Midlake ::”Ik wou dat we een andere groepsnaam hadden”

In de voetsporen van je helden treden en toch een eigen smoel hebben, het is niet iedereen gegeven. Maar daarna door diezelfde helden op sleeptouw genomen worden en en passant toch maar je eigen geluid heruitvinden, is pas echt uniek.

Het Texaanse Midlake debuteerde in 2004 met Bamnan And Slivercork, een album dat zwaar schatplichtig is aan The Flaming Lips en Grandaddy. Met Trials Of Van Occupanther slaan ze echter een heel andere weg in en gaan ze resoluut voor een jaren zeventiggeluid. Wat is er dan veranderd in tussentijd?

Eric Pulido: ”Toen we net begonnen hadden groepen als Grandaddy, The Flaming Lips, Mercury Rev,… een heel grote invloed op ons en onze muziek. Nu ondergaan we veel meer de invloed van folkrockgroepen uit de jaren zeventig, en op Trials Of Van Occupanther hoor je dat duidelijk. Het gebeurde heel spontaan, Tim (Smith) luisterde toen veel naar Joni Mitchell, Neil Young en andere artiesten uit die periode en dat beïnvloedde zijn manier van schrijven.”
“Groepen als Fleetwood Mac, Bread, America, Jethro Tull, The Band,… raakten ook de rest van de groep echt. We werden volledig ondergedompeld in heel die periode en vooral in de muziek uit die tijd. De songs hebben na zoveel jaren nog steeds zoveel kracht en dat willen we ook met onze muziek bereiken. We willen dus niet zozeer de muziek zelf nabootsen of klinken als een seventiesband, maar we proberen wel de tijdloosheid die hun songs hebben te benaderen.”
Tim Smith: “We willen niet beschouwd worden als een retrogroep, dat is ons doel niet. Een groep als The Darkness is een gimmick, wij proberen geen seventiesgroep te zijn, maar we houden wel van die muziek en proberen iets te creëren dat een gelijkaardig gevoel heeft.”

enola: Ben je dan bewust op zoek gegaan naar dit soort muziek?
Smith: “Het was zeker geen bewuste beslissing. Ik kende vooral muziek uit de jaren zestig, ik luisterde naar Bob Dylan en Velvet Underground. Maar toen vond ik per toeval een LP van Jimmie Spheeris: Isle Of View uit 1971, en het is al drie jaar mijn lievelingsalbum. Het is een heel zacht en magisch album, het roept een wereld op waarin ik graag zou wonen. Jammer genoeg kent bijna niemand Spheeris, hij is in 1984 overleden in een auto-ongeluk toen een dronken chauffeur hem aanreed. Vrienden hebben me toen andere groepen aangeraden, Mitchell, Young, en zo… Ze wisten me te raken op een manier waar veel hedendaagse groepen niet in slagen. Ook als groep voelen we ons meer verwant met deze muziek.”
Pulido : ”We kenden de “hits” natuurlijk al maar zodra je de albums van deze groepen echt leert kennen, kan je gewoon niet anders dan erdoor geraakt worden. Sommige groepsleden stonden er in het begin misschien wat huiverachtig tegenover maar eens ze die albums leerden kennen, stonden ze er ook achter.”

enola: Ontstaan er dan nooit discussies over de songs of de sound?
Smith: “Ik ben een dictator dus…(hilariteit) Ik schrijf wel de teksten en de songs, en dan laat ik die aan de anderen horen. We hebben niet echt discussies over de songs. Soms stelt wel iemand voor om bijvoorbeeld ook drums toe te voegen maar verder vormen er zich geen problemen.”

enola: Jullie hebben ook een jazzachtergrond. Heeft dat de muziek niet beïnvloed?
Smith: “Toen we zeven jaar geleden begonnen, speelden we nog jazz. Het was wel niet onder de naam Midlake. Ik speelde toen nog saxofoon maar na dertien jaar was ik het beu geraakt, zingen en gitaar spelen interesseerden me veel meer. Ik luister nu ook totaal niet meer naar jazz, daar luisterde ik naar om bij te leren. Voor mij is jazz iets technisch en daar had ik geen zin meer in. Helemaal in het begin hoorde je de jazzinvloed nog wel, maar eigenlijk wilden we van die jazz verlost worden.”
“Ik luister ook veel naar klassieke muziek, maar ik wil evenmin dat er klassieke muziek in onze songs kruipt. Voor je het weet, klinkt het allemaal nogal cheesy. Het is niet eenvoudig om die twee stijlen te combineren op muzikaal vlak. Voor mij roept klassieke muziek wel vaak pastorale scènes en natuurlandschappen op, dus op dat niveau beïnvloedt het me wel heel erg, en zeker tekstueel. Ik hou van de natuur, maar het is zeker niet zo dat ik een afkeer heb van steden. Ik woon momenteel naar mijn eigen zin zelfs te ver van een stad, al is een stad als Londen me dan weer te druk.”

enola: Jullie hebben beide albums zelf opgenomen. Is er veel veranderd in het opnameproces voor de tweede plaat?
Pulido: ”We woonden allemaal samen toen we Bamnan And Slivercork opnamen en onze eetkamer / living was al snel omgevormd tot een opnamestudio. Voor het tweede album hebben we gewoon meer materiaal gekocht. Oorspronkelijk wilden we gewoon een demo opnemen en daarmee een platendeal krijgen want “that’s when you make the big bucks, right”, maar dat lukte natuurlijk totaal niet. We begrepen wel dat alles zelf opnemen ons een veel grotere artistieke vrijheid zou geven op langere termijn.”
“We hebben wel stukken laten mixen en aan de platenfirma laten horen. Het is niet de bedoeling dat we ons volledig van de wereld zouden afschermen om dan opeens met een avant-gardistische plaat tevoorschijn te komen. Maar de feedback van het platenlabel was positief en dat gaf ons het vertrouwen om verder te gaan. We staan nog steeds achter onze oude songs: ze geven weer hoe we toen dachten, ze zijn zeker niet perfect maar wel eerlijk.”
Smith: “We hebben zeker geleerd uit de opnames voor het eerste album, maar we leren nog steeds bij. Onze opnamestudio is heel bescheiden maar we werken liever op deze manier dan in een professionele studio. Nu hebben we niet alleen continu opnamemateriaal ter beschikking, maar leren we ook continu hoe we opnames moeten maken.”

enola: Voor jullie albums hebben jullie aparte en niet altijd even gemakkelijk te onthouden titels gekozen. Is de groepsnaam daarom zo eenvoudig gebleven?
Smith: “Op het moment dat we met de groep startten, wisten we nog niet echt hoe we zouden gaan klinken dus kozen we voor een neutrale naam. De groepsnaam was gewoon een naam die we allemaal goed vonden. Nu vinden we het wel jammer dat we voor die doorsnee naam gekozen hebben. Eigenlijk had “Occupanther” onze groepsnaam moeten zijn.”
“De naam “Occupanther” komt uit een spelletje dat we vaak speelden. Je stelde jezelf voor aan een ander met een absurde naam, en dan moest hij met een uitgestreken gezicht een nog gekkere naam verzinnen, tot een van de twee het opgaf. Voor ons is Occupanther een wetenschapper die als kluizenaar leeft omdat de maatschappij hem verwerpt. Op de cover zie je hem in zijn gouden pak staan, naast een vriend die hem een hommage brengt door een pantermasker te dragen. Maar het is zeker geen conceptalbum geworden, eigenlijk gaat alleen “Van Occupanther” over hem. Elke song heeft een eigen verhaal.”

enola: Toch staat Van Occupanther op de cover, zoals je zelf net zei.
Smith: “Dat gebeurde eerder toevallig. Ik maakte een schilderij over twee kerels die ’s nachts door de lucht vliegen en wou dat als cover gebruiken. Maar terwijl ik naar enkele oude platen luisterde, besloot ik toch een foto te nemen voor onze cover. Ik wilde wel de twee personages van het schilderij gebruiken én een panter, dat werd dus een pantermasker. Op het schilderij had een van de twee personages bovendien “Van Occupanther” op zijn borst staan, daar komt het hele idee van de cover dus vandaan.”

enola: Jullie vorige album Bamnan And Slivercork werd ook al als een conceptalbum bekeken. Was dat wel zo bedoeld?
Smith: “Ik begrijp wel dat de mensen het zo zagen, maar voor mij waren het opnieuw verschillende verhalen. Ik zag er geen algemeen concept in. De titel Bamnan And Slivercork haalde ik uit de opmerkingen die kinderen en jonge tieners bij hun kapotte instrumenten staken. Ik heb nog een tijdje instrumenten hersteld en vaak zat daar een papier bij waarop stond wat er net stuk was. Alleen kenden ze niet altijd de juiste terminologie of de schrijfwijze van bepaalde woorden, en daar zaten dus ook de woorden “Bamnan” en “Slivercork” tussen.”

enola: Het hangt dus niet samen met de bizarre cover?
Smith: “Ik heb de cover voor de eerste plaat ook ontworpen. Die ontstond eigenlijk net als de cover voor Trials Of Van Occupanther per toeval. We hebben het voertuig op de cover wel nagemaakt voor een clip.”

enola: Jullie touren door Europa met The Flaming Lips. Hoe hebben jullie hen leren kennen?
Pulido: ”We speelden op een festival in Austin met hen en daarna zagen we elkaar terug op een ander festival. Wayne (Coyne, zanger van The Flaming Lips, jbo) vond ons goed en vertelde ons dat hij ons wel als voorprogramma wou. We spelen nu een achttal shows met hen in Europa. Het lijkt wel alsof we in een droom leven; The Flaming Lips zijn een grote invloed geweest en nu spelen we met hen samen… We zijn echt dankbaar voor deze kans.”

Midlake speelt op 4 juni in het voorprogramma van Flaming Lips in de Vooruit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =