Pukkelpop 2006 :: De efficiëntie van bakvissenlogica

Dag drie: Onterechte buikdansambities

Loomheid overheerst, maar op Dag drie moet en zal er gedanst worden. Of is stilstaan een optie bij acts als 65DaysOfStatic, !!! en Hot Chip? We ondervonden vandaag proefondervindelijk van niet en vergaten in dit lijstje zelfs nog headliners Daft Punk. En avant la musique, en wel met:

Er staan nogal wat vijftallen op deze Pukkelpopeditie, maar de vijf Texaanse baarden van Midlake vallen zaterdagnamiddag amper op wanneer ze het podium van een pover gevulde Marquee betreden. Even lijkt het alsof een stel boekhouders het podium heeft gereserveerd voor een lezing over balansen en jaarrekeningen. Vanaf de eerste tonen verdwijnt die vrees echter als een verdwaalde sneeuwman in een zonnesalon. Op één nummer na — het aan Grandaddy schatplichtige “Balloon Maker” — komen alle songs uit The Trials of Van Occupanther. Het optreden van Midlake dreigt even wat eentonig te worden door alweer een perfect ingezette samenzang of het slome, slepende karakter van songs als “Roscoe” en “Van Occupanther”. Niet dat het de pret van twee wanhopige slettebakken kan drukken: ostentatief op zoek naar een camera of een Pukkelpoplief wurmen ze zich tot op de eerste rij, waar zoals bekend teleurstellingen dubbel zo hard aankomen. Midlake zelf schakelt met “Head Home” een halve versnelling hoger en doet ons zelfs zonder al te veel pijnscheuten in de hartstreek aan Fleetwood Mac denken. Drie dagen Pukkelpop: het doet iets met een mens.

Met Real Life tekende Joan As Police Woman een paar maanden geleden voor een van de meest opgemerkte debuutalbums van het jaar. De charmante chanteuse en haar begeleiders staan vandaag ontieglijk vroeg geprogrammeerd met hun laatavondpop, al is het effect er niet minder om. Met veel humor, soms vanuit onverwachte hoek (“Did you guys see Ministry yesterday? That was AMAZING, right?”), trakteert het trio een volgelopen Club op tien ontbeende songs. De anti-oorlogssong “Are You Not Furious” is een apart hoogtepunt met denderende climax, en een song die wordt aangekondigd als “Happiness Is A Violator” draagt ze op aan Condoleezza Rice. Frontvrouw Joan Wasser wordt onthaald als een groot artieste en dat is volkomen terecht.

Na Joan As Police Woman nog meer blauw op Pukkelpop met Officer Jones & His Patrol Car Problems. Waarom wil elke band in een tent spelen? Gegarandeerd volk als het regent. Bij de eerste serieus te nemen bui van de driedaagse was de Wablief? dan ook volgelopen. Het zootje uit het nabije Diest liet zich alleszins niet uit het lood slaan en doet waar het goed in is: meer furie ontketenen dan legaal mogelijk zou mogen zijn en de tent bijna in de fik steken. Gehuld in cop outfit en met meer attitude dan een bende crackdealers uit Boedapest spelen ze hondsbrutale metalcore waarbij horen en zien vergaat. Plaats voor subtiliteit en afwisseling is er nauwelijks, waardoor de verveling intreedt na een half uurtje, maar zolang we willen luisteren, is het prima kabaal: strakke en hoekige riffs, een joekel van een ritmesectie, een laptopman die er voor spek en bonen bijstaat, en een frontman/bruller die het ras der pitbulls overbodig maakt.

Moeten we nog eens schrijven hoe goed 65DaysOfStatic is? Welaan dan: het viertal uit Sheffield kwam, zag, en won weer heel wat zieltjes met loeiharde brokken Mogwai-meets-Aphex Twin, tegen de laatste (toegegeven: wat rommelige) tonen van “Aren’t We All Running?” is het publiek uit zijn dilemma tussen headbangen of dansen: allebei tegelijk, verdorie!

En dan wordt het pas echt dansen met de punkfunk van !!!. Jammer dat het uitzinnige feestgehalte niet geheel tot zijn recht komt in de overvolle Marquee. In vol daglicht dan nog. Het weerhoudt de New Yorkers er echter niet van de boel op stelten te zetten. Frontman annex buikdanser annex krolse kat Nic Offer bombardeert de boxen tot lustobject terwijl zijn kompaan, John Pugh, met allerhande vreemdsoortige capriolen zowel publiek als band entertaint. Meer van dat graag Chokri, en wel snel.

Instrumentale muziek hoeft niet per definitie slaapverwekkend te zijn. 65DaysOfStatic bleek eerder wel wakker tijdens die les; de Hongaren van Yonderboi daarentegen volharden in de boosheid. In dat ene instrumentale openingsnummer pruttelen oerwoudgeluiden uit een laptop, dat wel, maar een fikse kooi om L´szló Fogarasi naar te verbannen? Dat blijkt dan weer teveel gevraagd. Fogarasi krijgt vanaf het tweede nummer nog hulp van een fletse zangeres met onterechte buikdansambities, terwijl het concert dan al richting bedroevend wankelt. Er stijgt nog wel een flauw applausje op voor het hitje “Were You Thinking Of Me”, maar zelfs weggedragen doodskisten krijgen wel eens een herkenningsapplaus.

Zoals gewoonlijk was het aardig doomsdayen met die van Amen Ra. Net als Pelican, Neurosis en een aantal andere bands die de extremen van logge heaviness verkennen, trekt Amen Ra de kaart van de fysieke ervaring, en dat via langzaam ontvouwende songs, verpletterende riffs en ijselijk intens gekrijs. Door de hypnotische sfeer, visuals en de prima sound ging het niet om zomaar een optreden, maar een eucharistieviering voor ruimdenkenden en decibelvreters. De beste Belgische act van Pukkelpop 2006, hands down. Sorry, Stef Kamil en Anneke P.!

Belgische groepen op Belgische festivals: sommige festivalgangers laten ze makkelijk links liggen. Vergeef hen, want wie Zita Swoon de Marquee in lichterlaaie ziet zetten, weet wel beter. De groep rond wereldburger Stef Kamil Carlens, die momenteel rondtrekt met het wondermooie A Band In A Box, heeft zich opgewerkt tot een uitstekende en spraakmakende liveband. Een hoop bekende songs, een handvol uitstekende muzikanten, twee ogenlokkende zangeressen en een frontman/missionaris die zelfs een Palestijn tot zijn Christendom bekeert: het Zita Swoon van vandaag staat als een huis.

De bakvis naast ons zucht eens, “het zijn toch schatjes”. Hoe hard de Arctic Monkeys ook hun best doen vervaarlijk te ogen, ook deze keer lukt het ze niet. Geen nood echter, want in tegenstelling tot hun vorige passage op Werchter slagen ze er deze keer wel in het publiek te begeesteren. Hitjes “When The Sun Goes Down” en “I Bet You Look Good On The Dancefloor” komen aan als regelrechte uppercuts op de eerste rijen. Dat de band ook meer kan dan hersenloos drammen en rammen, bewijzen ze niet. En dat is ook helemaal niet nodig. Hun punkversie van de hedendaagse pop gaat er in als zoete koek, en die wolkbreuk is er nog een aardig toetje bovenop. “Als je danst, ben je gewoon sneller droog”, of hoe bakvissenlogica erg efficiënt kan blijken.

Hoewel de Yeah Yeah Yeahs slechts twee albums uit hebben, heeft hun show iets weg van een best of optreden. Recentste album Show Your Bones speelt daar een niet te onderschatten rol in: zowat alle nummers van deze plaat zijn een schietgebedje waardig. Voeg daarbij een ijzersterke livereputatie en een frontvrouw genaamd Karen O die qua strijdvaardigheid niet moet onderdoen voor Jeanne d’Arc, en je weet ook wel dat de Marquee die avond niet bomvol staat om voor de regen te schuilen, maar om al dat lekkers zo dicht mogelijk bij het trommelvlies te hebben. Yeah!

Dankzij de bakken regen die de hemel even kwijt moet, mag Hot Chip het beste van zichzelf geven voor een afgeladen volle Club. Meer dan ooit maakt Hot Chip speelse dansmuziek waar iedereen het warm van krijgt. Bewegingsloze zielen zijn er al snel niet meer te bespeuren en een mengelmoes van elektronische rock en zuiderse ritmes, versmolten in hapklare popsongs, verovert moeiteloos het doorregende publiek.

Even ziet het er naar uit dat de regen, die de wei ondertussen in iets zompigs omtovert, het optreden van Placebo zal wegspoelen. Maar wanneer Molko en de zijnen het podium betreden blijkt het ergste al voorbij. Wanneer later een impotente lul een gebruikt condoom het podium op gooit tijdens “Black Eyed” lijkt Brian Molko zelfs even van slag. Maar Placebo krijgt de natgeregende massa wel in beweging met nummers als “Every You Every Me”, “Special K” en het onverwoestbare “Bitter End”. De Kate Bush-cover “Running Up That Hill” klinkt echter zo overbodig als een norse waarschuwing op een pakje sigaretten. In de tweede bisronde doen oude getrouwen “Nancy Boy” en “Twenty Years” wat ervan verwacht wordt, maar niet meer dan dat. Een klinkende revanche voor de slappe vertoning op Werchter dit jaar was dit optreden van Placebo dan weer niet.

Ooit nog gedoemd om weg te kwijnen in misère, maar de laatste jaren bezig aan een opmerkelijke veroveringstocht: Belle & Sebastian speelt intussen voor een volle Marquee die zelfs songs uit oude albums op herkenningsapplaus onthaalt. Ondanks de bedoeling iets te spelen uit zowat alle platen ligt de nadruk toch vooral op songs uit The Life Pursuit, waardoor de band frivoler en strakker dan ooit voor de dag komt. Teveel geleuter zorgt er wel voor dat het tempo regelmatig onderbroken wordt, maar frontman Stuart “De Huppelaar” Murdoch heeft er duidelijk zin in. Een prima set van een band die ooit klonk als een poor man’s Felt, maar intussen de Britse Simon & Garfunkel genoemd kan worden. Best wel een compliment, eigenlijk.

De eer is aan Broken Social Scene om de Club af te sluiten. Het Canadese zes-, zeven-, acht-, negen-, tien- of elftal — geen flauw idee hoeveel volk eigenlijk het podium bevolkt — brengt het er uitstekend vanaf. Niet geheel tegen de verwachtingen in want met You Forgot It In People bewijst de band reeds een veelvoud aan stijlen tot een ingenieus geheel aan gitaargeweld te kunnen verheffen. “Cause = Time”, een geslaagde Sonic Youth-interpretatie, blijkt de publieksfavoriet. Niet dat de andere tracks er veel voor onder moeten doen. Zo werkt gastzangeres Lisa Lobsinger zich op indrukwekkende wijze door “Anthems For A Seventeen Year Old Girl”. We voelen ons niet aangesproken. BSS belooft van afsluiter “It’s All Gonna Break” bijzonder lang te rekken en voegt daad bij woord. De voltallige band presenteert zich in slagorde, allemaal op een rijtje, om de boel finaal tot ontploffing te brengen.

De uitgemolken formule van een belegen dance-act als Faithless (bombastische synths en meedeinende massa) is de voorbije jaren op allerhande festivals iets te nadrukkelijk tot massahysterie uitlokkende sensatie gebombardeerd. Gelukkig legt Daft Punk zaterdagnacht de lat weer op respectabele hoogte met een gevarieerd totaalspektakel waarvoor de Limburgse festivalweide flink is volgestroomd. Op de tonen van “Robot Rock”, “Da Funk”, “Rollin’ & Scratchin’”, … danst het verzamelde publiek de festivalvermoeidheid uit de benen. Dat de robots voor hun grootste hits gretig leentjebuur spelen bij allerlei obscure en minder obscure bands, wilt u minzaam door de vingers zien. Bij het muzikale hoofdgerecht hoort immers een fenomenale lichtshow die de laatste kers op de taart van een uitstekend Pukkelpop zet.

Geen idéé wat de skate- en emopunkertjes er van vinden — het enige moment dat we per ongeluk in de buurt van hun podium verdwaald raken, krijgen we meteen schabouwelijke covers van “Karma Police” en “Tonight, Tonight” door onze strot geduwd — maar wij vinden Pukkelpop 2006 al bij al een te pruimen editie. Dat dat grotendeels aan de onovertroffen openingsdag te danken is, is maar zo. Het beste van vrijdag en zaterdag had best samengebald kunnen worden tot één even ijzersterke dag. Cut the crap en hou enkel het beste op twee dagen over. Goh, zo’n festival zou écht eens een geweldig idee zijn.

In elk geval houdt goddeau de festivalzomer voor bekeken: de tenten zijn opgeplooid, de k-ways veilig opgeborgen voor noodgevallen, het slaaptekort halen we nu langzamerhand wel in. Vanaf eind september schuimen we voor u weer ’s lands concertzalen af en brengen we verslag uit van het beste dat de nationale planken te bieden hebben. Tot de zon weer schijnt en ook wij opnieuw buitenkomen. U hoort nog van ons!

1
2
3

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − twaalf =