Breakfast at Tiffany’s




Ik vraag me af of iedereen nog zo dol zou zijn op
Audrey Hepburn in ‘Breakfast at Tiffany’s’ mocht scenarist George
Axelrod trouwer zijn gebleven aan de originele novelle van Truman
Capote. In het originele verhaal was Holly Golightly een labiele,
biseksuele wildebras met een farse smoel.Geen wonder dat Capote
eerder aan stoeipoes Marilyn Monroe dacht toen hij zijn parabel
over het verloren meisje op zoek naar een beetje liefde neerpende.
Maar het is dus anders gelopen. De scherpe en donkere kantjes
werden weggevijld en het grootste stijlicoon van de afgelopen eeuw
mocht de wereld betoveren met haar bambibruine oogjes en dodelijk
innemende glimlach. In een wereld waar de decadente high
society
overspoeld wordt door aidsdragende Paris Hiltons en
loslopende zeekoeien zoals Britney Spears hebben we meer dan ooit
nood aan een pure Audrey Hepburn. Welbespraakt, elegant, stijlvol
en zo champagesprankelend dat ze van het overgewaardeerde
‘Breakfast at Tiffany’s’ zoveel meer maakt dan het eigenlijk maar
is. Drie redenen om te ontbijten bij Tiffany’s: Audrey Hepburn,
Audrey Hepburn en Audrey Hepburn.

Op de melancholische tonen van Henri Mancini houdt een taxi halt
aan de wereldberoemde juwelier Tiffany’s op Fift Avenue. Een
opgedirkte jongedame met een zonnebril stapt uit en haalt een beker
koffie en een bagel boven om te ontbijten voor de etalage.
Met die scène alleen al zette Audrey Hepburn onuitwisbaar haar
handtekening in het grote boek der filmgeschiedenis. Ze speelt
Holly Golightly, een luxemeid die haar telefoon in een koffer
verstopt omdat die anders teveel lawaai maakt en melk uit
champagneglazen drinkt omdat zoiets nu eenmaal très chique
is. Holly is een callgirl (hoewel het nooit met zoveel woorden
gezegd wordt) die nachtjes doorsteekt met de New Yorkse jetset en
lokale high society. Ze woont in een oningericht
appartementje met enkel haar naamloze kat en de brullende
bovenbuur, mister Yunioshi (Mickey Rooney als groteske Japanner met
konijnetanden) als gezelschap.

Tot de schrijver Paul Varjak (een piepjonge George Peppard, toen
nog ver weg was van zijn Hannibal uit ‘The A-Team’) intrekt in het
appartementsgebouw. Ooit schreef hij een beloftvolle debuutroman,
maar sindsdien worstelt hij met een writer’s block. Hij is
volledig afhankelijk van een rijke, getrouwde dame (Patricia Neal)
en in ruil voor de financiering bewijst hij af en toe wat
‘diensten’ tussen de lakens. Wanneer Paul Holly ontmoet, raakt hij
onmiddellijk gefascineerd door haar speelse naïviteit en
excentrieke levenswijsheden. Er groeit iets moois, maar toch is er
een aarzeling, vooral van Holly’s kant. Zal Paul de man zijn voor
wie ze haar diepgewortelde bindingsangst overwint of blijft ze
zoeken naar die steeds rijkere ratten die misbruik van haar
maken?

Zelf begreep ze nooit waarom de producers haar uitkozen, maar
Holly Golightly is wel degelijk het personage waarmee Audrey
Hepburn wereldberoemd is geworden. ‘Breakfast at Tiffany’s’ is
zeker niet haar beste film (ik twijfel nog tussen ‘Sabrina’,
‘Charade’ of ‘Roman Holiday’), maar het is wel de film die van haar
een tijdloos poster-en stijlicoon maakte. Wie kent dat beeld nu
niet: Audrey met het opgestoken haar, de lange zwarte handschoenen,
het juweelkroontje en de sigarettenhouder in de hand. Een
shot Amerikaanse popcultuur dat gerust naast het
opblazende jurkje van Marilyn, de regenwandeling van James Dean of
de vele marcellekes-foto’s van Marlon Brando kan staan. Audrey
Hepburn is larger than life; een vonk Hollywoodmagie die
ons tranendal overstijgt. Als je zowel met een prinses, een
girl next door als een veredelde hoer de wereld plat kan
krijgen, dan kan je al eens aanspraak maken op een plaatsje tussen
de sterren. Tuurlijk hangt daar wat opgeblazen mythevorming en
gewiekste commercialisering aan vast, maar dan nog blijft ze één
van meest geliefde en stijlvolste sterren uit Good Old
Hollywood.

Het grootste bewijs van Audrey’s aantrekkingskracht ligt in het
simpele feit dat, fluister het, ‘Breakfast at Tiffany’s’ eigenlijk
niet zo ongelooflijk geweldig is. Het is een klassieker,
ongetwijfeld, maar geen meesterwerk-klassieker. Het is een
charmante romcom met een memorabel themaliedje (‘Moon River’ is
over de jaren heen een versleten evergreen geworden, maar
wanneer Audrey het zingt zullen de haartjes in uw nek stante pede
een staande ovatie geven) en een sfeervolle evocatie van de
free spirit van de vroege jaren zestig, maar het durft ook
wat aan te slepen en laat af en toe een slordig los eindje hangen.
En hoe minder er gezegd wordt over de afgrijselijke Japanse
karikatuur die Mickey Rooney neerzet, hoe beter. Waarom dan die
klassiekerstatus? Mademoiselle Hepburn naturellement!

‘Breakfast at Tiffany’s’ mag dan nog een vederlicht romantisch
fantasietje zijn, Holly Golightly is een stuk complexer dan je zou
vermoeden. Op de vlucht voor haar verleden, inclusief de nogal vaag
besproken trauma’s omtrent haar broer, en op zoek naar een rijke
toekomst (op het moment dat ze Paul Varjak leert kennen staat ze op
het kruispunt om ‘rijk’ letterlijk of figuurlijk te interpreteren).
Ze is grillig, niet op haar mondje gevallen, berekend naïef en dat
allemaal zonder ooit haar charme kwijt te spelen. Zoals haar
manager annex pooier het zegt: she’s a fake, but she’s a real
fake
. Bij Paul vindt ze natuurlijk een zielsverwant. Hij is,
net zoals zij, gevangen in een gouden kooi. Paul hangt vast aan
zijn sugar mama en Holly wordt volledig gestuurd door haar
rusteloosheid en wispelturige bindingsangst. Paul kan en wil haar
helpen, maar Holly laat hem nauwelijks een kans. Tragiek alom en zo
is het altijd wat met die vrouwen…

Maar dat serieuzere toontje wordt door Blake Edwards (die van
Audrey Hepburn de voorkeur kreeg boven John Frankenheimer) toch
grotendeels met veel fluff bedekt zodat het vooral de
happy times zijn die in het geheugen blijven hangen. Het
wilde feestje met de dronken dame die tegen zichzelf begint te
lallen in de spiegel en de gozer met het valse ooglapje is
losbolamusement op pellicule en het dagje waarop Holly en Paul
dingen doen die ze nog nooit eerder hebben gedaan is nog zo’n
voorbeeld waarom ‘Breakfast at Tiffany’s een heerlijke
genreklassieker is. En dan is er nog die finale, de climax in de
regen met twee fools in love, een verloren kat en een
omnipresente Henri Mancini. Zo’n beetje dé reden waarom we zo graag
naar dit soort films kijken en terugkijken.

Net zoals Holly Golightly heeft ‘Breakfast at Tiffany’s’ heel
wat foutjes. Maar het zijn foutjes die volledig gecompenseerd
worden door de warme aanwezigheid van zonnestraal Audrey Hepburn.
Ze maakte van een just ok film een kanjer van een
klassieker en zelf werd ze in één klap hét glamoureuze stijlicoon
van de twintigste eeuw. Darling Audrey, you rule…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 4 =