Muse :: 19 december 2006, Sportpaleis

Muse. Ofwel loop je er even gillend als frontman Matthew Bellamy van weg, ofwel val je hen de armen even wijd opengesperd en verheven tegemoet. Hoe dan ook wist Muse weer te overtuigen met het dit jaar uitgebrachte Black Holes And Revelations, waarop het trio zijn geluid opentrok en verrassend uit de hoek kwam. Live is vooral dat laatste iets minder het geval.

De bombastische, hemelbestormende sound van Muse is perfect op de leest van Sportpaleizen en stadions aller landen geschoeid. Het publiek van de band weet ondertussen al wel welke muzikale lava het over zich krijgt tijdens de concerten, en dat vooruitzicht jaagt op voorhand al heel wat mexican waves door het paleis. Als daarna de begintonen van "Take A Bow" de donkere zaal vullen, wordt duidelijk welke status de band (niet alleen in ons land) heeft opgebouwd. Nog voor één schrille noot de zaal penetreert, wordt er al gejuicht alsof die zaal net uit een euforische roes ontwaakt.

Iets wat nog het beste te omschrijven valt als een soort tijdscapsule vult het podium en wordt prompt als fel flikkerend beeldscherm gebruikt. Terwijl het openingsnummer, van op een verhoog bezwerend gezongen door Bellamy, opbouwt naar de eerste climax, schuift die "capsule" geleidelijk op en komt drummer Dominic Howard tevoorschijn. Het doet sterk denken aan de citroen van U2’s Popmarttour uit ’97, en dat zal niet de laatste gelijkenis zijn met die band. Muse laat al gauw zien dat het vooral een "mooie", hyperkinetische en naar de grenzen van de kitsch oprukkende show zal brengen. Vroeger vielen er al rozen op het podium, nu speelt de band onder een hemelbed van licht, met een fonkelende sterrenhemel of enorme flitsende animaties op de achtergrond.

De vrees dat de virtuoze herrie zal verzuipen in de Antwerpse bunker blijkt al gauw onterecht. De stem van Bellamy gaat aanvankelijk soms wel kopje onder, maar dat wordt snel, en met een aan het griezelige grenzende perfectie verholpen. Het fantastische "Map Of The Problematique" voert de zaal mee naar de sfeer van het beste van de jaren tachtig. Na het bloedmooie "Butterflies And Hurricanes" uit Absolution jaagt de band er al "Supermassive Black Hole" door: zo verrassend als de single dit jaar was, zo voorspelbaar wordt de song live gespeeld. Net als het daarop volgende "Newborn", dé single die van Muse de band maakte die hij nu is. Maar ondanks de perfectie overtuigt het nummer niet, het krijgt live de toegevoegde waarde niet mee die het eertijds wel had.

"Newborn" legt het pijnpunt van de avond bloot: fantastisch gemusiceer zoals op plaat, maar je lijkt dan ook meer naar de platen zelf dan naar de liveversies ervan te luisteren. Achteraf zullen enkele concertgangers zelfs mompelen dat ze de stem van Bellamy "verdacht" perfect vonden klinken. Dat in het midden gelaten, verstevigt het allemaal wel de indruk dat Muse dit najaar niet alleen geolied, maar vooral geroutineerd klinkt, zoals pakweg U2 tijdens zijn laatste tour. "Feeling Good", "Bliss", de schitterende single "Starlight", "Hoodoo": allemaal knap, maar oppervlakkig gebracht. De optimist in ons kan zeggen dat het al een hele tour de force is om zulke songs live zo gepolijst te krijgen. Toch wringt het.

Wat ook opvalt, is dat Bellamy zelf amper een woord spreekt — hij liet Howard de small talk met het publiek doen in aandoenlijk Nederlands — en het publiek op geen moment in de songs betrekt, behalve dan bij het ijzersterke "Time Is Running Out", een van dé anthems van deze prille grillige en onzekere eeuw. De momenten waarop Muse toch kopstoten uitdeelt, zijn in de recentste songs te horen, waar de groep wél buiten de lijntjes kleurt: "Assassin" is een alles vernietigende tornado die klinkt alsof de wereld buiten het Sportpaleis vergaat; "City Of Delusion" krijgt een aanstekelijke live trompet mee; het nog eens van stal gehaalde "Muscle Museum" wordt in de strofes zelfs ietwat jolig gespeeld door Bellamy, en een indrukwekkende finale doet de paddenstoelwolk die "Stockholm Syndrome" nalaat nog groter worden.

Ten slotte slaagt de fantastische nieuwe, gedurfd gekozen single "Knights Of Cydonia" er als kersverse en terechte publieksfavoriet in elke twijfel voor enkele minuten te doen vergeten als onbetwistbaar orgelpunt. De song toont Muse op zijn best: experimenteel, energiek, boeiend, verrassend en er gezond "over" — adjectieven die op hun steeds beter wordende platen van toepassing zijn en doorgaans ook op hun concerten. In het Sportpaleis is het deze keer beduidend minder, maar met het songmateriaal alleen al steken ze met de vingers in de neus hun huidige stadiongenoten voorbij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 2 =