Thé Lau :: ”Nou en dat de mensen naar hier komen om beter te worden?”

Het zware juk van het Scene-verleden is afgeschud, op Tempel der liefde wordt Thé Lau eindelijk volledig zichzelf. Gewoon bij hem thuis opgenomen, toont het nieuwe album een rijpere solo-artiest die weigert zich te begraven in wat hij al kent. Het was tijd om nieuwe paden te verkennen.

Thé Lau: "Mensen hebben wel vaker opgemerkt dat dit mijn eerste echte soloplaat is. Ik ging er van uit dat als ik zou blijven zingen het allemaal nog wel kon. Veel ideeën kon ik uitproberen tijdens een theatertournee die ik vorig jaar ondernam met zowel een strijkerskwartet als een band. Ik hou er wel van om bij optredens van het ene uiterste naar het andere te gaan: nu eens de volledige band, dan weer enkel het kwartet. Het beviel me zo goed dat het logisch werd om ook de plaat zo in elkaar te zetten. Al was ik bang dat het misschien een te groot stijlenkabinet ging worden zo, maar dat punt van kritiek heb ik nooit gehoord. Zolang ik er stond, bleef het kloppen."
"De echte rock zoals bij The Scene is er een beetje uit bij me, dat klopt. Misschien is dat maar tijdelijk, ik weet het niet. Een nummer is vaak indringender in een heel kleine bezetting dan wanneer je met alle toeters en bellen werkt. Dat heb ik nog maar eens gemerkt met "In vrijheid", een opdracht van het Bevrijdingscomité. Voor dat ene nummer kreeg ik zwaar gesubsidieerd drie dagen studiotijd en aanvankelijk zou ik die opnames ook gebruikt hebben voor Tempel der liefde. Maar dat ging dus niet: qua productie — we hadden zelfs een gastzangeres en Marokkaanse percussie — zette het zich te zwaar af tegen de andere nummers, dus nam ik het op met een akoestische gitaar. Niet toevallig misschien merkte de technicus — die ook de andere opnames had gedaan — dat het nummer hem zo meer deed."

enola: Je schreef nog al eens in opdracht. Ga je anders te werk dan?
Lau: "Het werkt anders want je weet dat je een doel moet dienen. Persoonlijk vind ik het veel moeilijker. Zeker met "In vrijheid". Het Bevrijdingscomité zit immers met de uitdaging dat de generatie die de oorlog heeft meegemaakt aan het uitsterven is en ze de viering van 5 mei (waarop Nederland na de Tweede Wereldoorlog werd bevrijd, mvs) willen overhevelen naar een nieuwe generatie. Dat willen ze doen door andere accenten te gaan leggen, door te benadrukken dat het niet evident is om in een vrij land te leven."
enola: Dat klinkt als een erg specifieke opdracht.
Lau: "Ja. Gaandeweg begon ik te denken dat ik het niet ging halen en was ik van plan ze gewoon "Iedereen is van de wereld" te schenken, dan was ik er van af. Maar ze wilden echt een nieuw nummer, wat dan ook door fanfares, orkesten, koren moest kunnen gespeeld worden, maar net zo goed op draaiorgel of gitaar."

enola: Samen met Tempel der liefde verschijnt ook In de dakgoot, een nieuw boek van je hand. Aanvankelijk leek het me niet meer dan een bundeling rock-’n’-roll anekdotes, maar tegelijk lijkt het me ook de balans op te maken, niet?
Lau: "Zeker. Ik moet ook vertellen dat ik het geschreven heb naar aanleiding van de boekenweek in Nederland. Het thema is muziek en ik wilde er niet als enige met lege handen staan, dus wist ik dat het iets moest worden dat ik op drie maanden kon schrijven. Als ik niet op die rode draad van de dakgoot was gekomen, had ik het waarschijnlijk niet eens geschreven: als het alleen maar een verzameling anekdotes was geweest dan vond ik het niet interessant."
"Wat het me leerde is dat ik meer te vertellen had over uit de periode dat het vrij moeizaam ging dan uit de succesperiode. Over die tournee in Polen kwam van alles terug boven: de mensen van die Poolse band, die prangende onzekerheid, angst om provinciaal te zijn tegenover de Angelsaksen. Die schrik zat er altijd in tot het moment dat we op Werchter speelden en Dave Steward me op de schouders sloeg toen we van het podium afkwamen: ’Wat zijn jullie een goeie band!’"
"Ik hoorde die buitenlandse bands en ik was vastbesloten om mij daarmee te meten, terwijl in de Amsterdamse scene iedereen alleen maar naar elkaar zat te kijken. Ze kwamen altijd drie jaar achter, het gleed af naar een oubolligheid. Daar is voor mij maar een eind aan gekomen toen The Scene de bezetting kreeg die jullie leerden kennen. Toen dat bij elkaar kwam was dat eindelijk over. Ik was inderdaad al 38, laat natuurlijk, maar ook dat is typisch Nederlands: Herman Brood kende zijn echte doorbraak ook maar toen hij dik in de dertig was. En daar werd hij mee gepest op kleedkamermuren."

enola: Hielp dat om te relativeren toen het succes er eindelijk was?
Lau: "Ja. Al had ik natuurlijk al een explosie van succes ondergaan met Neerlands Hoop op mijn éénentwintigste. Ik had daar een meer dienende rol, maar in een klap was ik wel een bekende Amsterdammer. En daar had ik het wel moeilijk mee: ik ben niet iemand die graag op straat herkend wordt. Wat ik ook erg vond waren de mensen die mij voordien niet zagen staan en plots mijn beste vrienden waren. Dat is moeilijk te pareren op die leeftijd."

enola: Ondertussen is Bram Vermeulen, die ook in Neerlands Hoop zat, er niet meer. Maakte je dat bewust van je eigen sterfelijkheid?
Lau: "Ik denk daar wel vaak aan, maar niet zozeer naar aanleiding van Bram. Het was me wel een slag, hij was de meest levenslustige mens die ik ooit heb meegemaakt. Als een standbeeld is hij van zijn sokkel gedonderd zonder enige aanleiding. Hij was maar vijf jaar ouder dan mij."
"Natuurlijk ben je er mee bezig. Er gaat geen dag voorbij of ik denk wel eens aan de dood. In "Strand" zing ik ook "voor het eerst ben ik niet bang om dood te gaan". Dat is een gedachte die voor het eerst door me heen golfde in een tuin in Antwerpen. Ik was naar een tentoonstelling geweest, er was wat wijn gedronken, er waren kinderen bij. Ik stond naar die kinderen te kijken en het schoot door me."
"Ik zag Bram niet vaak meer. En als ik hem tegenkwam was het altijd in België. De laatste keer nota bene in "In Flanders Fields", het oorlogsmuseum in Ieper. Later begreep ik dat hij daar erg mee bezig was. Wat een bizarre overeenkomst was, want ik heb daar ook heel veel over gelezen."

enola: De soldaat komt al eens terug in je songs.
Lau: "Deze keer naar aanleiding van een radioprogramma waarin ik zat met een oudere ex-officier die zich erg slecht behandeld voelde door het leger. Hij had in Burma gezeten of zo, al begreep ik niet hoe een Nederlands militair daar terechtkwam. Maar hoewel hij als officier niet in veldslagen had gezeten, had hij dingen gezien — verder had hij het er niet over — en hij had zich noodgedwongen gedrogeerd. Toen hij terugkwam moest hij naar een afkickcentrum. Verder was hij enorm verbolgen dat er geen enkele psychologische opvang was. Als je zo een verhaal hoort dan is een song als "We weten niets van de soldaat" zo geschreven."

enola: Je zingt ook weer over je vader.
Lau: "Ja. Hij leeft nog hoor, maar we hebben een vrij heftige tijd meegemaakt. Toen hij en mijn moeder niet meer in het ouderlijk huis konden blijven wonen, zelfs niet met thuishulp of thuiszorg, hebben we hem bijna met mild geweld moeten overhalen om naar een tehuis te gaan. Er was ons gezegd dat we moesten doorzetten: dat ze eenmaal in zo een tehuis meestal weer opfleuren en kwalitatief beter kunnen leven. En dat is inderdaad gebeurd. Maar ik zit wel veel met mijn vader in mijn hoofd. Er zit veel van mijn vader in mij, maar hij is ook mijn tegendeel. We kunnen soms niet meer verschillen: hij is enorm extravert en ik ben veel meer dromerig. Mijn vader heeft mensen in één klap door, wat hij er van moet denken en dat heb ik helemaal niet. Daar heb ik soms jaren voor nodig."

enola: Alweer een paar jaar geleden zag ik je "Beschaving" voordragen in de AB. Het was drie dagen na enkele bomaanslagen in Istanboel en ik vond het plots akelig op zijn plaats.
Lau: "Ik ben het bewust gereciteerd gaan brengen, zonder muziek. Ik merk dat mensen altijd wel de link met iéts leggen. In Nederland wordt de samenleving veel grimmiger, maar hier ook, zo is me opgevallen. Gisteravond heb ik in Brussel wat uurtjes kunnen stukslaan en dan valt me op dat er behoorlijk wat spanning voelbaar is. Je hoort voortdurend sirenes, dat heb je in Amsterdam niet. Volgens mij helpt dat niet echt. Als je een kleurling bent hier en je hoort voortdurend die politiesirenes dan word je raar volgens mij."

enola: Het woord "verhuftering" valt wel eens inzake de Nederlandse samenleving.
Lau: "Ik kom vaak in een volkscafé en soms hoor je daar mensen praten over dit soort zaken. Je hoort hoe ze allemaal tegen vreemdelingen zijn. Als je daar ten berde brengt dat ze het dertig jaar geleden in net dezelfde bewoordingen over Surinamers hadden als nu over Marokanen, dan krijg je daar geen gehoor meer voor. Een paar jaar geleden gaven ze nog toe ’ja, dat is eigenlijk wel waar’. Ondertussen heeft iedereen vrede met de Surinamers, maar nu zijn de Marokanen het zwarte schaap van dienst."
"En dan is er is ook het fenomeen asielzoeker. Marion Bloem, een schrijfster, was een actie begonnen om een generaal pardon af te dwingen voor die mensen. Vijftigduizend handtekeningen verzamelde ze en toch hebben we een minister (Rita Verdonck, mvs) die absoluut bij dit beleid blijft. Dan gaat het bijvoorbeeld over een Iraanse vrouw van vijfentachtig die met haar zoon is overgekomen, in Iran geen familie meer heeft, maar een ambtenaar van haar ministerie vond dat haar zoon wel mag blijven maar die vrouw terug moet. Er zijn mensen van wie de kans dat als ze terugkeren ze diezelfde dag nog omgebracht worden meer dan vijftig procent is. Ook zij worden teruggestuurd. Er zijn voorbeelden van zo’n sterfgevallen op de dag van terugkeer zelf."
"Het adagium is dat je nooit naar afzonderlijke gevallen mag kijken want dan krijg je misschien medelijden. Marion Bloem heeft heel wat van die verhalen in een boek gebundeld en aan Verdonck gegeven. Die begon automatisch met het praatje dat we ons moesten realiseren dat zeventig procent van die mensen — dat cijfer klopt trouwens niet eens — hier komt om daar beter van te worden. Nou en? Is dat erg? Maar goed, er is een groeiende tegenbeweging. Ik denk dat bij de komende verkiezingen deze regering het wel mag vergeten."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − vijf =