Tien jaar Clubcircuit :: Beleid, bakstenen en Belgen

"Dat het tijd was dat er een heus rockbeleid kwam", vonden de drijvende krachten achter enkele Vlaamse muziekclubs tien jaar geleden, en ze sloegen de handen in elkaar. Dat kersverse Clubcircuit kreeg langzamerhand ministeriële geesten overtuigd en is ondertussen een begrip geworden. Samen met Studio Brussel zet het zichzelf deze week in het zonnetje met een nieuwe editie van Clubside Down.

"Het Clubcircuit is de spreekbuis van negen pioniers van het Vlaamse podiumlandschap, zowel in officiële aangelegenheden, als in de communicatie naar pers en publiek. Eigenlijk is het tegelijk soortnaam en merknaam", zegt Marc Steens van Clubcircuit: "in wezen kan het een aanduiding zijn voor alle muziekclubs in ons land, maar het is ook een merknaam omdat het woord duidt op een aantal clubs die regelmatig gezamenlijk naar buiten komen. Maandelijks zitten de clubs rond de tafel om ervaringen uit te wisselen, te overleggen over hete hangijzers en samen projecten op te zetten. Die krachtenbundeling is soms nodig om nationale aandacht te kunnen krijgen voor concerten en projecten. In het geval van de clubs die tot het Clubcircuit behoren is 1 + 1 niet gelijk aan 2, maar eerder aan 3 en soms zelfs 4."

Voor het grote publiek is de meest zichtbare vorm van die samenwerking de Clubcircuit-website, met bijhorende podcast, de maandelijkse of tweemaandelijkse advertenties in RifRaf en Gonzo Circus en de wedstrijden voor gratis tickets via Win For Life. Wat er achter de schermen gebeurt, is niet altijd even duidelijk, maar is minstens even belangrijk: zo heeft het Clubcircuit een belangrijke rol gespeeld bij het tot stand komen van het Muziekdecreet en het fonds voor culturele infrastructuur.

Een verslag van mei 1995 uit de Clubcircuit-archieven maakt duidelijk wat het opzet was van de organisatie die een jaar later werd opgericht: "Eindelijk een rockbeleid afdwingen van de Vlaamse minister van cultuur. Er wordt voorgesteld met erkende rockclubs te werken die een personeels- en werkingssubsidie krijgen. Parallel wordt gedacht aan een ’losse structuur’ annex subsidiepot waarop sporadische evenementen en organisatoren zich kunnen beroepen." "De bedoeling was dus een krachtenbundeling om de beleidsmakers bewust te maken van de noodzaak van een degelijk podiumcircuit dat artiesten speelkansen kon bieden", aldus Steens.

Die erkenning krijgen was niet eenvoudig. Tien jaar geleden was ondersteuning van popmuziek not done, de acties van Clubcircuit zorgden langzamerhand toch voor een mentaliteitswijziging, zegt Steens: "Onder Luc Martens keerde het tij, Bert Anciaux ging op de ingeslagen weg verder. Onder hem heeft pop zijn plaats binnen het muziekbeleid echt kunnen innemen en is de ondersteuning ernstig toegenomen: bij elke subsidieronde komen meer pop- en rockinitiatieven aan bod."

Bakstenen

Wie een samenvatting leest van alle artikels die de afgelopen tien jaar over de Vlaamse clubs verschenen, ziet al snel één constante: bakstenen, de nood aan een goeie infrastructuur en hoe dat niet evident is. Cactus, Democrazy, Petrol, Nijdrop, 4AD, De Kreun,… allemaal moesten ze tijdens hun bestaan al eens op zoek naar een nieuwe locatie. Toch is er al een hele weg afgelegd sinds de laatste jaren, nuanceert Steens: "toen de AB heropende was de reactie van de clubs uit het Clubcircuit dat het geen goed beleid is om enkel een paleis in de hoofdstad te planten, en voor de rest alleen maar strohutjes te lande. Die gedachte sijpelde stilaan ook door in de hoofden van de politici en sinds 1999 kregen de clubs een erkenning en steun voor de uitbouw van een degelijk podiumlandschap. En dat levert resultaten op. De nieuwe zaal van de 4AD is een schitterende zaal, als die zich in de hoofdstad bevond, zouden de traditionele media de deur platlopen. Ook de N9 Villa is nu een supergezellige concertzaal, en De Kreun en de Nijdrop moeten voor 2010 op een nieuwe stek zitten."

Toch blijven er nog heel wat clubs over die in de problemen komen met hun zaal, gaat Steens verder. "Zowel Cactus als De Zwerver beschikken over een mooie infrastructuur, maar moeten die delen met andere partijen. Dat maakt het voor hen niet altijd makkelijk om te programmeren. Regelmatig moeten ze aantrekkelijke aanbiedingen laten schieten omdat ze niet over hun zaal beschikken. Democrazy stelt zich dan weer noodgedwongen flexibel op door te programmeren op locatie naargelang de publieksopkomst die ze verwachten: kleine concerten in de Charlatan, middelgrote in de Centrale en de grote in samenwerking met de Vooruit onder de noemer Club Midi."

"Petrol heeft begin dit jaar van het stadsbestuur gelukkig de garantie gekregen dat ze nog tot 2009 op hun huidige stek kunnen blijven. Hun dossier voor infrastructuur werd afgekeurd door de minister met als reden dat ze een rondtrekkende organisator zijn die geen behoefte heeft aan een eigen zaal. Dat is de zaken omdraaien: wie het succes van Petrol ziet, merkt wel dat er nood was aan een degelijke club in Antwerpen. Een volgehouden inspanning op het vlak van de infrastructurele ondersteuning blijft dus nodig om degelijke concertzalen te kunnen voorzien en om het voortbestaan van een niet-commercieel pop- en rockcircuit te vrijwaren."

Spreiding

Je komt al eens namen in het Clubcircuit tegen die je ook in de Brusselse concerttempels ziet staan. Hoe positioneren de andere Vlaamse concertzalen zich eigenlijk tegenover de AB en Botanique? "Het grootste verschil met de twee hoofdstedelijk clubs is dat de clubs niet in de hoofdstad gevestigd zijn", vindt Steens. "Een buitenlandse groep die België aandoet opteert voor één datum en dan liefst op een centrale plaats als Brussel. Gelukkig zijn de clubs creatief en innovatief genoeg om regelmatig ook met pareltjes te kunnen uitpakken. Dat kan omdat de boekingsagenten hen kennen en weten wat ze aan de clubs hebben. Al zul je de grote namen uiteraard bijna altijd uitsluitend in Brussel aan het werk zien. Op zich is dat misschien niet slecht, want zo ontstaat er geleidelijk aan een piramidestructuur in het Belgische concertlandschap, waarbij AB en Botanique in hun landsgedeelte de top vormen. De clubs uit het Clubcircuit komen daar dan net onder. Verder hebben een aantal van de clubs natuurlijk ook een eigen programmering: Democrazy staat bijvoorbeeld enorm sterk in hiphopconcerten, terwijl je in de N9 Villa aan je trekken komt als liefhebber van wereldmuziek. 4AD gaat dan weer voor de alternatieve gitaarmuziek. Die duidelijke profilering speelt ook in het voordeel van de clubs."

"Spreiding is inderdaad belangrijk. Niet alleen voor de groepen, maar ook voor het publiek. Voor een zestienjarige uit Oostende, Diksmuide, Kortrijk of Aalst is het niet altijd vanzelfsprekend om naar Brussel te trekken voor een concert. Door die spreiding leert een nieuw en jong publiek zijn weg kennen naar de clubs. Toen Het Depot in Leuven officieel de deuren opende op zijn nieuwe stek aan het station, stelde iemand me de vraag of er stilaan niet teveel clubs zijn. Wel, ik vind van niet. Niet elke jongere geraakt even vlot in Brussel om een concert mee te pikken.

Platform

Er is echter meer aan Clubcircuit dan zomaar wat concerten programmeren. Sommige clubs zien voor zichzelf ook een sociale en educatieve rol weggelegd. "Zowel De Kreun als Cactus, VUB Kultuurkaffee en Nijdrop organiseren regelmatig sessies waar jonge groepen kunnen spelen, terwijl de 4AD repetitieruimtes aanbiedt", schetst Steens: "regelmatig zetten ze ook workshops op poten voor jonge muzikanten, in samenwerking met Poppunt. En dan is er het sociale luik: de club als ontmoetingsplaats voor lokale jongeren. In gemeentes als Leffinge, Eeklo, Opwijk en Diksmuide is de muziekclub vaak een van de weinige plaatsen waar jongeren terecht kunnen."

Ook het steunen van lokaal talent is iets waar Clubciruit hard aan werkt, beaamt Steens: "Volgens mij heeft de professionalisering van het podiumlandschap mee bijgedragen tot de bloei van de Belgische muziekscene, samen met de inbreng van Studio Brussel als radiozender. Vaak zie je dat jonge, lokale groepen hun eerste podiumervaring opdoen tijdens een vrij podium in een van de clubs, het vervolgens tot support act van een grotere groep schoppen om dan uiteindelijk door te groeien tot topper. Die lokale verankering is heel belangrijk voor de clubs. De bezoekers maken op die manier vaak eerst kennis met het aanbod van een club in de buurt en achteraf zie je ze nog geregeld opnieuw opduiken."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − elf =