Hot Fuzz




115

Het overkomt me steeds minder vaak (bittere ervaring is dan toch
ergens goed voor), maar zo heel af en toe loop ik nog wel eens
mensen tegen het lijf waarvan ik me oprecht afvraag hoe het
mogelijk is dat ze me met m’n voornaam aan mogen spreken. Een
collega van mij zat enkele dagen geleden haast ovulerend van het
lachen te vertellen over de fantastische avond die ze had beleefd
met een dvd van ‘Scary Movie 4’ – lange
beschrijvingen van de diarreescène uit de ‘Village’-parodie en de
openingssequens waarin dr. Phil zijn verkeerde voet afzaagt, waren
mijn deel. Tegen de tijd dat ze hinnikend op zoek ging naar
samenhangende zinnen om haar waardering uit te drukken voor de
postmoderne sluwheid die deze scherpe satire aan de dag legde (zo
drukte zij het niet uit, maar uit het opvallende
hiiiiew-geluidje dat ze maakte telkens ze naar adem hapte,
kon ik opmaken dat ze dat bedoelde), begon ik mezelf merkwaardige
vragen te stellen: waarom mag je zo’n mensen niet legaal met een
spade doodmeppen? Hoe slagen ze erin om zichzelf ‘s ochtends aan te
kleden zonder zware fysieke wonden op te lopen? En zal hun smaak er
misschien op vooruit gaan eens ze ‘Hot Fuzz’ hebben gezien en ze zo
te weten zijn gekomen hoe een parodie er écht hoort uit te zien?
Ach ja, een mens vraagt zich zoveel af zonder dat het iets
oplevert.

Edgar Wright en Simon Pegg maakten in 2004 de surprise
hit
‘Shaun of
the Dead’
, een goed getimede en bovenal knap gemaakte pastiche
op het zombiegenre. Wright regisseerde, Pegg acteerde en samen
schreven ze het script – buiten Engeland waren de financiële
verwachtingen niet erg hooggespannen, maar ‘Shaun’ werd één van de
grootste kassuccessen van dat jaar. Gevolg: de heren gingen samen
een pint drinken en besloten dat de Michael Bay / Tony
Scott-actiefilm hun volgende doelwit zou worden. ‘Hot Fuzz’ werd
een liefdevolle parodie op het soort cinema waarin testosteron
lekkende kerels in slow-motion door de lucht klieven terwijl ze
twee pistolen tegelijk afvuren. En net als in het geval van
‘Shaun’ missen
Wright en Pegg hun doel niet.

Pegg speelt Nicholas Angel, een Londense flik die stilaan een
legende aan het worden is in zijn vakgebied: hij arresteert
gemiddeld vier keer zoveel criminelen als zijn collega’s, kan
kilometers rennen zonder zelfs maar te zweten en heeft in het
voorbije jaar negen aanbevelingen gekregen. Hij is zelfs zodanig
goed in zijn job dat zijn chef hem beschouwt als een bedreiging (de
andere agenten steken immers slecht af tegen hem) en hem
wegpromoveert naar Sandford, een boerengat waar al in twintig jaar
geen misdrijf meer is gepleegd. Aanvankelijk heeft Angel zwaar de
pest in over zijn relocatie, tot er plots enkele verdachte
ongevallen gebeuren. Een advocaat en zijn vriendin raken onthoofd
in een auto-ongeluk en het huis van een grootgrondbezitter
ontploft. De plaatselijke autoriteiten maken er niets van, maar
Angel ruikt onraad, de camera begint heen en weer te zoeven in de
beste Amerikaanse adhd-cinematraditie en voor je het weet ontaardt
het vredige dorpje Sandford in een bloedbad.

De voornaamste reden waarom veel van de recente parodieën op
populaire films niet werkten (denk buiten de ‘Scary Movie’-reeks
vooral niét aan ‘Epic Movie’), is omdat
die prenten eigenlijk weinig anders deden dan scènes uit de
originelen naspelen, met hier en daar een scheet of een valpartij
er aan toegevoegd. Die films werden niet opgevat als op zichzelf
staande projecten, maar eerder als een collectie onsamenhangende
sketches, waarvan er sommigen wel eens grappig waren, maar de
meesten simpelweg vulgair en flauw overkwamen. ‘Hot Fuzz’
daarentegen, is een parodie op een heel genre (net zoals ‘Shaun of the Dead’ dat
was). In plaats van zich te concentreren op specifieke scènes uit
specifieke films, zoomen de makers in op conventies, op clichés die
we kennen uit honderdenéén gelijkaardige verhalen. ‘Point Break’ en
‘Bad Boys II’
krijgen dan wel iets meer speciale aandacht, maar ‘Hot Fuzz’ blijft
een sympathieke knipoog naar elke Jerry Bruckheimer blockbuster die
ooit de cinema’s teisterde.

Je krijgt het idee dat Wright en Pegg niet alleen verdomd veel
van die actiefilms gezien hebben, maar er ook behoorlijk van
genoten hebben. De stilistiek ervan wordt tot in de puntjes
verzorgd: we krijgen flashy camerabewegingen, een
ultrasnelle montage, soms een groene kleurenfilter, bombastische
muziek en coole one-liners, zoals daar zijn: “Punch that
shit!”
en “The little hand says it’s time to rock and
roll!”
De personages van ‘Scary Movie’ knipoogden continu naar
de camera onder het motto “kijk eens hoe grappig wij wel zijn”. Die
van ‘Hot Fuzz’ lijken zich niet eens te realiseren dat ze in een
komedie zitten – alles wordt serieus gespeeld, maar dan wel in de
context geplaatst van een onooglijk Brits dorp, waarin de dominee
en de plaatselijke burgerwacht zowat alle autoriteit in handen
hebben. We krijgen hier een perfect geobserveerde en geïmiteerde
Tony Scott-stijl, maar tijdens het eerste anderhalf uur van de film
wordt die wel aangewend om te tonen hoe Angel en co achter een
ontsnapte zwaan aangaan, omdat er in dat gehucht nu eenmaal niets
anders te doen is.

Wanneer de actie tijdens de laatste twintig minuten dan toch
volop losbarst, wordt het pas echt duidelijk waarom Wright en Pegg
‘Hot Fuzz’ hebben gemaakt. Pegg is er de man niet naar om ooit
gecast te worden in de rol van superflik, tenzij hij die rol voor
zichzelf schrijft, en dat is dan ook precies wat hij hier heeft
gedaan. Alle acteurs willen ooit wel eens hun jongetjesfantasie
uitleven om in slow motion mensen omver te knallen en dingen te
laten exploderen, en Pegg geniet hier zichtbaar van zijn grote
kans. De makers willen de high octane actiefilm in het
belachelijke trekken, ja, maar ze vinden het ook gewoon ontzettend
cool om Mel Gibson of Will Smith te kunnen spelen.

Waar dan de parodie zit, is in Wright en Peggs
onverschrokkenheid om over de top te gaan. Priesters worden
neergekogeld, oude dametjes worden pal in het gezicht gestampt en
er is een scène met een kasteeltorentje die zich qua
gore-gehalte kan meten met eender welke splatterfilm.

‘Hot Fuzz’ is een subtiele parodie, die slaagt in dezelfde
moeilijke balanceeract die ook ‘Shaun of the Dead’ zo knap tot een
goed einde wist te brengen: hij is zowel een knappe persiflage van
de conventies van een overbekend genre, als een mooi exemplaar van
dat genre zelf. Niet alleen bespot ‘Hot Fuzz’ de Michael
Bay-actiefilm, maar hij bevat ook een aantal shoot-outs
waar de heer Bay nog wat van zou kunnen leren.

Niet dat ‘Hot Fuzz’ zonder gebreken is – zo krijgen we in de
tweede helft van de film net wat te veel scènes waarin lange
betogen worden gehouden om de plot uit te leggen, zonder dat dat
uiteindelijk ergens toe leidt. En let’s face it, dit is
escapisme waar je niet moet komen aankloppen voor inhoud of enige
betekenis. Maar het is wél goed escapisme, continu amusant en
intelligent, stilistisch weloverwogen in beeld gebracht en qua toon
precies op de grens tussen bloedserieuze ernst en milde spot. Of
zoals mijn collega het zou uitdrukken: very, very
hiiiiew.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − negen =