De wereld van het Voodoo-EROSlabel is er één van ouderwetse freakshows, politiek incorrecte humor en pure oerkracht. Wat niet door de mantel der maatschappij en sociale conditionering bedekt wordt, vindt zijn plaats in dit schijnbaar absurde universum. Van je wildste dromen tot je ergste nachtmerries, geen enkel buitenissig tafereel ontsnapt aan het waakzame oog en de vlijmscherpe tong van RedBoneSlim en haar discipelen.
In deze context laat nu ook jongste telg Bunny Rabbit haar plaat op de wereld los. Laat je echter niet zomaar misleiden: haar artiestennaam mag dan wel aanspraak maken op allerlei lieflijke herinneringen uit de kindertijd, Melisa Rincon concentreert zich vooral op de duisternis van haar biotoop. Schaamteloos vuilbekt deze dame zich een weg door twaalf onconventionele songs, die op hun beste momenten het geluid van CocoRosie met het lef van Lil’ Kim laten kweken, al klinkt het resultaat een tikkeltje anders dan CocoRosie’s cover van "Big Momma Thang".
Lovers And Crypts laat zich niet zomaar labelen. Er wordt gerapt en gevloekt dat het een lieve lust is, maar dan met een hoop beeldspraak, illustere gedachtegangen en een extra portie zelfrelativering en humor. Geen verbeeldingsloze gangstarap dus, maar voornamelijk nummers die nog enige invulling overlaten aan de luisteraar. De grootste zegen voor Bunny Rabbit is echter niet haar aanspraak op onze verbeelding, maar de invloed van de zusjes Casady. Het gebruik van onconventionele beats, bliepjes en andere geluidjes zorgt ervoor dat Bunny Rabbit zich onderscheidt van andere rap- en hiphopacts, zonder zich per se op te dringen als de rappende en vuilbekkende versie van CocoRosie. Het mooiste voorbeeld van dit onwaarschijnlijke maar efficiënte format is ongetwijfeld "Rio Grande", waarin de langgerekte gitaarakkoorden een perfecte ondersteuning vormen voor Bunny’s aanhoudende stem. Zoals elke plaat heeft Lovers And Crypts echter ook zijn dieptepunten, in dit geval vooral "Sexy", dat nog te veel bij de populaire en zeer directe rapcultuur aanleunt.
Bunny Rabbit heeft grote schoenen te vullen en dat merk je aan haar eerste plaat. Haar voorgangers — CocoRosie, Antony en Devendra Banhart, om er maar enkele te noemen — zijn één voor één pioniers in de muziekwereld en de New Weird America-stroming, en dat brengt bij Melisa Rincon blijkbaar enige profileringsdrang naar boven. De indruk dat ze zich probeert te bewijzen, blijft te veel boven de plaat hangen en dat is een spijtige zaak. De schoenen zijn zonder twijfel nog enkele maatjes aan de grote kant, maar dat kan niemand haar kwalijk nemen. Even geduld tot de druk van haar schouders valt, en dan zal deze dame je ongetwijfeld van je sokken blazen, weze het in de goede of slechte richting. Onverschilligheid is alleszins uitgesloten, daar doen ze bij Voodoo-EROS duidelijk niet aan.



