Tony Joe White :: Uncovered

Het zal velen ontgaan zijn, maar de enige echte swamp fox is al jaren z’n tweede jeugd aan het beleven. Op het vorige album The Heroines (2004) werd de hulp ingeroepen van enkele illustere, vrouwelijke artiesten (Lucinda Williams én Emmylou Harris!), op Uncovered is het aan de heren, en dat met gemengde resultaten.

Het verhaal van White is een beetje vreemd: met z’n eerste albums en vroege hits als "Polk Salad Annie", "Roosevelt And Ira Lee", en "Rainy Night In Georgia" (waar Brook Benton succes mee had) leek hij af te stevenen op een glanscarrière. Niet in het minst omdat hij, net als The Band en J.J. Cale, ultra-Amerikaanse muziek maakte; in zijn geval een zwoele mengelmoes van soul, blues en country, waarin hij het hypnotische van Cale combineerde met de sensualiteit van (de vroege) Bill Withers en het buikgevoel van Creedence Clearwater Revival. Toch begon de interesse in het thuisland snel te tanen en rond het midden van de jaren zeventig was White enkel nog een held in Europa. Een bestaan uit de spotlights beviel hem blijkbaar prima, want tot het midden van de jaren negentig nam White amper muziek op onder eigen naam.

Een straffe comeback kwam er in 2001 met het pure bluesalbum The Beginning, en de vervolgen Snakey en The Heroines, die naadloos aansloten bij de platen die bijna drie decennia eerder uitgebracht waren. Het modderige moerasgeluid heeft plaatsgemaakt voor een modernere, gepolijste sound, maar als je erachter wil komen hoe het zit met de seksualiteit van je partner, dan is White nog steeds de gids. Op Uncovered volgt de met de bariton gezegende brommer de formule van het vorige album, door opnieuw een paar high profile-gasten uit te nodigen. De helft van de songs neemt White zelf voor zijn rekening, op de andere songs wordt hij bijgestaan door Mark Knopfler, J.J. Cale, Eric Clapton, Michael McDonald en Waylon Jennings, die zijn bijdrage niet lang voor z’n overlijden opnam.

Wat ook nu meteen opvalt, is dat Whites kenmerkende stijl intact is: opener "Run For Cover" klinkt gezapig en funky, gecreëerd in de vochtige hitte van Louisiana. Het gitaarspel van White is nog steeds sober en gloedvol, terwijl eenvoudige blazersarrangementen en backing vocals de authenticiteit enkel versterken. De samenwerkingen sluiten doorgaans aan bij de formule, al is "Baby, Don’t Look Down" met Michael McDonald zoals verwacht wat softer, en "Shakin’ The Blues" met Jennings iets dichter bij de country te zoeken. De stijlen van White en Clapton zijn erg compatibel, maar de gasten die het er het best vanaf brengen zijn Knopfler ("Not One Bad Thought"), en vooral J.J. Cale. Geen verrassing, aangezien de twee grossieren in vergelijkbare, trance-achtige rootsmuziek. De dikke zeven minuten van "Louvelda" tonen de twee op hun best: traag, donker en suggestief.

De resterende tracks zijn eerder wisselvallig: "Rebellion" is een prima gelegenheid voor White om eens te laten horen waar de volgelingen de mosterd gehaald hebben, net zoals de middernachtsblues van "Taking the Midnight Train", maar ironisch genoeg is het de heropname van het intussen klassieke "Rainy Night In Georgia" dat de zwakte van de plaat benadrukt: een al te gladde productie. Op zijn best klinkt White alsof hij net uit een drassig natuurgebied is gekropen en met een verbeten smoel zijn songs speelt, maar hier lijkt de sound wel aangepast aan een publiek van brave vijftigers wier definitie van rock en soul wordt ingevuld door de latere albums van Joe Cocker, Tina Turner of Sting, ook artiesten die op hun best waren toen er geen sprake was van inbinden om te behagen.

Uncovered is een degelijke plaat, die vooral zal aanslaan bij trouwe fans van White (en de heren hierboven), maar het toont hem zeker niet op z’n best. Oudere werken als Tony Joe White, The Train I’m On, of het recente The Beginning zijn rauwer en gewoon béter, en dienen eerst verkend te worden. Daarna kan Uncovered aan de beurt komen, maar zeg niet dat we u niet gewaarschuwd hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =