suggereert? Dat is nogal wreed, niet?
Örn Tynes: “Neen hoor. Het verwijst naar het verhaal van een vriend die dat samen met zijn oom deed toen hij klein was. Blijkbaar kunnen kikkers niet stoppen met inhaleren als ze een sigaret in hun mond hebben en ontploffen ze. Door dat verhaal zijn we dat fenomeen gaan analyseren en er op uitgekomen dat iedereen zulke wrede herinneringen heeft. Over wormen fietsen, de pootjes van een vlieg uittrekken of ze doden,…ik heb nog nooit iemand ontmoet die het niet deed. Het lijkt een soort menselijk leerproces, iets dat iedereen moet proberen. Maar we willen wreedheid tegen dieren zeker niet aanmoedigen.”
enola: Het is natuurlijk altijd al iets typisch múm geweest: dat kinderlijke en dat wrede in één en dezelfde zin. Een soort Lord Of The Flies-gevoel.
Örn Tynes: (denkt met lange stiltes) “Moeilijk uit te leggen. We zijn nogal kinderachtige mensen, denk ik. Het is zeker niet iets dat we forceren, het komt vanzelf. Neen, ik heb er echt geen antwoord op.”

múm speelt samen met Seabear op 9 december in het nieuwe Open Circuit-pand ‘Koloniale Waren’, Koningin Astridlaan 85 in Hasselt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − vijf =