Monty Python’s The Meaning of Life





Scenario en
cast: Graham Chapman, John Cleese, Terry Jones, Terry Gilliam,
Michael Palin, Eric Idle
105 min. / GB /
1983

Monty Python was op sterven na dood tegen de tijd dat ‘The
Meaning of Life’ uitkwam. De originele tv-reeks liep al niet meer
sinds 1974, en ook al hadden de twee films die ze in de tussentijd
maakten (‘The Holy Grail’ en ‘Life of Brian’) een enorm succes
genoten, iedereen kreeg het gevoel dat het vet van de soep was.
Alle leden van de troep waren ondertussen met andere dingen bezig,
het was mooi geweest. ‘The Meaning of Life’ was hun laatste reünie,
hun testamentfilm. En hoewel hij zonder twijfel de minste van de
drie Pythonfilms is, kan ik me veel slechtere testamenten
voorstellen dan dit.

Het voornaamste probleem met ‘The Meaning of Life’, en de reden
waarom hij in vergelijking met de andere films een beetje licht
uitvalt, is de structuur. Terwijl er in ‘The Holy Grail’ en ‘Life
of Brian’ nog werd toegewerkt naar een min of meer samenhangend
verhaal waar de verschillende grappen en sketches aan werden
opgehangen, laten de Pythons dat voornemen hier gewoon helemaal
achterwege. We beginnen met een voorfilm van 15 minuten, ‘The
Crimson Permanent Insurance’, geregisseerd door Terry Gilliam,
waarin enkele bejaarde bureaucraten plots in opstand komen en met
hun rekenmachines en linealen een rebellie tegen het zakenleven
organiseren. Daarna zijn we vertrokken voor een twaalftal
afzonderlijke sketches, die voor het gemak allemaal worden
samengebracht onder de noemer the meaning of life. Die
sketches hebben niets met de voorfilm te maken (hoewel we er
naderhand wel nog één keer op terugkomen) en ze hebben ook
nauwelijks uitstaans met elkaar. De Pythons richten hun satirische
pijlen op de kerk, op het schoolsysteem, het leger, ziekenhuizen,
charmezangers en verse vis. Ze tuimelen van de éne scène naar de
andere, en omdat ze eigenlijk geen enkele goede reden kunnen
bedenken waarom al die stukjes bij elkaar zouden horen, plakken ze
er achteraf maar het etiket “de betekenis van het leven” op.
Alles maakt deel uit van de betekenis van het leven.

Dat is absoluut een zwak punt waar de film maar moeilijk
overheen komt. Het had misschien al een groot verschil gemaakt om
één centraal personage te nemen. Ze hadden met dat personage nog
steeds dezelfde bokkensprongen kunnen maken in tijd en ruimte
zonder dat ooit te verklaren – zo lang ze maar één centraal gezicht
hadden gekozen om ons door de film te leiden. Zonder dat, ben je je
wat al te bewust dat je naar een collectie sketches aan het kijken
bent. Het gevolg is dat er wat te weinig vaart in de film zit –
tegen de tijd dat een situatie echt op kruissnelheid komt, wordt
wel weer overgeschakeld naar iets anders. Geen probleem in een
tv-programma van 30 minuten, maar in een volwaardige film stoort
dat wel.

Het ironische is wel dat ‘The Meaning of Life’ een aantal van de
grappigste Monty Python-sketches bevat. De Pythons zijn nooit
leuker dan wanneer ze religie te kakken zetten (de wonden zitten
blijkbaar diep), en hier krijgen we een paar pareltjes: een
schoolpriester gaat voor in een hymne waarin de leerlingen
vriendelijk vragen of God hen niet tot puree wil draaien of op de
barbecue leggen. En dan is er natuurlijk de onvergetelijke
musicalscène ‘Every Sperm Is Sacred’, die ‘Always Look On the
Bright Side of Life’ met gemak van z’n troon stoot als ultieme
Pythonsong. De Pythons zelf beweren misschien dat de betekenis van
het leven het organiserend principe is achter de film, maar als er
al iets is dat de sketches aan elkaar bindt, dan is het wel het
systematisch ontmaskeren van alles wat zichzelf als autoriteit
voordoet. In een klassieke Britse kostschool heeft een leraar seks
met zijn vrouw waar zijn leerlingen bijzitten, als onderdeel van
hun opleiding. Vervolgens spelen een tiental kleine, magere
leerlingen een spelletje rugby tegen achttien potige, haast
schuimbekkende leerkrachten, terwijl alle anderen joelend
toekijken. Het leger is een oneffectief zootje ongeregeld dat een
voorbijgestreefde kolonisatiedrang vertegenwoordigt, de kerk is er
enkel om mensen te verhinderen condooms te gebruiken en in
ziekenhuizen zijn ze meer geïnteresseerd in machines die “ping”
doen dan in hun patiënten. De Pythons hebben een aangeboren
wantrouwen van instituten, van organisaties, die de drijfkracht
achter veel van hun beste materiaal vormt.

Zoals te verwachten is bij een sketchfilm, zijn niet alle
segmenten van dezelfde kwaliteit – een scène waarin enkele soldaten
vastbesloten zijn om een verjaardagsfeestje te vieren, midden in
een oorlogszone, duurt te lang en maakt uiteindelijk een wat al te
voor de hand liggend punt duidelijk (oorlog is waanzin, zeg ik u!).
Ook een bizar intermezzo met clowneske figuren die op zoek zijn
naar een vis is euhm… eigenlijk weet ik nog steeds niet wàt het
precies is. Zelfs een kleine 25 jaar na datum blijft dat een
raadselachtig stukje cinema, dat valt onder de categorie funny,
but not ha-ha-funny.

Wanneer ‘The Meaning of Life’ scoort, scoort hij fenomenaal – de
sketch rond Mr. Creosote is zonder meer het ranzigste, maar ook één
van de grappigste dingen die de Pythons ooit gedaan hebben. Op z’n
beste momenten glijdt de film af naar een heerlijk surrealisme (een
in roze geklede man die uit een koelkast gekropen komt en een
liedje begint te zingen, waarom niet?). Alleen kan de Pythonbende
dat niveau voor de eerste keer geen hele film lang volhouden.
Jammer, maar niettemin – het deuntje van ‘Every Sperm Is Sacred’
zal voor de rest van mijn leven in m’n kop zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 15 =