The Kings of Techno :: Laurent Garnier & Carl Craig (2cd)

Zowel Laurent Garnier als Carl Craig hebben in het technocircuit
nauwelijks introductie nodig. Garnier is één van de invloedrijkste
Franse electronica-artiesten, en Craig hoort bij de door
techno-aficionados verafgode Detroit-scène. Of ze samen werkelijk
the kings of techno zijn, is gedeeltelijk waarheid,
gedeeltelijk arrogantie en volledig marketing. Aan de dubbelaar te
zien is het ook meer marketing en branie dan waarheid.

Garnier heeft een hekel aan mensen die hij zelf “masturbatoir”
noemt, snobs die maar één soort muziek goed vinden en al de rest
minachten. Voor die uitspraak was ik hem als electronica-minnende
jongeman die alleen maar punks had als vrienden, indertijd enorm
dankbaar. Hij toonde ermee aan hoe wijds de horizonten zijn in
electronica-land, en veegde in één klap het fanatisme van mijn
punk-vrienden van tafel. Laurent Garnier is aan zijn uitspraak
trouw gebleven. De eerste cd van de compilatie heeft hij
samengesteld uit een hele trits artiesten die samen vijf decennia
muziekgeschiedenis uit Detroit omspannen. Daarmee legt zijn cd een
heel divers traject af. Jammer genoeg maakt hij met zijn
eigenzinnigheid meer een arty-farty-indruk dan dat hij een portret
schildert met vele interessante kleuren. Een nummer als ‘Bettinos
Bounce’ van Funkadelic is ronduit saai, en het geklooi in ‘Game
Over’ van Dabrye is uitermate irritant. Wat kan ons het schelen of
deze nigga van de eastside of de westside is, en hoe hij z’n ho in
elkaar ramt.

Als je je cd ‘The kings of techno’ noemt, moet je niet de ambitie
hebben om er een muziekatlas van Detroit van te maken. Dat is een
onderneming die sowieso al tot mislukken gedoemd is als je maar
tien nummers ter beschikking hebt. De beste nummers van Garniers
helft van de cd zijn de twee nummers van Carl Craig, ‘No More
Words’ en ‘Galaxy’ (onder het pseudoniem BFC), en het hallucinante
‘Utopia’ van Jeff Mills, een ruimschoots fout gegane trip in een
nachtmerrie waar angsten langs alle kanten naar binnen sijpelen.
Dat zegt zo’n beetje alles. ‘No Fun’ van The Stooges verdient een
eervolle vermelding, want het is zeker een leuk nummer, maar of het
veel met een nukkige technokoning te maken heeft, dat weet ik niet.
Aretha Franklin loopt ook maar wat verloren en wordt met haar ‘Rock
Steady’ overklast door The Temptations. Ze swingen hard, maar wat
Garnier op zijn cd met één hand opbouwt, breekt hij met zijn andere
hand weer af. Iemand moet hem eens vertellen dat vocoders niet
interessant zijn. Naar ‘Get Up’ van D.I.E. luisteren sterkt Garnier
allicht in zijn mening dat lullige vocals wel boeiend zijn, maar
dat zijn ze niet. Door niet masturbatoir te willen zijn, heeft onze
favoriete Fransman zichzelf helaas tot koning van de kitsch
gekroond.

De tweede cd dan maar. Daarop heeft Carl Craig de selectie gemaakt,
en noblesse oblige: Laurent Garnier staat er op, onder zijn
pseudoniem Choice, met het minimal nummer ‘Acid Eiffel’. Dat is
best een fijn nummer en doet tot in de samples toe denken aan
Plastikman. Het is eveneens interessant dat Craig (net zoals
Garnier) niet steeds voor de meest logische keus gaat, maar dat
levert ook in zijn geval een schijfje op dat soms wat te
eigenzinnig en daardoor wijsneuzerig is. ‘Frequency 7’ is een
zeldzaam nummer van Visage uit 1979, maar is meer een snuisterij
dan een juweel. De rest van de tracks werkt gelukkig niet zo op de
zenuwen als die van Laurent Garnier. ‘Dance Boy Dance’ van
Alexander Robotnick moet het hebben van z’n quirkiness, en
bevat een paar interessante samples waarin je even ook moderne
popnummers in meent te horen. Hetzelfde had ik ook bij het
beluisteren van ‘I Need Love (instrumental)’ van Capricorn: alsof
je die nummers in een ver verleden eerder nog eens hoorde, in een
totaal andere versie, in een droom of in een hitparade van ’93 toen
techno rebelse muziek was voor mannen met gigantische
horloges.

Het deed me een plezier Art of Noise aan te treffen met ‘Beatbox
(diversion 1)’, één van hun genialere en invloedrijkere nummers.
Art of Noise belichaamt de electronica van de jaren ’80 perfect. In
Beatbox ontwaart men het geniale, het geschifte en het
experimentele in één (die rommelende bass-vocals en die scherpe
percussie!), en toch is het ook zulke vreselijke kitsch. Om hen te
beminnen, moet je hen ook een beetje haten. Het pianostukje aan het
eind is zacht en verlossend (en doet denken aan hun andere grote
hit, ‘Moments in Love). Na de Britten van AON komen er meer Britten
aan, al klinken ze als Duitsers: Nitzer Ebb met het aanstekelijke
en energetische ebm-nummer ‘Join in the Chant’ uit 1987. Het is
krachtig, militaristisch en cool, zoals goede ebm hoort te zijn. De
overigens hypnotische baslijn is jammer genoeg wat
ondergeproduceerd, waardoor de door de frontman geschreeuwde
slogans soms hun effect missen en bijdragen tot een wat gedateerd
imago van het nummer. Voordat Laurent Garnier van Carl Craig de cd
mag afsluiten, krijgen we nog twee nummers voorgeschoteld van The
Black Dog en hun alter ego, Balil. Beide tracks zijn ondergronds en
trekken vanuit de wanhopig neoromantische jaren ’80 naar de
cynische catacombes van de ondergrondse rave-tempels van de jaren
’90. De sfeer zit erin, door de opzettelijk monotone productie en
de holle, donkere vibes die onze kant opkomen.

De koningen van de techno hebben in hun anthologie ook een paar
missers gemaakt die onvergeeflijk zijn. Vijf decennia geschiedenis
van Detroit, maar niets over New Yorkse house of niet-Atlantische
muziek? Dat is kras. Eveneens geen Belgen. Technotronic, Praga Khan
of Front 242, iemand? Ook Plastic Bertrand is verwezen naar de
prullenbak van “the kings of techno”. Wat nog sterker is: geen
Duitsers! Wel half-vergeten Italiaanse house à la Kano met ‘It’s A
Wa’r, maar geen Kraftwerk, geen Tangerine Dream of geen Alec
Empire. Jammer, jammer! Ik kan me moeilijk voorstellen dat er in
Carl Craigs influences and developments, zoals zijn cd heet, geen
andere Europese artiesten dan Britten en Italianen zitten.

Conclusie: hoogmoed komt voor de val. De koningen van de techno
kennen duidelijk door en door hun vak, maar gedragen zich hier
eerder als nukkige prinsen dan als royale vorsten door het publiek
een vreemd samenraapsel te serveren van gekke keuzes en nog gekkere
missers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =