The Shovels :: Dig It!

Blijkbaar moet men niet per se geboren zijn in de jaren ’60, om af
en toe overvallen te worden door een soort van ‘sixties-nostalgie’.
Ondergetekende werd geboren in de zomer waarin Brian Jones dood
werd aangetroffen in zijn zwembad, de Manson Family een paar
dodelijke raids uitvoerde op de villa’s van rijke zwijnen (zíjn
woorden, niet de onze) en Woodstock werd overspoeld door een
bijbelse zondvloed. Toen een paar maanden later een zwarte
toeschouwer op gewelddadige wijze om het leven kwam tijdens een
Stones-concert in Altamont, werden de Golden Sixties als voorgoed
voorbij beschouwd. Dat we ondanks dit alles toch nog met een zekere
weemoed (zelfs heimwee) terugdenken aan die kleurrijke periode,
danken we voor een groot stuk aan de leraars die in de jaren ’70 en
’80 ons pad kruisten. Velen onder hen hadden de hoogdagen van
‘peace, love & music’ én mei ’68 nog meegemaakt (zij
het dan vanop een afstand, in hun veilige Vlaamsche dorpjes) en
stouwden ons dan ook vol met verhalen over hoe vurrukkeluk het
leven toen wel was. Belangrijker was echter dat ze die verhalen
steeds opluisterden met de fantastische muziek die toen werd
gemaakt.

De Limburgse songschrijver en gitarist Erik Debny werd geboren in
datzelfde jaar, en mag naar verluidt met gemak een full time
‘sixties-nostalgicus’ worden genoemd. Debny geeft vorm aan zijn
liefde voor de jaren ’60 door feelgood muziek te maken in de geest
en de stijl van zijn grote voorbeelden uit die periode. Dat doet
hij al sinds 1995, het jaar waarin hij met zanger Tim Brown The
Shovels opricht. Aanvankelijk ziet het er naar uit dat alles van
een leien dakje zou lopen voor de groep: de eerste demo’s belanden
bij de juiste mensen, en versterkt met bassist Bart Vandebroeck en
drummer Dave Schroyen verschijnen bij het Gentse Kinky Star-label
de langspelers ‘Plastic Fantastic Generation’ (’98) en ‘Time
Machine’ (’99). Een jaar later komt er echter een (voorlopig) einde
aan het Shovels-verhaal: drummer Schroyen kiest voor Millionaire en
Vandal X,
terwijl zanger Tim Brown naar Gent verkast om van daaruit de wereld
te bestoken met Starfighter. Debny
blijft echter niet bij de pakken zitten. Hij begint met
Fence-gitarist Niels Hendrix een nieuwe band, The Stamps, waarmee
hij in 2003 de twintig songs tellende demo ‘Journey to the Mind’
uitbrengt.

Twee jaar later worden The Shovels weer uit het vriesvak gehaald,
al blijven van de oorspronkelijke line up alleen Debny en Brown
over. De andere bandleden waren (en zijn nog steeds) Niels
Hendrix, bassist Raf Borkelmans en drummer Gunther Liket. Nog in
datzelfde jaar neemt de band onder leiding van Waldorf-gitarist David
Dumont een elpee op die ‘Big Time’ moet heten. In afwachting van de
release proberen The Shovels zoveel mogelijk op te treden (ze staan
ze zelfs in de Wablief-tent op Pukkelpop) en doen ze – met succes –
mee aan Limbomania en Mama’s Pride Festival Cup.

Toch duurt het nog tot maart ’07 vooraleer de comebackplaat in de
winkels ligt. De vraag of ‘Dig It!’ (want zo heet de cd
uiteindelijk) het lange wachten waard was, kunnen we alleen maar
positief beantwoorden. Twaalf goedgemutste, vlot in het gehoor
liggende songs werden ons beloofd, en die belofte wordt op dit
album twaalf keer hard gemaakt. Van meet af aan is het duimen en
vingers aflikken bij liedjes die teruggrijpen naar de tijd dat The
Beatles en The Kinks hun keurslijf van brave merseybeat-groep al
hadden afgeworpen, maar zich nog niet (volledig) te buiten waren
gegaan aan allerhande geestesverruimende troep. Verwacht dus geen
duizelingwekkende trip vol psychedelische effecten en vergezochte
metaforen, maar wel een album met knappe harmonieën en melodieën,
leuke teksten die nog steeds ergens over gaan (maar niettemin met
een korrel zout mogen genomen worden) en een klassieke
bandbezetting die hier en daar wordt aangevuld en bijgestaan door
de Concordia Elite Horn Section en Sara Corsius op orgel.

Wie intussen gezwicht is voor de charmes van ‘Mrs. More’, de single
die sinds een paar weken geregeld te horen is op Radio 1, zal op
‘Dig It!’ nog veel meer terugvinden dat bij hem of haar in de smaak
valt. Tussen (vinnige) opener ‘Business Man’ en afsluiter ‘When the
Sun Goes Down’ gebeuren dan misschien geen echt wereldschokkende
dingen, wel is het zo dat deze plaat – huisfavorieten als’Kinksize
Canary’ (waarop Tim Vanhamel een paar rondjes komt meewalsen), het
zoete ‘Emily’, ‘Still Okay’ en ‘Not in a Buying Mood’ op kop – hier
al enkele weken wordt gebruikt om de dag met een blij gemoed in te
zetten!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − vier =