Sunshine




108 min. / UK
/ 2007

Onder het motto: “kleine budgetten worden groot, en grote
talenten worden kleiner”, verschijnt ‘Sunshine’ in de zalen, de
nieuwste van Danny Boyle. Boyle werd een dikke tien jaar geleden
plotseling wereldberoemd dankzij de ongelooflijke double
whammy
‘Shallow Grave’ en ‘Trainspotting’ – twee
films waarin de financiële beperkingen werden aangewend als
motivaties om extra creatief aan de slag te gaan. Een dode baby
tegen het plafond in ‘Trainspotting’ mócht er
best fake uitzien, want hij werd in een droomsequens geplaatst. En
om zéér griezelige dingen te doen met een boor in ‘Shallow Grave’
had Boyle niet meer nodig dan twee druppels nepbloed. Maar die
dagen zijn al lang voorbij. Tegenwoordig kan de regisseur met geld
smijten zoveel hij wil en draaien de computers overuren om zijn
visie vorm te geven. Zijn jeugdfilm ‘Millions’ barstte al van
de niets ter zake doende digitale effecten, en nu is er het SF-epos
‘Sunshine’, een ambitieus, wall to wall CGI spektakel.

Het is 2057 en de zon staat op het punt van doven. Enkele jaren
eerder werd een ruimtetuig (de Icarus, knipoog, knipoog) naar de
grote vuurbol gestuurd om met behulp van een atoombom ter grootte
van Manhattan het ding te reanimeren. Van die missie werd sindsdien
niets meer gehoord en het blijft even koud op aarde. Gevolg: de
Icarus 2 wordt op pad gestuurd, met een identieke opdracht. Zij
zijn de laatste hoop van de aarde. Kort voor ze de zon bereiken
vangt de bemanning echter een signaal op: de Icarus 1 zweeft nog
steeds ergens rond in de ruimte. Moeten ze hun koers verder zetten
of wijzigen, in de hoop de originele bemanning te kunnen
helpen?

Met dat verhaal, alweer gepend door Alex Garland (auteur van het
boek ‘The Beach’ en het scenario van Boyle’s ’28 Days Later…’),
profileert ‘Sunshine’ zich als een thinking man’s
‘Armageddon’. De plotstructuur is in feite hetzelfde, maar in
plaats van heldhaftige one-liners, misplaatst patriottisme of
yahoo-actie, pretenderen Boyle en Garland dat ze meer
geïnteresseerd zijn in de intellectuele, zelfs filosofische kant
van de zaken. Tijdens het eerste uur nemen de filmmakers rustig hun
tijd om de situatie een morele dimensie mee te geven. De
astronauten voeren lange discussies over de ware betekenis van de
opdracht die ze hebben gekregen: als redders van de mensheid
bevinden ze zich in een goddelijke positie, maar heeft de mens wel
het recht om in te grijpen op natuurkrachten als de zon – een
natuurkracht die zodanig veel ontzag oproept dat één van de
personages er een religieuze ervaring van maakt om ernaar te
kijken? Bestaat er een God en zo ja, is het dan niet verkeerd om
tegen Hem in te gaan door met zijn kosmos te zitten klooien?

Die morele dilemma’s worden tastbaarder naarmate de film
vordert: er is nog maar genoeg zuurstof om vier astronauten naar de
zon te krijgen, en ze zijn nog met zeven. Wie offeren ze op? Kies
je voor enkele individuele levens of kies je voor de hele mensheid?
Boyle en Garland amuseren zich een uur lang met dat soort vragen,
allicht in de hoop dat ze hun publiek ermee zullen kunnen wijsmaken
dat ze een intellectuele film aan het maken zijn, maar in de
praktijk zijn de meeste o zo prangende dilemma’s waar de personages
voor komen te staan niet echt bijster verscheurend. Is het een
inbreuk op de natuur of een belediging van God om de zon te
nuken? Tja, niet dat ik de aardse levensvormen wil
overschatten, maar als je ze daarmee van de totale vernietiging
kunt redden… Dan zou ik daar toch niet al te lang van wakker
liggen. De regisseur en de scenarist meten zich een air van
intellectueel sérieux aan (waarbij ze gretig leentjebuur
gaan spelen bij ‘Solaris’ en ‘2001: A Space Odyssey’),
maar hun plot is simpelweg niet sterk genoeg om dat soort ernstige
thema’s te ondersteunen. Religie versus wetenschap, moraliteit
onder extreme situaties… Allemaal goed en wel, maar dan moet je
plot ook enige ambiguïteit toelaten. Wanneer de astronaut in
‘Solaris’
plotseling zijn dode vrouw voor z’n neus ziet staan en hij begint
zich daar fundamentele vragen bij te stellen, dan kun je dat
aanvaarden. Maar ik weiger te geloven dat mensen die de wereld gaan
redden onderweg een theologische crisis krijgen.

Los daarvan krijgen we tijdens het eerste uur sowieso wel een
sfeervolle film met een interessante premisse, een knappe setting
en goede acteurs. Eeuwige griezel Cillian Murphy leidt een relatief
onbekende cast waarin opvallend werd gekozen voor een mix tussen
blanke en Aziatische acteurs – of daar nu een specifieke bedoeling
achter stak of dit enkel toeval is, mag u rustig zelf uitmaken.
Hoewel ze maar weinig krijgen om mee te werken (de personages
blijven steken op het niveau van de betere typetjes, ruwweg
verdeeld zoals destijds in ‘Alien’), weten Murphy en co toch een
sterke intensiteit aan het verhaal te geven, met vaak voelbare
angst en stress. Tot ongeveer halverwege lijkt ‘Sunshine’ dan ook
een goedbedoelde scifi-film met ernstige intenties, die dan wel een
eind tekort schiet om z’n ambities waar te maken, maar die wel
boeiend is en althans probéért om iets speciaals te doen.

Maar dan komt dus dat tweede uur, en valt alles in het water. Om
de één of andere bizarre reden vonden Boyle en Garland het nodig om
er plots een soortement slasher van te maken. De éne
bizarre, volstrekt ongeloofwaardige plotwending volgt de andere op
tegen een rotvaart – wist u al dat u met wat isolatiemateriaal op
eenvoudige wijze zelf een ruimtepak kunt maken? – om aanleiding te
geven tot een finale die niets meer te maken heeft met het
uitgangspunt van de film. De laatste dertig minuten van ‘Sunshine’
lijken eerder weggelopen uit ‘Jason X’, de befaamde ‘Halloween’
in space,
dan dat ze hier thuishoren. Lachen hoor, dat wel,
maar of dat de bedoeling was? Bovendien kiest Danny Boyle tijdens
die lang uitgerokken finale vrijwel uitsluitend voor
desoriënterende, schokkerige camerabewegingen die elk gevoel van
overzicht volkomen wegnemen. Wie op het einde nog precies weet te
zeggen waar de personages zich bevinden of hoe het ruimteschip
tegenover de zon staat, krijgt een vat, want de overspannen visuele
hoogdraverij van Boyle is tegen die tijd nauwelijks nog afdoende te
ontcijferen.

Op die manier wordt ‘Sunshine’ een prent die matig interessant
begint, met veel goede bedoelingen maar net iets te weinig
verstand, om tenslotte te verzanden in de ergste regionen van de
mainstream horror shit. Wil iemand Danny Boyle eens terug
naar Schotland verbannen om daar weer met lage budgetten te gaan
werken?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 6 =