Buffalo Tom :: Three Easy Pieces

In ’92 scoorde het granieten Buffalo Tom een wereldhit met het gevoelige "Taillights Fade", het ultieme gedicht over een depressie; maar daarna slankte het succes gevoelig af. Na een stilte van negen jaar slaan de heren ijzersterk terug met het meer dan sublieme Three Easy Pieces: noiserock die klinkt als een Zwitsers klokkenspel. De definitieve doorbraak in alle lagen van de bevolking is nu slechts een kwestie van dagen.

Nochtans kregen de drie gewezen studenten Communicatiewetenschappen in hun beginjaren bakken kritiek over zich heen. Niemand minder dan Jay Mascis van het legendarische Dinosaur Jr klom in de producerstoel van hun eerste plaat, en dat zou het trio geweten hebben. "Een zielloze rip-off", zo penden de heren rockcritici unaniem neer in hun recensies.

Buiten de waard gerekend natuurlijk. Buffalo Tom bleef koppig platen maken en schoorvoetend namen de critici een bocht van 180 graden. Op Birdbrain kon je een groep horen die warmliep voor wat hun pièce de resistance zou worden. Net als Nirvana’s Nevermind was Let me come over, met de onsterfelijke single "Taillights Fade" als warmmakertje, immers een van dé platen van de vroege jaren negentig, de soundtrack voor leven en liefdes van een hele generatie puistige pubers.

Wat volgt lijkt op een slechte weekendfilm: twee, drie halfslachtige platen met loepzuivere singles en steeds meer concerten op automatische piloot. Buffalo Tom had nood aan zuurstof, zoveel was duidelijk. Een adempauze drong zich op. Met het voortreffelijke Three Easy Pieces bewijst de groep anno 2007 hoeveel deugd zo’n time-out kan doen.

Vanaf openingstrack "Bad Phone Call" hoort de luisteraar immers dat de heren scherp als een scheermes staan: heerlijk wapperende gitaren, weidse zang, hetzelfde gevoel voor kristallen melodietjes als regio- en genregenoten The Lemonheads — overigens een vergelijking waar de heren zelf mee in hun nopjes zijn.

Titelsong "Three Easy Pieces" drijft op een baslijn die ingewikkelder is dan de godsbewijzen van Thomas Van Aquino maar klatert, mede door een prachtige samenzang tussen zanger/gitarist Bill Janovitz en bassist Chris Colbourn, als een bergriviertje. Sterk! Die samenzang was er al op vorige albums, maar trekt hier, als een snerpende rode draad, diepe sporen op het eeltige gemoed van de luisteraar.

Tel daar nog bij dat bassist Chris Colbourn, met een stem die zeker niet moet onderdoen voor die van Janovitz, bijna de helft van de nummers voor zijn rekening neemt en je komt uit bij prachtige noiserock als "Renovating", perfect gestructureerd lawaai dat qua samenzang zo van The Beach Boys had kunnen zijn. Let ook op de drumpartijen van Tom Maginnis in pakweg "Good Girl": Old School Buffalo Tom die sterk herinnert aan het snelle lawaai van hun eerste plaat.

Buffalo Tom anno 2007 is een perfect geoliede machine, moge dat duidelijk zijn. De heren hebben bovendien ernstig nagedacht over de volgorde van de nummers. Zo staan lappen noiserock als "Gravity", "September Shirt" en het sublieme "CC and Callas" — nooit gedacht dat die van Buffalo Tom naar opera zouden luisteren — mooi gedrapeerd rond de rustige nummers.

In die laatste categorie zitten de echte prijsbeesten. "You’ll Never Catch Him", "Lost Downtown" en vooral het adembenemende "Hearts Of Palm" zijn verkillend mooie stukjes emocore, ontroering met hoofdletters, en waardige opvolgers voor "Wiser", een van hun laatste singles negen jaar geleden.

Het echte kippenvel reserveren we voor de pianoballad "Pendleton", een song over de hel van de suburbs in kleinstedelijk Amerika, die je weet te beklemmen als een koude hand op je gezicht. Die grootste onderscheiding is ook weggelegd voor hekkensluiter "Thrown" met een prominente rol voor een pedal steelgitaar. Buffalo Tom goes country? Welja, ook nooit gedacht dat we onze moeder konden laten meeluisteren naar een plaat noiserock

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =