Larkin Grimm :: Harpoon

Herinnert u zich nog die keer toen een regenwoudgeest voor een tijdje uw lichaam en geest overnam en, van het een kwam het ander, u bakken zangtalent beloofde in ruil voor eeuwige trouw aan het milieuactivisme? Indien het antwoord ’ja’ is, dan luistert u met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid naar de naam Larkin Grimm en kunnen we u bij deze een complimentje toewerpen: fijne debuutplaat, Larry.

Een boomlange, opzichtig getatoeëerde jongedame afkomstig uit de Appalachen met een wat raadselachtig verleden in de zwarte magie, besluit haar noiseband even te laten voor wat die is en neemt in de gauwte een akoestische folkplaat op. Afhankelijk van hoe doordeweeks u uw muziek graag heeft, klinkt dat ofwel veelbelovend ofwel haakte u, not impressed, bij de voorgaande zin reeds af en zit u nu elders alweer luidkeels mee te kwelen met de nieuwe Coldplay. Wíj wrijven ons likkebaardend in de handen en duwen met trillende vinger op play.

Al snel wordt duidelijk dat de regenwoudgeest een spiritueel wezen van zijn woord is, want Grimms stemgeluid is bepaald indrukwekkend te noemen. Als een tot leven gekomen kruising tussen Diane Cluck en de heks uit Sneeuwwitje zingt Larkin haar weemoedige liederen, doorspekt met krachtige uithalen waar iedere bronstige pauw jaloers op mag zijn. Zelf omschrijft miss Grimm haar muziek graag als ’akoestische black metal’, wij houden het op ’new folk met een licht krankzinnig randje.’

"Entrance" is een beloftevolle opener. Met niet meer dan een dulcimer en de eigen stem waarmee ze via overdubs in duet gaat, slaagt Grimm erin een wonderachtig sfeertje te creëren en het lijkt alsof we zijn vertrokken voor wederom een klein meesterwerkje in het florerende neofolkgenre. "Pigeon Food", een tijdloos lied waarin de invloed van traditionele Appalachenfolk duidelijk te horen valt, vertelt een verhaal dat zo uit aan het brein van Grimms sprookjesvertellende naamgenoten had kunnen ontsproten zijn: "I’ll feed my heart to the pigeons / and they’ll eat up every bite / and when they take off flying / I’ll be soaring out of sight."

Het is met voorsprong het beste nummer op een plaat die helaas ook zijn mindere momenten kent. De talrijke overdubs komen de nummers niet altijd ten goede en vaak hebben we dan ook het gevoel dat er méér in deze plaat had gezeten als er niet zo kwistig met effectjes werd gespeeld. "He’d better be strange enough for me" zingt Grimm in "Going Out" en net daar ligt het probleem: ze lijkt teveel het weirde in de weird folk te willen benadrukken en dat zorgt voor een overdaad aan nutteloze weirde elementen die de nummers in se niks bijbrengen.

"Patch it up", lang geleden dat we nog eens koebellen in een song hoorden, lijkt wel een lange intro op een lied dat maar niet komen wil. En "I am eating your deathly dreams" dwaalt dan weer richtingloos rond in een, toegegeven, sfeervolle onderwereld. Soms gaan het bizarre en de song wél wonderwel samen: het ijzingwekkende "Harpoon Baptism", dat nochtans heel engelachtig van start gaat, ontaardt in een sardonische lachbui die ons doet vermoeden dat ’Larkin Grimm’ binnen geringe tijd weleens de boogieman van de Appalachen zou kunnen worden.

Ondanks zijn gebreken is Harpoon een plaat die je op zijn minst eens moet gehoord hebben. Aan de intrinsieke kwaliteit van de nummers te oordelen heeft Larkin Grimm nog veel meer moois in petto. Eenmaal de apenjaren voorbij zal zich dat ongetwijfeld uiten in een prachtige, ingetogen plaat zonder overbodige gekkigheden. En dat zeggen we niet uit angst voor mogelijke wraakacties via voodoo- en/of andere magiepraktijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =