The Fratellis + Larsson

Eén van de leukste platen van het afgelopen jaar was
ongetwijfeld Costello Music van
The Fratellis. Ook al dook het album slechts zelden op in de
hoogste regionen van de ‘lijstjes’, toch werden de Schotten
bedolven onder (haast) uitsluitend lovende kritieken. Terecht. Niet
dat de muziek van het trio zo vernieuwend of baanbrekend is
(integendeel), maar er hangt zo’n onweerstaanbaar feel good
sfeertje rond de groep dat zelfs de meest verzuurde kniesoor
overstag gaat en spontaan begint te dansen op hun pretentieloze, op
vroege Beatles en Kinks, glam, pubrock en punk gefundeerde muziek.
Geen wonder dus dat de AB Box, waar de groep zondag haar opwachting
maakte, al een paar weken van tevoren was uitverkocht.

Vroege vogels konden het optreden meepikken van
Larsson, een vijfkoppige band uit de omgeving van
Leuven en Landen. Al snel werd duidelijk dat het hier niet ging om
een stelletje beverige debutantjes, die voor één keer uit de
veilige cocon van het plaatselijke jeugdhuis mochten treden om hun
ding te doen ‘in de grote stad’. De band laat volgende week haar
debuutplaat ‘This Is’ los op de mensheid, en kreeg een halfuur de
tijd om de aanwezigen ervan te overtuigen dat ze met dit schijfje
zeker geen kat in een zak zullen kopen.
Het kwintet, aangevoerd (en aangevuurd) door zanger Bram Decroos,
liet er geen gras over groeien en schoot de festiviteiten op gang
met ‘H’, een nummer dat een paar jaar geleden nog gretig werd
opgepikt door Studio Brussel. Ook hierna hield de groep er stevig
de pas in, en behalve een Strokes-cover (‘The Modern Age’) kregen
we met ‘One’, (huidige single) ‘Overrated, Overestimated’, ‘Julie
Talks’ en ‘S.W.B.’ een kwartet energieke en melodieuze rocksongs
voorgeschoteld die alvast het beste laten verhopen voor die eerste
langspeler.

Om klokslag negen uur bestegen Jon, Mince en Barry Fratelli de
bühne. Voor een band die inmiddels geboekstaafd staat als een
‘stelletje lolbroeken met een méér dan gezellige dronk’ klonk het
geheel alleszins opvallend strak en gedisciplineerd. ‘Henrietta’,
openingstrack van de cd, bewees ook zondag een geschikte
binnenkomer te zijn voor een concert. Op plaat komen The
Fratellis
al behoorlijk stevig uit de hoek, zondag op de
planken ging het bij momenten nog een tikkeltje harder en sneller
dan op ‘Costello Music’. De drie behoren gelukkig niet tot het slag
muzikanten dat af en toe het tempo uit zijn concerten haalt met een
traag, ‘gevoelig’ nummer, om te laten zien dat er after all in die
ruwe bolster ook nog zoiets als een blanke pit huist.

Voor de drie, die gewoon zijn in eigen land te spelen voor
uitbundige fans in een kolkende sfeer, was het in het begin wel
even wennen aan de eerder rustige toeschouwers in de AB. Niet dat
de sfeer apathisch was, verre van, maar een continentaal publiek
heeft nu eenmaal meer tijd nodig om te ontdooien, wil eerst weten
welk vlees het in de kuip heeft en is – laten we dat niet vergeten
– in de meeste gevallen in de eerste plaats gekomen om te
luisteren. Dat dit ontdooien dan toch niet zo lang duurde, dankte
de groep vooral aan zichzelf, aan de ontwapenende humor en aan de
trefzekerheid waarmee knallers als ‘Everybody Knows You Cried Last
Night’, ‘Flathead’, ‘Ole Black ‘n’ Blue Eyes’ en ‘Baby Fratelli’
werden afgevuurd. Op ‘Cuntry Boys and City Girls’ na werd het
volledige album gespeeld, met daar bovenop nog een nummer uit de
eerste Fratellis-ep (‘The Gutterati?’) en een b-kantje van
‘Henrietta’ (‘Cigarello’).
Uiteraard werd er vooral toegewerkt naar een climax met ‘Chelsea
Dagger’, een song die uitermate geschikt is om tijdens nachtelijke
bras- en bralpartijen hele buurten uit hun slaap te houden. Toen
het dan eindelijk zover was , stond er dan ook geen maat meer op de
fans, al dan niet in kilt, met Schotse vlag of Celtic
Glasgow-sjerp.
Knap einde, denk je dan, maar vóór de groep het podium verliet
kregen we er met ‘Got My Nuts From a Hippy’ nog één van onze
favoriete albumtracks te horen. Ook de bisronde mocht er wezen.
Eerst bracht Jon Fratelli in zijn eentje een akoestische versie van
‘For the Girl’, daarna kreeg hij het gezelschap van zijn immer
goedlachse kornuiten voor ‘Creepin Up the Backstairs’. Afronden
deden ze met een cover van ‘Ooh La La’ van Goldfrapp, dat in de
versie van The Fratellis plots een erg hoog T.Rex-gehalte
kreeg.

Na een uurtje was het allemaal al weer voorbij. Jammer? Misschien
wel, omdat we ons tijdens dat uur geen seconde verveelden.
Belangrijker is evenwel dat we een band aan het werk hebben gezien
die in bloedvorm verkeert en een mooie toekomst voor zich heeft. We
wensen The Fratellis dan ook een erg lange en productieve carrière
toe en hopen hen nog geregeld mogen begroeten in ons land, om te
beginnen tijdens de festivalzomer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =