Serena-Maneesh :: Serena-Maneesh

Misschien eerst een waarschuwing: dit is een band die, zoals men
dat dan zegt, lijdt aan Pitchforkhypitis. Voelt u het vuur
in uw maagstreek al branden? Mooi zo! Voor wie Serena-Maneesh nog
niet zou kennen: dit zijn Noren, en zoals de meeste Noren behoren
ze niet tot de stereotiepe muzikanten die sommigen misschien met
Noren associëren. Denk maar aan Motorpsycho, bijvoorbeeld. Omdat ik het
hier geen vier pagina’s lang over schapenbloed en schedelsieraden
wil hebben, laat ik dat hoofdstuk dan ook links liggen. Deze band
heeft met haar debuutplaat elf oerdegelijke nummers uitgepompt,
waarvan de meerderheid zich knus in het wereldje van de noiserock
heeft genesteld. De rest begeeft zich voornamelijk op het terrein
van de pop (laten we het voor het gemak noisepop noemen),
plus hier en daar wat elektronische experimenten.

“Jamaar, is het dan wel een coherent album,” hoor ik enkelen
denken. Dat hangt natuurlijk wat van je verwachtingen af, maar voor
die mensen die het wel hebben voor contrastwerking: dit is jullie
plaat. Serena-Maneesh maakt er een kunst van om zichzelf bij elk
nieuw nummer heruit te vinden, en vindt daar steeds een nieuwe
invalshoek voor.

Neem nu bijvoorbeeld het middengedeelte van deze plaat. Eerst
worden we getrakteerd op de Tom Barman-imitatie van Emil Nikolaisen
(plus screamo vocals, dat nemen we er dan wel bij), terwijl
er achter hem verscheidene lagen gitaarnoise op elkaar worden
gestapeld, evenwel zonder daarbij de melodie uit het oog te
verliezen . Na deze muzikale kruisraket, worden we plots in de
jacuzzi gedropt naast Lina Holmstrôm. Of beter: ‘Her Name Is
Suicide’ is een downtempo, psychedelisch (of misschien is het
gewoon smooth, wie zal het zeggen) popdeuntje waarop Lina de
eerste en ook meteen de laatste keer het heft in eigen handen mag
nemen als vocalist.

Ook ‘Don’t Come Down Here’ klinkt geweldig. Voor quasi negentig
percent van dit nummer krijg je niks dan zachte, aangename, zelfs
prachtige gitaarmelodieën te horen, plus wat extra synthesizers om
het allemaal spookachtig mooi te doen klinken. Wat het nummer
echter zo fantastisch maakt, is de totale destructie die zich plots
manifesteert: de basdrum pleegt een aanslag op je schedel, de
gitaren schreeuwen, brullen en fluisteren onheilige woorden, om dan
plots weer tot de idylle terug te komen. Zeer simpel concept, maar
waarlijk perfect uitgevoerd.

Als je echt moeiljk wil doen, kun je zelfs zeggen dat het eerste en
het laatste nummer zo overduidelijk met getrokken messen tegenover
elkaar staan, dat een goede bespreking dit wel moet vermelden (wat
een idee). Om dit dan toch kort te illustreren: ‘Drain Cosmetics’,
de openingstrack, is niks meer dan een repetitief popdeuntje met
een psychedelisch element of twee, en daar blijft het ongeveer bij.
Meer moet dat eigenlijk ook niet zijn. De epiloog van dit album,
‘Your Blood in Mine’, is dan weer een kanjer van twaalf minuten die
eigenlijk meer wegheeft van een Glenn Brancacompositie (en dan nog
eens eindigt met twee minuten Eno-esque piano). Wie deze plaat
uiteindelijk in huis haalt, moet trouwens zeker eens letten op de
magistrale schijnbewegingen die Serena-Maneesh in hun epiloog
maken.

Dit album verrast heel vaak en verveelt, ondanks het repetitieve
karakter van sommige nummers, nauwelijks. Neen, dit is een sterke
plaat met veel hoogtepunten, die een grote kans maakt om net voor
de jaarwending in tal van lijstjes terecht te komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =