RJD2 :: The Third Hand

"Een nieuwe lente, een nieuw geluid", dat moet de Amerikaanse samplekunstenaar RJD2 gedacht hebben bij het maken van zijn nieuwste plaat. Op The Third Hand moeten zowel de samples als de bijbehorende hiphopgrooves plaats maken voor synthesizers, gitaren en een meer songgerichte aanpak.

De liefhebber van het betere muzikale knip- en plakwerk fronste enkele maanden geleden even de wenkbrauwen, toen R.J. Krohn zijn overstap aankondigde van het eigenzinnige Amerikaanse hiphoplabel Definitive Jux naar het commerciëlere, vaak elektronisch gerichte, Britse XL Recordings. De muziek op The Third Hand reflecteert die overgang. De vieze rioolrat die ’s nachts de smerigste hiphopgrooves brouwde, is aan een overdosis rattenvoer gestorven en zijn habitat is door de hogedrukreiniger bijzonder proper gemaakt en afgewerkt met een laagje vernis. The Third Hand opereert bovengronds en kan het best omschreven worden als vrijblijvende woonkamerpop.

Enkele verstilde pianotoetsen trekken de plaat op gang. Net op het moment dat je een scratch of een diepe bas verwacht, vallen achtereenvolgens een synthesizer, een drum en een gitaar in. Na enkele strofes en een refrein wordt het duidelijk dat het om een echte song met structuur gaat. Wat volgt zijn dertien afstandelijke popnummers die in het beste geval aan Stereolab ("Reality"), en in het slechtse geval aan Wham! ("Have Mercy") doen denken.

Bovendien is RJD2’s visie op pure popmuziek weinig vernieuwend. "Sweet Piece" refereert iets te nadrukkelijk aan "Sweet Dreams" van Eurythmics en "Just When" kopieert schaamteloos de begintonen van Michael Jacksons "Billie Jean". Er staan ook een handvol nummers op de plaat die nergens heengaan, waar RJD2 blijft steken in de goede bedoeling. Zo zit "Rules For Normal Living" volgestouwd met amorfe geluiden en achterhaalde drumloops, en is "Paper Bubbles" niets meer dan een stijloefening in spacy synthesizertonen.

Zelden weerklinkt er een schim van het talent dat RJD2 onmiskenbaar bezit. Op de beat van het instrumentale "The Bad Penny" knikt het hoofd gewillig mee en doorheen "Beyond The Beyond" klinkt het ranzige geluid van weleer. Tot de futloze zangpartij alle spanning wegneemt. Een van de leukere nummers is het Beatles-achtige miniatuurtje "Someday", dat jammer genoeg na minder dan anderhalve minuut afklokt.

Blijft de vraag wat RJD2 bezielde, en of de nieuwe aanhang de oude zal evenaren, laat staan overtreffen. De artiesten die zichzelf met succes heruitvinden zijn dun gezaaid en op het einde van de rit blijft voor deze Amerikaan geen plaatsje meer vrij naast de Yorkes en de Bowies van deze wereld. Wellicht wou RJD2 van zijn "De nieuwe DJ Shadow"-stigma af. Paradoxaal genoeg liet ook de Californische dj het samplen achterwege op zijn vorig jaar verschenen The Outsider. Na het beluisteren van The Third Hand blijft zowel de liefhebber van de betere beatberoering als de fan van pretentieloze popmuziek op zijn honger zitten.

"Verspil je talenten niet", vertelt een oude parabel. Op The Third Hand benut Krohn zijn gave om viriele muziek te maken niet ten volle. De plaat is opgebouwd rond zoutloze en bovenal zielloze deuntjes. De oude RJD2 is dood en begraven. Het is uitkijken naar een herrijzenis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − zeven =