Tony Joe White :: 16 november 2016, Het Depot

Voor een keer lag Leuven niet aan de Dijle, maar pal tussen de moerassen en mangrovewouden van Louisiana. Met de ondertussen 73-jarige Tony Joe White, de meester van de swamp rock, was er immers een levende legende te gast. Eentje die bewees dat er op kwaliteit geen leeftijd staat.

Sinds Tony Joe White in 1969 debuteerde met Black And White en … Continued is hij steeds hetzelfde soort muziek blijven maken. Muziek die met twee voeten in de Deep South staat, een kruising van blues, country, soul en folk die tegelijk broeierig en rauw klinkt. Die, hoewel ze zich langs alle kanten laaft aan de Amerikaanse muzikale traditie, toch typische “Tony Joe White-muziek” is. In het verdere verloop van zijn carrière zijn er niet meer dan kleine accentverschuivingen geweest tussen de verschillende albums die White uitbracht, al werd het hoge niveau van pakweg zijn eerste vijf albums later nooit meer geëvenaard. Dat geldt ook voor het eerder dit jaar verschenen Rain Crow, goeie vintage Tony Joe White, maar toch ook weer meer van hetzelfde. Het was met dit album onder de arm dat White afzakte naar Leuven.

Openen deed White, getooid met een brede fedora en zonnebril die zijn gezicht grotendeels verborgen, met een solo gebracht “Way Down South”. Een nummer dat met zijn repetitief bluesmotiefje herinneringen opriep aan de laidback muziek van wijlen JJ Cale. Wat meteen opviel, was dat de karakteristieke stem van White, hoewel hij de wettelijke pensioenleeftijd al enige tijd overschreden heeft, nog altijd even goed en vol klonk als vroeger. Een groot zanger is aan hem niet verloren gegaan, en dat is een eufemisme, maar zijn stem klinkt zo viriel en warm dat enkel een kniesoor daarom maalt. Na dat eerste nummer kwam drummer Bryan Owings, zijn vaste kompaan, hem vergezellen voor de rest van het optreden.

We kregen een set die vooral bestond uit zompige, broeierige blues, gaande van klassiekers als het oorspronkelijk voor Tina Turner geschreven “Undercover Agent For The Blues” en “Roosevelt And Ira Lee” tot wat minder bekende songs als “Tunica Motel”. Het gitaarspel van White klonk op het ene moment relaxed en groovy om daarna over te gaan in een door effectpedalen vervormde sound. Nummers waarvoor White overigens ruim de tijd nam, want na zeven kwartier stond de teller uiteindelijk op amper dertien songs. “The Guitar Don’t Lie” was dan weer een trage en pakkende sleper — je kon de spreekwoordelijke speld horen vallen — waarin wat Mexicaans klinkende versieringen werden aangebracht.

Uit zijn nieuwe album werden maar een paar nummers gebracht. “Hoochie Woman” was bluesy en ondeugend. “The Bad Wind”, een donkere en dreigende parabel over een mysterieuze vreemdeling die herinneringen opriep aan Bob Dylans “Man In The Long Black Coat” of Tom Waits’ “Black Wings”, was mysterieus en meeslepend. Op het einde van de reguliere set gooide White nog een paar publiekslievelingen de zaal in. In “Rainy Night In Georgia”, traag en ingetogen, drapeerde hij zijn stem als een warm deken over het publiek. Een stomend “Polk Salad Annie” bracht de temperatuur in de zaal tot zwoele hoogten.

Tijdens de bisronde kregen we met “Conjure Child” — een vervolg op oudje “Conjure Woman” — nog een song waar de voodoogeesten in huisden, maar dat op een bepaald moment wat doelloos voort begon te kabbelen. Eindigen deed White met “As The Crow Flies” en “Steamy Windows”, twee songs waarin hij zijn gitaar liet stompen en snerpen.

Tony Joe White bewees in Het Depot dat hij, ondanks zijn ondertussen toch al gevorderde leeftijd, er nog altijd staat. Verrassingen moet je niet verwachten op zijn concerten, maar als er iemand is die als geen ander het zwoele geluid van de moerassen van de Amerikaanse Golfkust in muziek weet te vertalen, dan is hij het wel. En als je hem dan treft op een avond dat hij er goesting in heeft, krijg je superieure rootsmuziek voorgeschoteld. Zoals woensdagavond in Leuven dus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − drie =