Brett Anderson

Over enkele weken is het precies vijftien jaar geleden dat ‘The
Drowners’ verscheen, de eerste single van Britpopgroep-legende
Suede. Op het einde van dit jaar is het tevens vijf jaar geleden
zijn dat de groep het na vijf langspelers en een dubbele
verzamelaar met b-kanten voor bekeken hield… ‘Hoe moet het nu
verder met de ‘arme’ zanger van zo’n groep?’ is één van de vragen
die wij ons dan wel eens stellen. Het is niet alleen een dwaze
vraag maar vooral een overbodige, want hoeveel andere ‘hulpeloze’
frontmannen (Morrissey, Ian Brown, recent ook
nog Jarvis
Cocker
, …) zijn hem niet voorgegaan in het uitbouwen van een
respectabele solocarrière? Al snel na de split van Suede was er
sprake van een soloalbum, maar die liet op een paar jaar op zich
wachten door de onverhoopte en tijdelijke (?) verbroedering met
Suede-gitarist van het eerste uur Bernard Butler in The Tears.

Met The Tears stond Anderson twee jaar geleden al in een nauwelijks
voor drievierde gevulde Pyramid Marquee op Werchter, het optreden
dat enkele maanden later was gepland in de Botanique werd
geannuleerd. Ook dinsdag scheelde het niet veel of Anderson had
zijn passage in onze hoofdstad gecancelled omwille van een ‘mal
de gorge’
. Met de teleurstellende verkoop en het niet echt
poeslieve onthaal van zijn plaat in de pers, besefte de Londenaar
dat het nu of nooit was om zijn sputterende solocarrière weer aan
te zwengelen. Dat was trouwens ook te merken aan zijn houding op
het podium. Vroeger leek het soms wel of er een soort glazen wand
stond tussen de performer en zijn publiek, in de Botanique ging hij
meteen handjes schudden met enkele mensen op de eerste rij. De
Anderson die we dinsdag zagen leek dan ook de vriendelijkheid
zelve, maakte af en toe een grapje en bedankte zijn publiek meestal
in het Frans (en een heel klein beetje in het Nederlands). Het
compenseerde ruimschoots het feit dat zijn stem af en toe te lijden
had onder zijn zere keel.

De groep die hij had meegebracht bestond uit gitarist Jim Dare
(Minutemen), drummer Sebastian Sternberg (Amphibic), bassist Mat
Osman (ex-Suede, tegenwoordig parttime Mista Brown) en de Noorse
toetsenman Fred Ball, met wie Anderson nauw samenwerkte voor de
plaat. Terwijl een tape liep met de strijkers van ‘The More We
Possess The Less We Own of Ourselves’, kwam de groep uit de
coulissen. De eerste vijf songs van het concert kwamen – niet
geheel onverwacht – uit zijn soloplaat: Anderson
begon eerder ingetogen met ‘To the Winter’, het prachtige ‘Love Is
Dead’ en het zoete ‘One Lazy Morning’ (twee van onze favorieten),
om vanaf ‘Dust and Rain’ en ‘Intimacy’ over te schakelen op het
iets ruwere werk.

De tweede helft van de set werd ingezet met ‘Back to You’, de (door
Anderson ingezongen) single van Fred Balls elektropop-project
Pleasure. Het origineel vonden wij destijds niet helemaal ‘je dat’,
maar in deze uitvoering had de song zeker niet misstaan op Suedes
geweldige b-kantjesverzamelaar ‘Sci-Fi Lullabies’. In tegenstelling
tot Jarvis Cocker
eerder dit jaar greep Anderson wél terug naar zijn roemrijke
Britpop-verleden, meerbepaald met ‘By the Sea’ uit Suedes
bestseller ‘Coming Up’. Afronden deed hij met nieuw werk. ‘Colour
of the Night’ en ‘Infinite Kiss’ konden ons op plaat al overtuigen,
daartussen zat ‘Scorpio Rising’ geprangd en ook die song kwam een
pak beter uit de verf dan op de cd.

De grootste en de leukste verrassing moest dan nog komen. Anderson,
die tijdens ‘Scorpio Rising’ en ‘Infinite Kiss’ al had staan mee
tokkelen, werkte de eerste bisnummers helemaal in zijn eentje af,
met zijn akoestische gitaar. Het grotendeels naar het Frans
vertaalde ‘The Power’ (‘La Puissance’, dus) en ‘The Wild Ones’
waren verre van perfect, maar wel erg ontwapenend en van een
intimiteit die zelfs de fanatiekste fan tot voor kort wellicht niet
voor mogelijk had gehouden. Het grossieren in oude hits was echter
nog niet voorbij. Na het akoestische onderonsje keerde de rest van
de band terug voor ‘Trash’ en ‘Beautiful Ones’, twee songs waarvoor
Anderson vocale steun vroeg én kreeg van het publiek.

Veertien nummers kregen we dinsdag te horen: acht nieuwe, vijf
Suede-songs en één koekoeksjong. Ook al haalde de set – deels door
de stemproblemen – niet altijd het hoge niveau van een Suede op
toerental, dit was best een goed optreden. Een pak Brett-haters zit
allang te wachten tot hun favoriete schietschijf er definitief het
bijltje bij neerlegt, maar afgaand op Andersons prestatie van
dinsdag en de warme respons die hij kreeg zou dit nog wel een
tijdje kunnen duren.

Brett
Anderson
is uit bij V2.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 9 =