The Heptones meet The High Notes

Wanneer men afgaat op de playlists van de radiostations, dan lijkt
het wel of reggae iets is uit een ver en duister verleden, een
genre dat niet meer wordt beoefend omdat men er van uitgaat dat de
belangrijkste sterren van weleer a) zijn doodgeschoten, b) in de
goot zijn beland, c) door een ziekte (of van ouderdom) zijn
overleden of d) in de gevangenis zitten. Maar ook al kan men voor
a, b, c of d gemakkelijk een trits namen noemen, reggae blijft een
genre dat leeft (meer dan ooit zelfs) en dat naast een aantal
betreurde gelukkig ook nog een pak levende legenden telt. Sterker:
sla er de concertagenda’s op na en u zal zien dat er geen week of
maand voorbijgaat zonder dat er één van die grote namen ons land
aandoet.

Zo stonden afgelopen vrijdag The Heptones in het
Depot. Deze driekoppige band boekte niet alleen succes met covers
van hits uit verschillende, uiteenlopende genres, maar schreef zelf
ook een vracht classics die op hún beurt een grote invloed
hadden op en gecoverd werden door andere artiesten (waaronder ook
acts die men op het eerste gezicht nooit zou associëren met
reggae). Dat The Heptones nooit de sterrenstatus genoten van een
Bob Marley, een Peter Tosh of een Jimmy Cliff heeft niks te maken
met de intrinsieke kwaliteiten van hun werk, maar eerder met een
paar ongelukkige beslissingen op cruciale ogenblikken.

Niettemin staan The Heptones nog altijd geboekstaafd als één van de
beste vocale trio’s in de reggaegeschiedenis. Het ontstaan van de
groep situeert zich (naar eigen zeggen) ergens aan het einde van de
jaren ’50, wanneer Earl Morgan en Barry Llewellyn – twee
straatzangers uit Trench Town, Kingston – via de muziek kleur
willen geven aan hun uitzichtloze gettobestaan. Wanneer de twee
Leroy Sibbles ontmoeten is de trein echt vertrokken. Sibbles is
niet alleen een geboren performer en frontman (ook al worden de
lead vocals meestal verdeeld), maar ook een uitstekend
bassist die zijn sporen al verdiende als studiomuzikant.
Aanvankelijk brengen The Heptones eerder romantische rocksteady,
maar gaandeweg verschuift het accent naar meer maatschappijbewuste
en -kritische roots reggae.
Het is in deze bezetting dat de groep haar beste werk opneemt en
uitbrengt bij verschillende labels zoals Caltone, Studio One en
Trojan. In de jaren ’70 stapt Sibbles echter een paar keer uit de
groep (om later terug te keren) en brengt hij vanuit Canada een
aantal soloplaten uit. Morgan en Llewellyn van hun kant zweren
trouw aan de Heptones-vlag en proberen het schip – zonder al te
veel succes – drijvende te houden met een andere zanger. Het
concert van afgelopen vrijdag werd aangekondigd als de grote
hereniging van de legendarische groep, maar dat klopte niet
helemaal. Van de oorspronkelijke drie waren alleen Barry Llewellyn
en Leroy Sibbles op de afspraak, Earl Morgan was jammer genoeg niet
van de partij.

Om de zaal op te warmen (niet dat echt nodig was gezien de
temperaturen buiten en de hoge verwachtingen van de mensen binnen)
grasduinde Giraffe Sound met DJ Sugar Charly en twee toasters in de
rijke reggaegeschiedenis en werd de gestaag vol lopende en steeds
rokerige zaal getrakteerd op ska, dub, rootsreggae en rocksteady.
Om tien uur brak het moment suprème – bijna! – aan wanneer een
forse master of ceremony (die we eerder hadden verwacht
bij een metalconcert) Rude Rich & The High
Notes
aankondigde, de band die The Heptones zou
begeleiden. Deze Nederlandse band werd in 1998 opgericht en weet
als geen ander hoe authentieke ska, rocksteady en roots reggae
hoort te klinken op een podium. De band speelde eerst een handvol
nummers, waarna de boomlange Leroy Sibbles en zijn kompaan Barry
Llewellyn uit de coulissen tevoorschijn kwamen. Ook al zijn beide
heren bijna zestig, de jaren hebben blijkbaar niet veel vat gehad
op hun stemmen: denk de reggaemuziek weg in de songs die The
Heptones vrijdag brachten, en je hoort nog steeds een tijdloze,
uitstekende soulgroep. In de meeste songs nam Sibbles zoals
verwacht de leadzang voor zijn rekening, terwijl Llewellyn en
Tobias Breekveldt van The High Notes voor de harmonieën zorgden.
Slechts één keer, tijdens het machtige ‘Book of Rules’, gaf hij de
microfoon door aan Llewellyn.

De set, die een goed uur duurde, was representatief voor het oeuvre
van The Heptones. Begeleid door de erg strak spelende High Notes
bracht het duo niet alleen hun versies van ondermeer ‘Sea of Love’,
‘Only Sixteen’ en Dylans ‘I Shall Be
Released’, maar ook beresterk eigen werk zoals ‘Mama Say’, ‘Cool
Rasta’, het eerder genoemde ‘Book of Rules’ en ‘Country Boy’. Een
ander hoogtepunt was zeker ‘Equal Rights’, een nummer dat enkele
jaren geleden nog werd bewerkt door Terranova. De
charismatische Gibbles slaagde er zonder moeite in het enthousiaste
publiek naar zijn hand te zetten. Wanneer de groep het podium
verliet waren de gevolgen dan ook navenant: uitzinnige fans die
schreeuwden om méér en erin slaagden The Heptones tot twee maal toe
te doen terugkeren voor een paar bissen. In de tweede bisronde
kregen we er zelfs nog een lesje muziekgeschiedenis bovenop. Voor
het eerst die avond omgordde Sibbles de basgitaar en zette hij Het
Depot in de fik met ‘Full Up’, het nummer dat door Musical Youth
werd omgedoopt tot ‘Pass the Dutchie’ en in 1982 een gigantische
(wereld)hit was.

Ook al ligt het zwaartepunt van hun carrière in de jaren ’60 en
’70, hun energieke set en de warme respons van het publiek bewezen
dat The Heptones anno 2007 nog steeds springlevend zijn en dat ook
een ‘oude’ reggaegroep erin slaagt een steeds jonger publiek aan te
spreken. Bovendien zijn ze heus niet de enigen. Het wordt met
andere woorden hoog tijd dat dit genre (weer) de aandacht krijgt
die het verdient.

P.S.: Wie meer wil van dit (dicht bij huis), verwijzen we graag
door naar het uiterst interessante en fantastische Reggae.be!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =