Piano Magic :: Part-Monster

Piano Magic heeft veel gezichten gehad. Van de elektronische thuisopnames van debuut Popular Mechanics over het zweverige van Low Birth Weight tot het meer folkgeïnspireerde Writers Without Homes; de stijlen waren even divers als de labels waarlangs de groep passeerde. Nog eens zeven jaar verder lijkt Piano Magic eindelijk te zijn thuisgekomen met een derde album op Green UFOs en een stijl die zich nog het best als droompop laat omschrijven.

Hoewel ze maar kort op dat label zaten (ten tijde van Writers Without Homes), lijkt Piano Magic de ideale 4AD-band te zijn: een beetje shoegaze, het etherische van This Mortal Coil, flarden elektronica, een vleugje new wave aan de randjes en gaandeweg al eens vaker een scheurende gitaar die aan Pixies doet denken. Dat is zowat het geluid waar de groep sinds The Troubled Sleep Of… op voortging. Opvolger Disaffected perfectioneerde die richting, en Part-Monster bevestigt nu al het goeds van dat album. Producer Guy Fixen (met eerder werk voor My Bloody Valentine en Pixies op het CV) doet wat van hem verwacht mag worden, en bezorgt de plaat een erg grote 4AD-feel.

Over een jachtige beat groeit “The Last Engineer” uit tot een even bezwerende opener als “You Can Hear The Room” dat op Disaffected was. “I tried to follow my father/He was the last engineer/But they’d closed all the factories/And his steps disappeared”, zingt Glen Johnson rusteloos in een verhaal over hoe hij ooit op zoek naar werk naar Londen afzakte vanuit Noord-Engeland. De toon is meteen gezet voor een erg persoonlijk album.

“England’s Always Better (As You’re Pulling Away)” is een evidente songtitel voor een groep die naar het vasteland moest uitwijken om iets van appreciatie te krijgen. De song in kwestie is een vroeg hoogtepunt, een traag openbloeiende bloem. “Ridicule is something to be proud of”, stelt Johnson bitter vast in deze dubbelhartige liefdesverklaring aan Albion.

Minder en minder houdt Johnson zich bezig met elektronische spielerei. Daar heeft hij tegenwoordig immers zijn nevenproject Textile Ranch voor. De songs hebben het dan ook niet echt nodig, zo blijkt uit een reprise van “Incurable” (met Angèle David-Guillou’s opnieuw op gastzang), dat vorig jaar al in een andere vorm op e.p. verscheen. In onze persoonlijke hitparade staat het nummer momenteel op een uitstekende tweede plaats (na “Life Is Not A Movie Or Maybe” van Okkervil River, jij nieuwsgierige): droompop van een uitstekend jaar, dit jaar met name.

“The King Cannot Be Found” sluit de A-kant af met een even gejaagd ritme als de opener. “Great Escapes” is de stevige, basgedreven instrumentale die kant B inluidt: postrock gekoppeld aan het meest Noord-Engelse van de eighties (denk aan Joy Division dat het op een jammen zet met Slint). Vanaf dan vouwt Part-Monster terug in elkaar. Langzaamaan zakt het tempo en wordt het instrumentarium schaarser. Johson raakt in “Cities & Factories” even onze aandacht kwijt, maar vindt die gelukkig net op tijd terug voor het heerlijk wiegende “Halfway Trough”. De scheurende echoënde gitaren en hamerende piano van “Saints Preserve Us” hadden ons anders wel bij de les getrokken.

Met de ingetogen titeltrack wordt Part-Monster uiteindelijk zachtjes in slaap gewiegd. We sluipen stil weg en doen het licht uit: alweer een mooie plaat van Piano Magic, dat nu eindelijk wel eens wat meer spots verdient. Mogen we op jullie hulp rekenen, vrienden van het betere lied?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =