Piano Magic :: Part Monster

Important, 2007

Piano Magic. Het zou de verdacht goedkope verzamelnaam kunnen zijn
van veertien volumes van de pot gerukte pianocomposities van lang
begraven componisten, uitgevoerd door een vergeten pianist uit de
Sudeten. En dat is het ook. Of toch niet. Neen, Piano Magic is het
onbegrijpelijk behoorlijk onbekende project rond Glen Johnson, in
Londen van wal sinds 1996. Een beetje naar het voorbeeld van This
Mortal Coil heerste er bij Piano Magic de eerste jaren een
‘draaideurpolitiek’: groepsleden kwamen en gingen, en in het
elfjarig bestaan van Piano Magic is enkel Johnson zelf een
constante gebleven. Ook wat genres betreft, is er heel wat
uitgeprobeerd: van louter instrumentale albums, zoals de soundtrack
‘Son De Mar’ (2001) over chamber pop naar indietronica,
van shoegaze naar post-rock. We wachten nog steeds op hun eerste
metalplaat. Het enige wat de muzikale geschiedenis en de negen full
albums van Piano Magic met elkaar verbindt, is een melancholisch
verlangen. Naar wat, daar is Johnson wellicht zelf nog niet
uit.

Qua genres is ‘Part Monster’, na ‘Disaffected’ (2005), de negende
langspeelplaat, bijna even divers als hun gehele oeuvre. Dat
shoegaze, het indiegenre waarin artiesten voortdurend naar hun
schoenen kijken, sterk vertegenwoordigd is, heeft veel te maken met
de aanwezigheid van producer Guy Fixsen, voorheen aan de slag bij
bands als My Bloody Valentine, Slowdive en Stereolab. Een andere
sterke aanwezigheid op ‘Part Monster’ is die van de Française
Angèle David-Guillou. De zangeres gaat solo door het leven Klima en
met haar fluisterzoete stem heeft ze Piano Magic al verschillende
keren versterkt. Een betoverend, dromerig duet tussen de Franse en
Johnson is ‘England’s Always Better (As You’re Pulling Away)’. Met
“though I love the rain” begint Glen Johnson alweer een
nummer over wellicht zijn meest bezongen onderwerp: zijn (kritische
blik op) Engeland. David-Guillou vult Johnson als een hemelse
schoonheid aan, terwijl een enkele gitaar en dromerige new wave
geluiden het nummer bijna bovenaards maken. De sfeer wordt iets
meer werelds wanneer derde zanger Simon River (van The Bitter
Springs) met een tempo- en begeleidingswissel een eind verder
overneemt. De sfeer gaat in de richting van Massive Attack, tot het
duet tussen de voornoemde twee opnieuw begint om het nummer te
beëindigen.

Openingsnummer ‘The Last Engineer’ is nog zo’n stukje over
Engeland. Hier is de vader van de verteller de laatste ingenieur in
een reeds gesloten fabriek. De eighties synths brengen ons terug
naar de periode waarin de fabrieken nog draaiden en blijven
aanwezig in de instrumentale, epische tweede helft van het nummer.
Volledig instrumentaal is het tot de verbeelding sprekende ‘Great
Escapes’. De jaren tachtig zijn opnieuw aanwezig, maar de song doet
even gemakkelijk denken aan de post-rock van Red Sparowes.

Afsluiter ‘Part-Monster’ maakt opnieuw gebruik van de kracht van
het man-vrouwduet. Al bestaat Angèle David-Guillou’s prestatie hier
grotendeels uit welgemikte woo hoo hoo’s. ‘Incurable (Reprise)’ is,
zoals de titel doet vermoeden, een herwerking van het op ep
verschenen ‘Incurable’ en laat Piano Magic van zijn poppy kant
horen. David-Guillou klinkt wat als Nina Persson van The Cardigans.
Eerder richting folk is dan weer het (anti-)oorlogsnummer ‘Soldier
Song’: “You vote for your country / You vote for your
queen”
. Over welk leger zou Angèle hier toch zingen?

Geen enkel nummer op het diverse ‘Part Monster’ valt negatief uit
de toon. En die toon is dromerig, verlangend, adembenemend. Een
album voor de mijmerende medemens of ook wel de helft van de
wereldbevolking.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − zeven =