Cactus Festival Dag 3

Minnewaterpark, Brugge, 8 juli 2007

Tokyo Ska Paradise Orchestra (****)
Japanners in Brugge. Uitzonderlijk is het allerminst, maar wel als
die Japanners gitaren, saxofoons en schuiftrompetten bij zich
hebben. Het Aziatische ska-orkest vormde nog voor er een noot
gespeeld was een ongelooflijk gezicht. Maar dan hadden we de muziek
nog niet gehoord! Als een wervelwind verklaarde Tokyo Ska Paradise
Orchestra de derde dag voor geopend, en zorgde vooral op de eerste
rijen voor een daverend feest. Hun hilarisch enthousiasme werkte
crimineel aanstekelijk. Vooral toetsenist Yuichi Oki was duidelijk
aanhanger van de levensfilosofie van Bassie & Adriaan: ‘Wat er
ook gebeurt, altijd blijven lachen!’. Dit sterk staaltje ‘Nippop’
valt volgend weekend ook te bewonderen op Dour, en als we u en uw
verzuring een goede raad mogen geven: gaat dat zien!
(md)

Ojos de Brujo (***)
De slogan van het Cactusfestival, ‘Hear, See, Feel The World’, mag
gerust letterlijk genomen worden. Van Japan ging het immers meteen
naar Spanje, met de ‘hiphop flamenkillo’ (zoals ze hun combinatie
van hip hop en flamenco zelf noemen) van Ojos de Brujo. Het Brugse
publiek liet het zich smaken, en wie na het ska-geweld nog niet was
uitgedanst, amuseerde zich met de groep uit dezelfde scène in
Barcelona als Manu Chao. Zangeres Marina Abad -in traditionele
klederdracht- was de ideale frontvrouw van de duidelijk zeer hechte
band. Arriba! (md)

The Congos (**)
Amper een etmaal na Horace Andy werd een vers
blik reggae opengetrokken met The Congos. De groep rond Cedric
Myton en Roydel Johnson speelde voor het eerst sinds heel lang weer
in de originele bezetting, voor een exclusief Belgisch concert. Het
optreden van de veteranen kon echter in de verste verte niet tippen
aan dat van hun collega een dag eerder. Ondanks het feit dat het
Minnewaterpark al aardig op temperatuur was gebracht door de twee
openers, konden The Congos niet voorkomen dat het leeuwendeel van
het publiek zich al snel terug in het glas vlijde, om languit te
genieten van het achtergrondmuziekje bij de lazy Sunday
afternoon
. (md)

Buffalo Tom (***)
Het is ondertussen negen jaar geleden dat Buffalo Tom iets van
zich liet horen, en de Bostonboys vonden 2007 profaan genoeg om er
weer een lap op te geven. Ook al is de groep nooit uiteen geweest –
ook vorig jaar stonden ze op Cactus – veel nieuws viel er gedurende
die negen jaar niet te rapen. Tot nu, we schrijven juli ’07, en het
uitstekende Three
Easy Pieces
. De set wisselde dan ook af tussen nieuw werk en
oude gloriën zoals ‘I’m Not Allowed’ en ‘Tree House’, en deed dat
best naar behoren. Buffalo Tom is in het almaar oppervlakkiger
wordende muzieklandschap niet echt de band waar men zit op te
wachten, maar het regende niet, de zwaantjes waren gelukkig, en het
beste moest nog komen. Geslaagd, maar zonder onderscheiding.
(nd)

Tom McRae (***)
Tom McRae speelt in België altijd een beetje een thuiswedstrijd. De
man uit Essex deed anno 2005 een volledige Werchtermarquee binnen
en mocht dat huzarenstukje in een uitverkochte Ancienne Belgique
nog eens haarfijn overdoen. Vandaag heeft hij met King Of Cards een
nieuw album in de rekken liggen, en dat werd aan het Brugse publiek
voorgesteld. De reacties waren gemengd.
Op de eerste rijen was men vooral mee, en was Tom McRae de nieuwe
lichtgod. Helemaal achterin vond men het goedkoop gewauwel, te
plakkerig, en ronduit saai. Uw dienaar bevond zich zowel
geografisch als meninggewijs in het midden. Tom McRae hééft een
paar nummers waar hij een intelligent publiek makkelijk mee inpakt,
maar moet opletten dat hij aan de goede kant van de
aanvaardbaarheid blijft. Gisteren struikelde hij af en toe, om
finaal toch weer recht te kruipen. (nd)

Gabriel Rios (****)
Het is nooit goed als een zanger/band voor de muziek komt.
Metallica – en tegenwoordig vooral de sik van zanger James Hetfield
– kampt al wel even met dat probleem, en lokaal is ook Gabriel Rios het
gegeven niet onbekend. Het aantal net niet minderjarige meisjes op
de eerste rijen was nauwelijks bij te houden, en dan weet je dat
Rios al gewonnen heeft door eens vriendelijk te glimlachen. Het
siert hem dat hij – zonder het voorgaande te verloochenen – ook
garant blijft staan voor uitstekend zuiders gekruide muziek, die
een festivalpubliek (collega Max Dedulle als een volleerde David
Brent) laat bewegen zoals zelden tevoren. Nummers als ‘Angelhead’,
‘Broad Daylight’ en ‘Ghostboy’ zijn genoegzaam bekend, maar ook als
die nummers de revue al lang zijn gepasseerd wilde men Rios terug
op het podium. En dat was lang niet alleen voor zijn schone ogen.
(nd)

The Flaming Lips (*****)
Ja, ze zijn gewoon de Samson en Gert zomershow. Uiteraard zijn ze
een kruising tussen de jonge Prince en Pink Floyd, maar ze zijn
evenzeer een opera van Wagner in vier delen en een reden om een
Wimbledonfinale die pas na een heroïsche vijfsetter werd beslist te
laten staan. Het moet voor het gros van het publiek van op het
plaatselijke schoolfeest geleden zijn dat men zich op zo’n manier
durfde uiten, maar wat een publiek, en vooral: wat een band!
Slingers, confetti, ballonnen, zanger Wayne Coyne die in een
opgeblazen bal over het publiek rolde, het ging allemaal moeiteloos
hand in hand met uitstekende nummers als ‘Fight Test’, ‘Yoshimi’,
en het aan George Bush (en een beetje aan Yves Leterme) opgedragen
‘The Yeah Yeah Yeah Song’. Afsluiten deden de Lips met ‘Do You
Realize?’. Op dat moment wist men in het door Coyne aanbeden en
anders o zo rustieke Brugge al dat de nacht erg kort zou gaan
worden. (nd)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 11 =