Coldcut :: Sound Mirrors

Deconstructionisme: sommigen zullen het horen donderen in Keulen
als ze deze term onder ogen krijgen, anderen zullen het fenomeen
associëren met Jacques Derrida en de gedachten van de verstokte
muziekliefhebber zullen wellicht uitgaan naar baanbrekende acts als
Prefuse 73 en Coldcut. De vorige
plaat van dit laatste collectief dateert al van 1997. Op ‘Let Us
Play’ haalden Matt Black en Jonathan More als een stel enthousiaste
knutselaars hun schaartjes en tubes Pritt boven om breakbeats, een
waterval aan samples (waaronder zelfs een stukje uit Prokofievs
‘Peter en de Wolf’) en fijne elektronica tot flarden te knippen en
aan elkaar te lijmen. Het resultaat was een speels en experimenteel
album vol spannende geluidscollages dat zijn tijd ver vooruit was.
Voor dit cut ‘n paste-experiment had het gouden duo echter al een
lange carrière in de underground achter de rug. Zo hadden More en
Black al clubclassics als ‘Doctorin’ The House’ en ‘Stop This Crazy
Thing’ op hun naam staan en het toonaangevende label ‘Ninja Tune’
uit de grond gestampt, dat vandaag schitterende acts als Amon
Tobin, Kid Koala, Mr Scruff en Jaga
Jazzist
een dak boven het hoofd biedt. Om maar te zeggen dat we
hier niet bepaald met muzikale watjes te maken hebben. Steeds
hebben de twee hun vooruitstrevende vinger aan de muzikale pols
gehouden. Na ‘Let Us Play’ hebben More en Black zich vooral
geconcentreerd op het runnen van hun labels en het in elkaar boksen
van compilaties. Hun zijproject ‘DJ Food’ gaven ze uit handen aan
DJ’s PC en Strictly Kev die later met ‘Kaleidoscope’ één van de
meest subtiele symbioses van jazz, klassiek, hiphop en elektronica
ooit zouden uitbrengen.

Nu is het eindelijk zover: na 8 jaar een semi-kluizenaarsbestaan te
hebben geleid, ligt de nieuwe portie huisvlijt van deze muzikale
pioniers in de platenrekken en het moet gezegd: de nieuwe Coldcut
is een verrassende plaat geworden. Weg is de knip-en-plakpop van
‘Beats and Pieces’ of het succulente ‘I’m Wild About That Thing’:
‘Sound Mirrors’ is een dampende, moddervette mix van stijlen
geworden die zowel door liefhebbers van hiphop, dance, rock en
loepzuivere pop fel zal gesmaakt worden.

In die acht jaar zijn de heren van Coldcut duidelijk volwassen
geworden en de charmerende, bijna kinderlijke naïviteit van ‘Let Us
Play’ heeft plaats moeten ruimen voor een uitgekiend muzikaal
vernuft en professionalisme dat zich vertaalt in tracks die meer
straightforward zijn, maar daarom niet minder rijk aan
details. Net zoals op hun debuut wordt het niveau van de songs naar
een ongekend hoog niveau gestuwd door de brede waaier aan
gastbijdragenRoots Manuva, Robert
Owens, Annette Peacock, Mike Ladd, Saul Williams en Jon Spencer,
allemaal stellen ze hun ongebreidelde muzikaal talent ter
beschikking van ‘Sound Mirrors’. De plaat opent met ‘Man In A
Garage’, dat met zijn verknipte vocals en fijne clicks aan
indietronics à la The Notwist doet denken. Na dit stukje avant-pop
worden we met ‘True Skool’ meegenomen naar de Londense suburbs,
waar Roots Manuva stomende lappen ragga en hiphop van zijn
meesterlijke flow voorziet.

De sonische reis gaat steeds dieper op ‘Sound Mirrors’. De plaat is
als een muziekgeworden continent met twaalf naties van songs die er
elk hun eigen tradities op nahouden. ‘Just For The Kick’ is
bijvoorbeeld opzwepende bigbeat die zonder schaamrood op de wangen
naast het beste van The Chemical
Brothers
kan gaan staan en ‘Everything Is Under Control’ blinkt
dan weer uit in smerige bluespunk van de Blues Explosion waarin
grillige synths en hiphopbeats met besmette naalden geïnjecteerd
worden.
De internationale muzikale reis wordt echter pas echt bezwerend
wanneer er gas wordt teruggenomen. Housezanger Robert Owens zorgt
in ‘Walk A Mile’ voor de vocale wind die je laat zweven op een
klankentapijt van imponerende strijkers en elektronische effecten
die hun doel niet missen. Met ‘Mr Nichols’ beland je echter al snel
weer in dit aardse tranendal: de hiphoppoëet Saul Williams
fluistert je namelijk een parabel in het oor vol melancholie én met
een suïcidaal randje. Het nummer legt met zijn scherpe observaties
als een scalpel het lillend vlees van deze rotte maatschappij
bloot. Alvorens ten onder te gaan aan depressieve gedachten,
kondigt een volgende mood swing zich alweer aan met het
bevreemdende, maar op de dansspieren werkende ‘Boogieman’, waarin
housy synths, spooky geluiden en grimmige raps met elkaar in bed
duiken en voor een orgie van jewelste zorgen. De ravissante
housesoul van ‘This Island Earth’ breit hier nog een vervolg aan,
om dan te belanden bij de fantastische coda van de plaat. ‘Colours
The Soul’ laat ons met zijn laidback-vocals op adem komen en
bereidt ons helemaal voorbereid voor op het instrumentale, aan DJ
Food refererende titelnummer, dat een jazzy klankenlandschap
tentoonspreidt waarin het zalig verdwalen is. De in de Abbey Road
studios opgenomen strings maken van het nummer de gedroomde
afsluiter van de wervelende ervaring die ‘Sound Mirrors’ is.

Sommigen zullen de hybriditeit van ‘Sound Mirrors’ misschien de
achillespees van de plaat noemen omdat er niet voldoende coherentie
is. ‘Gezever’ zeggen wij dan op z’n Frankie Loosvelds, want de
kwaliteit van het materiaal ligt zo hoog dat een licht gebrek aan
internationale betrekkingen tussen de nummers van geen tel is.
‘Sound Mirrors’ is een afwisselende, opwindende en lichtjes geniale
comeback-plaat. Punt uit.

PS: De Coldcut-leken dienen zich zeker de deluxe-versie van de
plaat aan te schaffen. Die biedt een kijk op het rijke verleden van
More en Black en bevat onder meer een withete, furieuze remix van
‘Everything Is Under Control’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 2 =