Meg Baird :: Dear Companion

Met Milkwhite Sheets kreeg Isobel Campbell de wind van voren, want wie haar met Ballad Of The Broken Seas had leren kennen, zat niet meteen te wachten op een Brits folkalbum. Dat de fans van Meg Baird over een dergelijk album minder misbaar zullen maken, ligt voor de hand: Baird heeft haar verleden mee.

Als een van de frontvrouwen van het psychofolkcollectief Espers, heeft Meg Baird al lang bewezen wat ze in haar mars heeft. Met de groep bracht ze niet alleen de knappe albums I en II uit, maar ook The Weed Tree, een e.p. met, naast één eigen nummer, traditionals en weinig voor de hand liggende covers van The Blue Oyster Cult ("Flaming Telepaths"), postpunkers The Durutti Column ("Tomorrow") en femme fatale Nico ("Afraid").

Ook op haar solodebuut Dear Companion, en op Leaves From Off The Tree dat ze met Helena Espvall en Sharron Kraus uitbracht, kiest Baird voor een mix van eigen nummers, traditionals en covers, al is de songkeuze hier veel veiliger te noemen. Bairds stem leent zich — net als die van Campbell overigens — uitstekend voor de pastoraal ingekleurde songs, vooral omdat haar gezang voller klinkt en verder draagt dan deze van de Schotse sirene.

Ze weet daarenboven veel beter de covers naar de eigen hand te zetten, en eigen nummers netjes te laten aansluiten bij de songs van anderen. Dit is dan ook een veel consistentere plaat dan Milkwhite Sheets geworden. Jammer genoeg biedt Dear Companion verder geen verrassingen. De keuze voor "Do What You Gotta Do" van Jimmy Webb was naar eigen zeggen de meest gewaagde, maar Baird slaagt er wel schitterend in de song zo te vertalen dat hij moeiteloos in het rijtje past, en bijvoorbeeld naast de traditional "Willie ’O Winsbury" niet uit de toon valt.

Het enige "buitenbeentje" is "All I Ever Wanted" (van New Riders Of The Purple Sage) dat, ondanks de kale inkleding, toch een verschil in songstructuur laat horen met de andere nummers. Dit staat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Bairds eigen "Maiden In The Moor Lay", dat even traditioneel en "volks" klinkt als de traditional "Dear Companion". Dit laatste nummer wordt overigens een tweede keer hernomen in een a capellaversie, die verder weinig toevoegt aan het geheel.

Al bij al is Dear Companion dus een wat saaie plaat geworden, waarbij Baird eigen nummers ("River In Tinicum") afwisselt met traditionals ("Sweet William And Fair Ellen", "The Cruelty Of Barbary Ellen") en folkcovers, voornamelijk uit het begin van de jaren zeventig (het obscure "The Walze Of The Tennis Players" van Fraser & DeBolt, "River Song" van Chris Thompson), zonder ooit iets gedurfds te wagen.

Bij Espers vervult Baird netjes haar rol als frontvrouw en muzikante binnen een groter geheel, maar op zichzelf blijft ze te veel steken in de rol van grijze muis. Ze brengt de nummers zoals het hoort, maar geeft er verder geen meerwaarde aan. In zijn geheel is dit een betere folkplaat geworden dan Campbells Milkwhite Sheets, maar die laatste had wel enkele uitschieters die de aandacht bij de plaat hielden. Dear Companion is een album voor hen die hun folk graag traditioneel en zonder al te veel poespas hebben. Maar wie iets meer verlangt, schaft zich beter een plaat van Espers aan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 13 =