Drowsy :: Snow On Moss On Stone

Geography is a bitch. Groei maar eens op in ruraal Finland, een streek die enkel zijn monotone gelijke kent in het niemandsland tussen Omsk en Vladivostok, of de betonsymfonieën van Warschau. Ofwel kies je dan de route van het escapisme en ga je je te buiten aan black metal of vergelijkbare uitspattingen, ofwel doe je wat Drowsy doet: je lage serotoninepeil uitbuiten met dodelijke mompelfolk.

De jonge singer-songwriter (Mauri Heikkinen voor de vrienden) was eerder dit jaar te gast op het Dominofestival, waar hij mocht openen voor de herontdekte koningin van de acid folk, Vashti Bunyan. Onze recensent was erbij en maakte gewag van een slaapverwekkende, haast comateuze performance van een artiest met de uitstraling van een dode struik. Helaas levert Snow On Moss On Stone dezelfde conclusie op. Zijn eerste album, Growing Green, bezorgde de knul nog wat positieve recensies (ook voor dit soort fluisterfolk bestaat er een publiek), maar er moet zich toch al een klein mirakel ontvouwen om ons alsnog enthousiast te krijgen over deze tien songs.

Geloof ons, we verwachten niet dat een artiest ons om de oren kletst met de ene schaamteloos ontroerende melodie na de andere. Brian Wilson is niet altijd de norm die we hanteren. Lou Reed, Mark Kozelek, Kings Of Convenience, Smog, we appreciëren het op gezette tijden allemaal wel. Er komt bij hen dan ook meer bij kijken dan wat getokkel en gemurmel. Drowsy slaagt er echter zelden of nooit in het banale te overstijgen. Tijdens niet minder dan vijf nummers op het album zit hij wat katatonisch te wezen. Dit kan Chuck Berry nooit gewild hebben. Traditionele ingrediënten, structuren en een obsessie met melodie hoeft voor ons niet, maar dan moet daar wel net iets meer tegenover staan dan gezucht, getokkel en hier en daar een voorzichtig beroerde pianotoets.

De actievere helft van het album wordt ingenomen door minder monotone songs, maar daar kan er evenmin gesproken worden van enig vernuft. "Bakery" is de misleidende vrolijkaard die de plaat opent, al geraakt Drowsy daar ook niet verder dan een licht genante kampvuurambiance en onderontwikkelde tekstflarden over bakkers en broodjes, slotenmakers en verbeelding. "Treehouse", met z’n kinderlijke sfeertje en Sesamstraatgegrom is al niet veel beter. Het duurt zelfs tot het vijfde nummer voor er iets voorbij komt dat ergens op lijkt: "Good Old Odd Gold" is een ietwat vreemde folkinstrumental die ergens tussen pastorale ambient en watervalgekletter huishoudt. Spannend.

Een tijd lang gingen we ervan uit dat ons gebrek aan ambitie stilaan wel wat meer krediet mocht krijgen, maar wat dat betreft hebben we nu dus onze gelijke gevonden: Drowsy tokkelt en fluistert wat, murmelt over niets in het bijzonder en doet vooral geen moeite. De hypnotische klaagzang "Off You Go On All Authors" dreigt even in de buurt te komen van Julian Cope’s druïdengewauwel, maar die laatste zou er wel in slagen ons wijs te maken dat er iets boeiends gaande is. Drowsy teistert onze oren met onsamenhangend gehuil dat klinkt als een Keniaan die, voorzien van XL-hoofdtelefoon, Schotse volksliederen probeert mee te zingen. Hij tracht het nog goed te maken met een stukje piano-ambient ("Plangent Suite"), maar ook daar passen we. Eno kennen we immers al.

Degelijke songs, intrigerende teksten en mooie melodieën moeten op deze plaat niet gezocht worden. Sfeer, een voldoening schenkende boodschap of inventiviteit evenmin. Rest enkel nog de vraag waarom een mens in godsnaam plaatjes van Drowsy in huis zou halen. We kunnen maar drie redenen bedenken: a) u wilt alle landen vertegenwoordigd zien in uw stijlvolle kast, maar weigert Lordi aan te schaffen; b) u hebt teveel geld en foute vrienden, of c) u bent het beu steeds naar de slaapkliniek te moeten rijden en beschouwt de aankoop van het album als een eerste stap in een revolutionair zelfhulpprogramma. En dat kunnen we begrijpen. Enjoy!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zes =