Rock Werchter

Donderdag 28 juni 2007

werchtermanson.jpgMarilyn Manson (**½)
Uw reporter ter plaatse placht het leven nogal eens door een
magentaroze bril te zien, en dan verwordt de lugubere présence van
Marilyn – stop mij bijvoorbeeld een jong hondje toe en ik bijt het
met plezier de kop af – Manson nogal snel tot een hilarisch stukje
toneel. Nochtans had “the Freak” zijn uiterste best gedaan om een
grimmig sfeertje op te wekken op de weide: ‘s mans microfoon deed
tevens dienst als slagersmes; tussen de nummers door mat hij zich
regelmatig een nieuw gothic outfit aan; op de achtergrond
verschenen videobeelden met neerstortende zeppelins en er was
natuurlijk de obligate en bijwijlen uitgelopen schmink op z’n
gezicht. En dan hebben we het nog niet eens over de muziek gehad.
Edoch helaas! Het kon allemaal niet echt bekoren. Wat wel door merg
en been sneed, waren de kreten die Manson ontsnapten tijdens zijn
sterkere nummers als ‘mOBSCENE’, ‘Dope Show’ en ‘Sweet Dreams’. Een
verdienstelijke poging, mister Manson, maar muzikaal niet altijd
even overtuigend. (pb)

werchterbjork.jpg Björk (***½)
Björk Gudmundsdottir (zo’n achternaam laat je toch niet
achterwege?) had het tijdens het leeuwendeel van haar optreden
bijzonder moeilijk om de weide te boeien. Haar vaak frêle,
ingetogen maar wel speelse en intrigerende zanglijnen en melodieën
reikten jammer genoeg niet verder dan de eerste 15 rijen van het
publiek en werden toen genadeloos met de wind richting Leuven
weggevoerd. Björk deed bovendien ook weinig moeite om het contact
met het publiek te onderhouden: ze concentreerde zich liever op
haar dartele danspasjes en het opzoeken van hogere sferen in haar
vaak dromerige show. Dan maar iets dichterbij gaan luisteren, en
vaststellen dat hits als ‘Army of Me’ of ‘Hyperballad’ wel degelijk
bij de ballen kunnen grijpen. En dat door zo’n lief meisje met
hamsterwangetjes waar je zo in zou willen knijpen. Aaike!
(pb)

Muse (****)

Misschien had iemand uit het publiek een kartonnen bordje moeten
maken met daarop: “de distortionknop ietsje meer naar links,
Matthew”. En dan nog. Matthew is de zanger van Muse, en Muse laat
zich niet zomaar van de wijs brengen door kartonnen bordjes. En
Muse begrijpt geen Nederlands ten andere.
Het is hoe dan ook fenomenaal als je erbij stilstaat hoeveel hits
de Britten in een paar jaar tijd geproduceerd hebben. In een
wervelend en vooral bombastisch anderhalf uur haspelden ze
onverstoorbaar hun set af, en het hinderde geen moment dat Bellamy
daarbij zoveel mogelijk contact met het publiek meed. De trip was
groot genoeg, de live ervaring bleek geweldig, de lichtshow
epileptisch… en het publiek genoot met volle teugen. Wij deden
uiteraard lustig mee. Niet uit meeloperij, want dat zouden we niet
durven. Wel omdat dit veruit het beste optreden van donderdag was.
(pb)

Rufus Wainwright (****)
Rufus Wainwright betrad het podium in een frivole outfit die John
Galliano niet zou misstaan. Begeleid door een zevenkoppige band
begon hij aan zijn charmeoffensief met de titeltrack van zijn
jongste album, Release The Stars.
Het publiek nam aanvankelijk een afwachtende houding aan, maar werd
algauw meegesleept door nummers als ‘Rules and Regulations’.
Absolute toppers waren de protestsong ‘Going To A Town’ en het
bombastische ‘Do I Disappoint You’, waarin vooral de dwarsfluit
betoverend werkte. De flamboyante artiest wisselde zijn gitaar
moeiteloos in voor een vleugelpiano en creëerde een intiem moment
toen hij ‘La Complainte De La Butte’ zong, gehuld in een witte
badjas. Daarna playbackte hij verkleed als vrouw ‘Get Happy’ van
Judy Garland, in een eigen variant weliswaar, waarbij de band
vrolijk meedanste. Ter afsluiting kwam ‘Gay Messiah’, waarin Rufus
de komst bezingt van de verlosser, die de homo’s zal bevrijden. De
man van de excessen wist zichzelf net voldoende in te tomen, met
een zeer sterke performance als resultaat. (sv)

Milow (*** ½)
Vermits de eeuwig vrolijke Mika een week voor
Werchter liet weten dat hij er niet zou zijn, kwam er een plaatsje
vrij in de Marquee. “Laten we eens een kans geven aan een jonge
hond”, moet Herman Schueremans gedacht hebben, en zo geschiedde.
Singer-songwriter Milow mocht Werchter
openen in de Marquee en hij deed het met flair. Aanvankelijk een
beetje onwennig, maar met ondersteuning van het publiek steeg de
jonge zanger duidelijk boven zichzelf uit. Vanzelfsprekend
hoogtepunt ‘You Don’t Know’ werd door heel de tent meegescandeerd,
maar het waren vooral de andere songs die bewezen dat Milows
superhit ver van toeval was. Afsluiter ‘Born in the Eighties’
zorgde zelfs voor een eerste kippenvelmoment. Meer dan geslaagd en
hopelijk tot op één van de volgende edities. Eat that
Billy Talent! (ec)

Air Traffic (**)
Neem een snuifje Franz Ferdinand, een
eetlepeltje Kaiser Chiefs en een
halve kilo Arctic
Monkeys
, flink roeren en serveren in een strak pakje, et voila:
Air Traffic is born. Kan niet misgaan, zou een mens zo
denken, maar dat was te vroeg gejuicht. Hitjes ‘Charlotte’ en
‘Never Even Told Her My Name’ konden er nog net mee door, maar de
rest van de set blonk uit in flauwheid. De tijd zal moeten
uitwijzen of Air Traffic ooit zal headlinen op een festival, maar
ik betwijfel het, of ze zullen beter moeten leren stelen.

Vrijdag 29 juni 2007

The Van Jets (***)
De winnaars van Humo’s Rock Rally 2004 trapten de muzikale hoogdag
die vrijdag beloofde te worden af, en deden dat zowaar in stijl. De
dagtoeristen waren paraat, en ook vele kampeerders hadden de weg
naar de wei al teruggevonden. Voor een dus al bij al goed gevulde
weide speelden de Oostendenaren werk uit hun debuut-ep en eerste
full album Electric Soldiers
(bij gebrek aan ander). Straf materiaal, zo werd al vlug duidelijk,
want gedurende 3 drie kwartier telden we een handvol
killers en geen fillers. Dat belooft!
(avdm)

Queens of the Stone Age
(***½)
Met een schuchter zonnetje aan het hemelgewelf betraden de heren
van Queens of the Stone Age omstreeks halfacht de Main Stage. Fans
van de woestijnrockers, of zij die de gelijktijdig geposteerde
Admiraal al nét dat keertje te veel hadden gezien, drumden vol
verwachting samen en zagen met ons een uiterst gestroomlijnde set.
Een greep uit hun arsenaal: ‘No One Knows’ het intussen
onvermijdelijke ‘Go with the Flow’, ‘Monsters in the Parasol’ en
enkele proevertjes uit hun nieuwste album, Era Vulgaris. Het
geoefend oor kon zich op geen enkel speelfoutje verheugen en kreeg
met ‘Feel Good Hit of the Summer’ prompt één van de meest
memorabele momenten van de avond voorgeschoteld. Gedurende een
tiental minuten ontpopte Homme zich tot een eersteklas stand-up
comidian (eat that Geert Hoste!). Eén kleine kanttekening slechts:
die stoer ogende lantaarnpalen zijn omstreeks 8 uur niet zo’n goed
idee! (avdm)

Sioen (****)

Driemaal is scheepsrecht, ook voor Gentenaar Frederik Sioen. Na
zijn triomftochten in 2004 en 2005 mocht hij voor een derde keer
proberen de Pyramid Marquee helemaal in te pakken. Organisator
Schueremans had het hem daarbij niet echt makkelijk gemaakt, want
op hetzelfde ogenblik stonden Kaiser Chiefs (figuurlijk) het mooie
weer te maken op het hoofdpodium. Exact op het moment dat
Leeds’ finest megahit ‘Ruby’ aansneden, begonnen Sioen en
violist Jeroen Baert met het nummer ‘Too Good To be True’ aan hun
set. De tent was niet afgeladen vol, maar diegenen die naar de
Marquee waren afgezakt, kwamen in de eerste plaats voor Sioen en
niet zozeer om te schuilen voor de regen. Vandaar ook dat de groep
na elk nummer op een warm applaus werd onthaald.
Een paar maanden geleden bracht Sioen een derde plaat uit, A Potion, en het was
dan ook niet onlogisch dat vooral daar uit werd geput. Wie Sioen al
live aan het werk zag, weet dat hij er steeds voor het volle pond
voor gaat, en dat was deze keer niet anders. Van nummers als ‘Ease
Your Mind’, ‘Who Stole My Band?’ en ‘Reign’ (vrijdag het
slotnummer) wisten we al langer dat ze de temperatuur in een zaal
of tent de hoogte kunnen injagen, maar ook nieuwe songs als
‘Communicate’, het bezwerende ‘Suicidal Sunset’ en de singles
‘Ready For Your Love (High)’ en ‘No Conspiracy At All’ gingen er in
als zoete koek. Dit was misschien niet het optreden waarvoor
Werchter 2007 zal worden herinnerd, maar het was bij momenten toch
heel erg sterk. (mg)

werchterlily.jpgLily Allen (****)
Terwijl de fans van Bloc Party vóór de MainStage de ene regenvlaag
na de andere te verduren kregen, stroomde ook de Pyramid Marquee
aardig vol voor Lily Allen. Die bracht vorig jaar haar debuut
‘Alright, Still’ uit, maar haalt toch vooral de pers door haar
weinig fijngevoelige of tactvolle uitlatingen over haar
collega-popsterren en/of haar niet altijd even gezellige
drinkgewoonten. Na enkele nummers vertelde ze dat ze een beetje
ziek was en dat daardoor haar stem het wel eens wat ‘minder’ zou
kunnen doen. Op die zang was nochtans niet zoveel aan te merken,
zodat we eerder denken dat het een smoes was om een fles
Jägermeister soldaat te maken op het podium. Maar eerlijk is
eerlijk: de fles werd doorgegeven aan de eerste rijen van het
publiek.
Geruggensteund door een zevenkoppige band zeilde Allen een uur lang
door haar eerste en dus enige plaat, en lokte ze met knappe versies
van de singles ‘LDN’ (opener van de set), ‘Little Things’ en
‘Smile’ enthousiaste reacties aan het publiek. Het waren niet de
enige hoogtepunten van het optreden, want ook ‘Shame For You’,
‘Everything’s Just’, ‘Not Big’ en ‘Friday Night’ mochten er wezen.
Om haar uurtje Marquee helemaal vol te krijgen had Allen nog twee
covers in petto: ‘Oh My God’ van Kaiser Chiefs was erg leuk gedaan,
‘Heart of Glass’ van Blondie iets minder (maar toen was ze naar
eigen zeggen al zat). Niettemin een zéér aangename verrassing.
(mg)

Satellite Party (****)
Fans van Jane’s Addiction of Porno for Pyros hadden Satellite Party
ongetwijfeld als hoofdprioriteit aangestipt , want onder deze naar
een dance-act neigende naam, schuilt niets minder dan het nieuwste
project van artistieke duizendpoot en prille vijftiger Perry
Farrell. En van zodra de zeskoppige band (4 mannen en 2 vrouwen) de
marquee betrad, steeg tot de achterste rijen, die door toedoen van
de jonge honden van Arctic Monkeys nog binnen de tent te vinden
waren, een feestgedruis op. Jane’s Addiction-nummers zoals ‘Stop’
of ‘Mountain Song’ kenden het meeste weerklank in de oren van het
uitzinnige publiek. Nummers van hun debuutplaat ‘Ultra Payloaded’
waren al veel minder hoogstaand. Niet dat het iets uitmaakte, want
zoals de naam het al verraadde, een party moest en zou het
worden. Farrell kon zijn ogen zelf niet geloven, en bestookte de
menigte continu met lofbetuigen en, zoals hij ze zelf omschreef,
musical gifts. Satellite Party moest vrijdag op muzikaal
vlak voor veel bands onderdoen, maar qua ambiance waren ze
onovertroffen. Daar kon zelfs een weergaloos Pearl Jam niets aan
verhelpen. (avdm)

Lees het uitgebreide Pearl Jam-verslag!

Zaterdag 30 juni 2007

Heideroosjes, Main (**)
De Heideroosjes zijn punk, ze zijn hard, ruw, opgevoed in en door
de straten van het Limburgse Horst, waar het leven van elke dag een
strijd om te overleven is. Hoewel de band in 2007 zijn achttiende
levensjaar ingaat, is er van die drive en energie weinig verdwenen.
De Heideroosjes zijn sinds hun hitsucces ‘Damclub Hooligan’ uit
2003 en hun contract bij een Amerikaans label nog steeds dezelfde
goedgeluimde punks uit Limburg, die het publiek eraan herinneren
dat punk voor en van iedereen is. Op het einde van hun strakke,
volhardende en gemeende set zetten ze hun ‘vrijheid
blijheid’-devies in praktijk om. Met een cover van ‘Ring of Fire’
en een flard ‘Seek and Destroy’ lieten ze het publiek in de
ochtendzon meezingen. Een mooi begin van een nieuwe
festivaldag.
Het is moeilijk concentreren wanneer de maag nog tegenwerkt, de
laatste hamburgers nog in bier liggen te zwemmen, de pijn in de
benen zoveel sterker is dan een goed humeur. Het is de kwelling van
een festival als Werchter, waar de dagen elkaar opvolgen en het
plezier van dag één de pijn van dag twee vormt. Op mainstage zien
we hoe Razorlight een gevoelig moment aan een stel gevoelloze
luisteraars tracht te verkopen. (pn)

Razorlight (*)
Een half Zweeds, half Brits viertal stelt zich aan de weide voor,
Razorlight is een rockband, met rocklooks en beschikt met ‘In the
Morning’ over een wereldwijde hitsingle. Openen met die single is
een goed idee, je hoort de herkenning bij het publiek over de weide
galmen en met een beetje geluk staat iedereen van het begin van de
set met de armen in de lucht. Voor zanger en ritmegitarist Johnny
Borrell, die zichzelf als de beste songwriter, dichter en
entertainer van het moment beschouwt, kan dat geen enkel probleem
vormen. In een bijzonder klein en strak wit broekje danste Borrell
met het publiek door het eerste deel van de set, waarin pittige en
ritmische songs aan de 80’s deden denken. Maar openen met de single
is een vreselijk idee als de rest van de set uit minder herkenbare,
downtempo en misplaatst gevoelige songs bestaat. De klagende en
soms zelfs oervervelende zang wiedet in deze makke nummers het
publiek in slaap. Halverwege waren wij al vergeten wie die
Razorlight nu weer is, waarom die zanger zo’n klein broekje droeg
en waarom we precies met onze armen in de lucht stonden. Gevoelige
momenten zijn een moeilijk verkoopbaar product als iedereen
gevoelloos is. (pn)

werchterwinehouse.jpgAmy Winehouse, Main (*)
Het was ruim twintig na drie als de grote Amy Winehouse show
uiteindelijk het podium opkwam. In het publiek waren de
verwachtingen duidelijk hooggespannen. Alle aanwezigen wilden met
eigen ogen de arrogantie waarnemen, de ongeïnteresseerde blik.
Iedereen wilde haar kleine kleedje goed bekijken, zich afvragen hoe
een mens zoveel haar op zijn hoofd laat groeien. Amy Winehouse
stelde op geen van deze fronten teleur. Het podium was omgebouwd
tot het decor van de grote Amy Winehouse show. De rode gordijnen
riepen een rokerige casinosfeer uit de zestiger jaren op. Amy
Winehouse was arrogant, niet geïnteresseerd, foeilelijk. Tussen de
nummers door legde ze haar willetje op aan de band, die vooral
uitblonk in mislukte pogingen de hele zaak wat schwung mee te
geven. Een optreden dat zowel houterig als passieloos aanvoelde en
slechts af en toe door de bejubelde stem van Winehouse tot een
hoger niveau werd getild. Onbewogen bracht ze schurende en
schrapende soul van vocaal topniveau, die door gebrek aan bezieling
meteen in het water viel. (pn)

werchtergoose.jpg Goose (**)
Goose werd in een stampvolle Marquee aangekondigd als één van de
beste Belgische bands, en het jonge volkje ging uit zijn dak nog
voor de eerste noot gespeeld was. Goose maakt op dit moment een
wilde rit op het succes van de fusie tussen rock en dance en laat
het publiek solidair meegenieten. Hun universele elektropop is
toegankelijk en bijzonder dansbaar, de contacten in de
internationale platenwereld zijn gelegd en het succes is bijgevolg
ook buiten België een feit. In de Marquee speelde het viertal een
set die uit één massief deel bestond en waarin keyboards en gitaar
elkaar liefdevol omarmden, begeleid door strak pompende bassen.
Inhoudelijk stelt het werk van Goose weinig voor, de aanstekelijke
ritmes uit drums en keyboards doen aan een dozijn andere acts
denken, maar de Marquee ging uit zijn dak. (pn)

werchtergoodbad.jpg The
Good The Bad And The Queen (****)

Een goede band moet een goede naam hebben, een grote band een grote
naam. Voor zijn nieuwste project verzamelde Damon Albarn enkele van
de grootste muzikanten van de laatste decennia en besloot met The
Good, The Bad And The Queen nog maar eens van muzikale vaarroute te
veranderen. Voor hun optreden was de Marquee omgetoverd tot een
duistere gentlemen’s club uit het 19e eeuwse London. Donker,
theatraal en grimmig bespeelden Albarn en zijn vrienden deze
setting met songs over het leven in het hedendaagse London. De soms
vreemde arrangementen en de jazz-dub, die vooral door Clash bassist
Paul Simonon werd voortgebracht, namen het publiek mee naar een
vreemde wereld van vagebonden en dieven. Een oude, donkere wereld
vergezeld van een van de meest vernieuwende geluiden van deze
editie van Werchter. (pn)


Zondag 1 juli 2007

werchterinterpol.jpg Interpol (**1/2)
Je kunt jezelf nog steeds een cool imago aanmeten als je roept dat
je fan bent van Interpol. Lang zal het niet meer duren, want deze
band begint langzamerhand toch echt wel grote bekendheid te
krijgen. Het was waarschijnlijk om die reden dat Schueremans de New
Yorkers op het hoofdpodium had neergezet. Te veel eer, zo bleek. De
jongens speelden hun nummers en ze speelden ze goed, maar daar
hield het dan ook bij op. De zelfingenomenheid droop ervan af.
Kennelijk denken de bandleden dat hun muziek alleen wel goed genoeg
is. Maar als je live niets toe wilt voegen, blijf dan lekker in de
studio zitten. (vw)

Incubus (***1/2)

Incubus? Was dat niet die metalband die zich schaamteloos heeft
overgegeven aan bijna zoete rockliedjes? Yup. Maar verhip, een live
set weggeven kunnen ze! Zanger Brandon Boyd liet zien dat hij meer
in z’n mars heeft dan enkel eierstokken van pubermeisjes laten
klapperen en deed het vocaal bovengemiddeld. De show was lekker
ontspannen en er was – goddank – genoeg ruimte voor de oude en
stevige nummers. Merci, een pluspuntje in mijn achting jongens!
(vw)

The Australian Pink Floyd Show (****)
Een coverband op een rockfestival, wat haalt Herman zich in z’n hoofd? Maar waarom niet eens gaan kijken, alles is beter dan nog maar eens 2,5 uur Metallica. Een amper volle tent stond een beetje onwennig te dralen, maar toen de eerste noten van ‘Shine On You Crazy Diamond’ werden ingezet, was het meteen duidelijk dat dit niet zomaar een coverbandje is dat je op je trouwfeest laat spelen. Elke song werd met zo veel precisie en overgave gespeeld dat je bijna het gevoel kreeg dat je naar de echte Pink Floyd stond te kijken. Halfweg de openingssong stond het publiek al enthousiast mee te wiegen en tijdens ‘Wish You Were Here’, stond de tent volledig op z’n kop. Tijdens afsluiter ‘Comfortably Numb’ werden de muzikanten na elke gitaarpartij onderbroken door een hevig applaus, dat nog ver nadat de band het podium had verlaten bleef nagalmen. ‘Kippenvel,’ zoals de veertiger achter mij het perfect omschreef, vlak voor hij zijn partner in de armen viel.

Damien Rice (****)
De Ier kon op redelijk veel belangstelling rekenen in de Marquee. Voor wie het verkoos geen plek vooraan te bemachtigen bij Metallica, was het een welkome afwisseling tussen Incubus en de grote naam op het affiche. Damien Rice gaf een fantastisch optreden weg. Teder en minimalistisch, dan weer rockend, was het een afwisselende show met een Rice die quasi-zat een dronkemansliedje opvoerde, inclusief ober die hem wijn bijschonk. Ook de zijsprongetjes die hij naar andere artiesten maakte, zoals Nancy Sinatra en Radiohead, waren erg vermakelijk. Het kartonnen bordje in het publiek met “We miss Lisa” bleek overbodig. Damien kon het alleen wel af. (vw)

werchtermetallica.jpg Metallica (****1/2)

Dé headliner had een Werchter-lustrum te vieren. Eigenlijk speelde Metallica al op voorhand een gewonnen wedstrijd. Dat kon je zien aan het publiek, waar een Metallica-outfit zo ongeveer tot uniformwas verheven. De Amerikanen vierden hun jubileum in elk geval op gepaste wijze. Minpuntje was dat ze een kwartier te laat op het podium verschenen, maar de heren zijn nu eenmaal grootheden. En terecht. De energie die tweeëneenhalf uur van het podium spatte was van bijna bovenmenselijke proporties. James Hedfield liet zien hoe een frontman met zijn publiek moet omgaan, terwijl gitarist Kirk Hammett met solo’s smeet alsof het pepernoten waren. En wat is er mooier dan, als je dan toch Metallica bent, af te sluiten met ‘Enter Sandman’? Metallica wordt vaak de beste liveband ter wereld genoemd. Werchter heeft wederom mogen zien dat die titel wel eens terecht zou kunnen zijn. (vw)


Faithless (****)

Nog zo’n jubilaris op Werchter. Faithless betrad hier ook voor de vijfde keer het podium. Zouden ze het nog wel kunnen, Werchter op een mooie manier afsluiten? Het antwoord was duidelijk. JA! Zowel de visuals als de muziek waren heerlijk en het publiek, grotendeels gezuiverd van Metallicafans, zag dat het goed was. Maxi Jazz was zichtbaar in z’n element en riep Werchter uit tot het beste festival ter wereld. Voor de verandering klonk het eens niet obligatoir uit een artiestenmond. Door de creative manier van mixen en spelen merkte je vaak pas op het laatste moment welk nummer er uit de hoed getoverd werd, waardoor een ska-versie van “‘Mass Destruction’ en het masaal beegebrulde ‘We Come 1’ aangename verrassingen bleken. Metallica mag misschien een trouwere aanhang hebben, maar Faithless staat er nog altijd garant voor dat het afsluitende vuurwerk níet voor de Big Bang hoeft te zorgen. (vw)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =