Air :: Pocket Symphony

Minstens één klassieker en tal van uitstekende én verrassende platen: het conto van retro-spaceloungeduo Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel aka Air ziet er lang niet slecht uit. Ook deze keer weten ze te verrassen: hoewel de voortekenen veelbelovend waren (Nigel Godrich als producer! Japanse instrumenten! Air!) is Pocket Symphony de eerste zeer teleurstellende plaat van onze favoriete Fransen. Merde.

Je moet het hen nageven: ondanks de garantie op een nieuw commercieel succes zijn Dunckel en Godin nooit gemakshalve met Moon Safari part deux op de proppen gekomen. De lievelingetjes van Sofia Coppola zochten na iedere nieuwe plaat andere wegen op, met als orgelpunt het drie jaar oude Talkie Walkie, dat perfect het sfeervolle instrumentale werk van Moon Safari en The Virgin Suicides met de experimenteerdrang van 10.000 hz Legend wist te combineren. Voor Charlotte Gainsbourg penden ze vorig jaar het meer dan uitstekende 5:55 bijeen. Het al te downtempo materiaal waar Gainsbourg niks mee aankon, werd — geheel conform de Franse milieuwetgeving — dan maar gerecycleerd tot de nieuwe Air.

Pocket Symphony gaat stilletjes van start met het zeemzoete "Space Maker", een half geslaagd doorslagje van "La Femme D’Argent", dat de nietsvermoedende luisteraar destijds bij de hand nam voor de nostalgische trip genaamd Moon Safari. Ook "Once Upon A Time", dat kan wedijveren met het zachtere werk van Cornelius, voldoet nog net aan onze strenge eisen. Dunckel en Godin klinken nog steeds als een koppel androgyne ruimtewezens in een melancholische bui, maar hun bevreemdende cartoonstemmen, die vooral dienstdoen als extra instrument, passen wonderwel bij de muziek. Dat hun teksten vaak klinkklare nonsens zijn, zien we dan ook graag door de vingers.

Vanaf "One Hell Of A Party", amper drie songs ver, gaat het echter de verkeerde kant uit. Het nummer gaat helemaal nergens heen, en ook de verveelde valiumvocals van Jarvis Cocker tillen de song niet naar een hoger niveau. Het is jammer genoeg slechts een voorbode voor wat volgt: enkel "Mer Du Japon" overstijgt nog het niveau van een ordinaire loungeverzamelaar. Een lekker swingende beat vormt de basis voor een track die niet had misstaan op Talkie Walkie. Voorts gaat Pocket Symphony ten onder aan instrumentale niemendalletjes als "Mayfair Song" en "Lost Message", die we al zijn vergeten nog voor ze zijn afgelopen. Het onding eindigt geen tel te vroeg met "Night Sight", vier minuten hersendodende muzak die allesbehalve aanzet om terstond op play te drukken.

Het grote probleem met Pocket Symphony is het totale gebrek aan bijblijvende melodieën, iets waar het Airs vorige albums nochtans allerminst aan ontbrak. In navolging van landgenoot Satie willen de fransozen de luisteraar met minimale middelen en veel herhalingen naar hogere sferen leiden. Helaas raken ze daarbij niet verder dan een minderwaardige new age-pastiche van zichzelf, waarbij spontaan schimmen van door wierrook omhulde mediterende huisvrouwen voor ons geestesoog verschijnen; een angstbeeld dat we liever mijden.

Pocket Symphony gaat de geschiedenis in als ongeïnspireerde meuk van een band die krampachtig poogt een minimalistisch chillout-album voor druilerige herfstavonden af te leveren, maar door een chronisch gebrek aan interessant materiaal onherroepelijk door de mand valt. In interviews verklaren Dunckel en Godin met enige fierheid muziek te maken voor meisjes. Maak daar "saaie trutten" van en wij gaan volmondig akkoord.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 19 =