The Van Jets :: Electric Soldiers

Daags na hun overwinning op Humo’s Rock Rally zo’n twee jaar
geleden moesten The Van Jets zichzelf letterlijk proberen overeind
te houden op het minieme podium van het Gentse muziekcafé ‘t
Krawietelke. Het rook er die avond wegens het als
sardientjes-in-blik opeengestapelde volk niet enkel naar bier,
zweet en sigaretten, maar ook naar tonnen rock-‘n’-roll.
Kletterende riffs, stomende, zelfverzekerde gezichten, afgemeten
drumpatronen, de uitgestrekte arm met wijzend vingertje vooruit
terwijl de voet op de monitor rustte… Entertainment op zijn Led
Zeppelins. Vraag was alleen: blijft dit goedje ook overeind in de
studio? Een eerste EP gaf geen sluitend antwoord: single
‘Ricochet’ stond dan wel als een huis, de andere nummers klonken
vaak net iets te middelmatig om te kunnen overtuigen. De eerste
langspeler neemt bij deze alle twijfel weg: ook naast het podium
staan The Van Jets hun mannetje.

Een verrassende vaststelling is dat er voor deze ‘Electric
Soldiers’ gekozen werd voor wat minder geëlektrificeerde rock. The
Van Jets hellen globaal genomen voornamelijk over naar de poppy
kant van het back-to-the-roots-of-rock-spectrum. Maar
laten we er ook maar meteen aan toevoegen dat deze optie geen
negatieve implicaties met zich meedraagt. De frisse melodieën,
kleurige arrangementen hier en daar en het Suffragette
City
-gehalte van vele songs tonen aan dat dit viertal een stuk
meer volwassen is dan het jongetje met de speelgoedgeweertjes op de
cover doet vermoeden. Voornoemde David Bowie-invloed
treffen we het duidelijkst op afsluiter ‘Who’s the Candymaker’ en
de persverse single ‘Johnny Winter’. Die tweede mag dan wel een wat
inspiratieloos refrein hebben, wat zich daar rond afspeelt is
hoogst vermakelijk en weekt bij ondergetekende een wel erg
vroegtijdig lentegevoel los. En dat terwijl we ons even daarvoor al
aan een walsje waagden op ‘Our Love is Strong’. De muziek van dat
nummer heeft vier tellen, dus laten we het vooral
metaforisch opvatten als een ronddraaiend ritme, niet snel niet
traag, en dit overgoten met een fijne melodie die de kloppende
werkdruk voor even volledig doet vergeten.

Even hielden we ons hart vast toen we de eerste maten van ‘What’s
going on?’ hoorden. The Van Jets en een ballad? Onterechte twijfel
en kritiek precox, zo bleek. De song breekt mooi open en
afgezien van het hier toch wat té storende accent tijdens de
strofes, krijgen we met dit nummer een puik rustpunt alvorens de
Marshall op elf vastgeklokt wordt. Het uitstekende ‘Electric
Soldiers’ dat erop volgt hoeven we u wellicht niet meer voor te
stellen. Na meer dan vijftien luisterbeurten wekt de ‘people c’mon’
bij ochtendlijke luisterbeurten nog steeds een danig hell
yeah
-gevoel op dat we gerust die drie koffies om de dag door
te komen voor een uurtje of twee kunnen uitstellen. ‘My Love=Dead’
wijkt het meest af van de rest van de plaat, maar een lelijk eendje
is het geenszins. De drammerige pianoakkoorden zorgen bij wijze van
afwisseling voor een wat meer duistere atmosfeer in de voor het
overige grasgroen gekleurde plaat. En dan zetten we de benen in
spreidstand, wordt de veel te grote zonnebril bovengehaald en
starten we de Vespa richting middle of nowhere. ‘How Many
until Dead’ toont waar The Van Jets nog steeds het beste in zijn:
recycleren van good ol’ seventies rock’n’roll. En
aangezien we met z’n allen milieubewuster zijn gaan leven sinds de
onheilspellende berichten over de klimaatsopwarming is recycleren
al lang geen scheldwoord meer.

Leuke soldaten zijn het, die van elektrische makelij. Ok, de plaat
kent ook zijn mindere momenten: ‘Their Glances’ waren we al
vergeten nog voor het nummer uitgespeeld was en ‘High Heels’ is ook
niet bepaald een hoogvlieger. Hier en daar duurt een nummer ook net
iets te lang, of is de songstructuur te voorspelbaar om de aandacht
te kunnen blijven vasthouden. Maar we geven deze vier heren al bij
al graag een stevige bemoedigende schouderklop: People
c’mon!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =