Gregor Samsa :: 55:12

"Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt." Toen de klerk Franz Kafka Die Verwandlung schreef, had hij nooit kunnen bevroeden welke impact de tekst zou hebben.

Een slordige negentig jaar later startte een Amerikaanse groep onder eenzelfde naam en eenzelfde slecht gesternte op: Gregor Samsa viel na de release van de e.p.’s Gregor Samsa en 27:36 immers in het grote zwarte gat. Een enkele tour nu en dan en een razendsnel uitverkochte split-e.p. met Red Sparowes brachten gelukkig soelaas: anderhalf jaar na de opnames verschijnt dan toch nog het debuut 55:12.

Het zou een goedkope truc zijn om nu al critici de mond te snoeren met de opmerking dat het album eigenlijk anderhalf jaar geleden had moeten verschijnen en dat de songs in het licht daarvan bekeken moeten worden, maar niets van dat is nodig. Meer nog dan op hun e.p.’s weet de groep een tijdloosheid te benaderen die zich medio jaren negentig kenbaar maakte. Kan het nog cryptischer? Niet echt.

Gregor Samsa speelt op zijn debuut met andere woorden leentjebuur bij het betere postrockgeweld zoals dat groot gemaakt werd door o.a. Mogwai, maar ook bij de slowcore die Low op de kaart zette. Toch klinkt 55:12 niet als een debuut dat continu op twee paarden wedt en daarom maar tussen twee stoelen valt; de groep weet namelijk het beste uit twee werelden te verbinden tot een traag, meeslepend geheel.

"Makeshift Shelters": een schuilplaats voor een nacht, meer vragen we niet. De gitaren kunnen immers niet verhullen dat een onbestemde dreiging zich door de starten sleept en een korzelige klank voortbrengt. Nikki King en Champ Bennet fluisteren elkaar hun pijnen toe terwijl de dreiging nakend is; dit zou wel eens de laatste nacht kunnen zijn. Maar de ochtend breekt aan en samen met hem, de hoop. "Even Numbers" heeft nog steeds onrustbarende achtergrondgeluiden maar de roep van de gitaren klinkt voller, zelfverzekerder. En dan barst de song plots open: violen en drums versterken de gelederen, het kwaad is verdreven. Maar tussen het puin zoeken Champs en King elkaar nog steeds, het is een tweede climax wanneer de geliefden elkaar in de armen sluiten.

De piano in "What Can I Manage" laat slowcore en postrock een verwarrende dans inzetten, de groep, haast onzichtbaar op de achtergrond, volgt de richtlijnen van de pianist rigide op. Wanhopig — of is het toch berustend? — beantwoordt Champ vanuit de diepte de ijle lokroep van King. "Loud And Clear" tapt uit eenzelfde vaatje maar zoekt wel stil zijn eigen weg door geluiden voorzichtig over elkaar heen te draperen. Een schuifelend drumpatroon mag de slowcore van "These Points Balance" bepalen, al valt de samenzang van Champ en King opnieuw op: woorden verlaten slechts moeizaam hun beider monden, weifelend trachten de gitaren de pijnlijke stiltes op te vullen.

Met "Young And Old" worden we een eerste maal uit onze sluimer gewekt, de verlaten wegen uit onze dromen openbaren zich nu in alle pracht. Champ voelt zich gesteund door een zelfzekere groep en laat zijn stem voller klinken terwijl de song openbloeit in een regen van klanken. Toch loert de dreiging opnieuw om de hoek in "We’ll Lean That Way Forever", dat kiest voor bizarre klanken zonder duiding. Maar "Lessening" biedt dan toch een houvast: slowcore en postrock gaan een laatste maal een verbond aan, de gitaar mag scheuren zolang zij de weemoed die een album lang de rode draad vormde maar weet te respecteren.

Het is verbazingwekkend dat 55:12 zolang in kluizen en op schappen is blijven liggen, want hoewel Gregor Samsa geen meesterwerk geschreven heeft, blijft dit debuut een plaatje om te koesteren. "Und es war ihnen wie eine Bestätigung ihrer neuen Träume und guten Absichten, als am Ziele ihrer Fahrt die Tochter als erste sich erhob und ihren jungen Körper dehnte." Kafka wist het ook al.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =